Search result: 206 articles

x
Year 2013 x

Dirk Van Damme
Dirk Van Damme is Head of the Centre for Educational Research and Innovation bij het Directorate for Education and Skills van de OESO te Parijs. Hij is tevens gastprofessor aan de Universiteit Gent.

Paul Nieuwenburg
Paul Nieuwenburg is als universitair hoofddocent politieke filosofie verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

Don Westerheijden
Don Westerheijden is senior research associate en projectleider onderzoek naar kwaliteitszorg van het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS) van de Universiteit Twente.
Article

Een bijzonder meerderheidskabinet?

Parlementair gedrag tijdens het kabinet Rutte-I

Journal Res Publica, Issue 4 2013
Keywords minority cabinet, majority cabinet, parliamentary behaviour, the Netherlands
Authors Simon Otjes and Tom Louwerse
AbstractAuthor's information

    This article studies how the presence of the supported minority government Rutte-I affected patterns of legislative behaviour. Based on the literature on minority cabinets one would expect that during supported minority cabinets parliamentary parties cooperate more often across the division between coalition and opposition than under multiparty majority cabinet rule. Examining almost 30,000 parliamentary votes between 1994 and 2012, this study finds that on a host of indicators of coalition-opposition-cooperation, there was less cooperation ‘across the aisle’ during the Rutte-I cabinet than during any cabinet before it. We explain this with reference to the comprehensive nature of the support agreement as well as the impact of the cabinets’ ideological composition.


Simon Otjes
Simon Otjes is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksinteresse gaat met name uit naar partijen, partijsystemen en parlementair gedrag. Otjes is tevens werkzaam als onderzoeker bij het Landelijk Bureau van GroenLinks.

Tom Louwerse
Tom Louwerse is als universitair docent politicologie verbonden aan Trinity College Dublin, Ierland. Zijn onderzoeksinteresses omvatten politieke representatie, legitimiteit, politieke partijen en parlementaire politiek.

Wimar Bolhuis
Wimar Bolhuis is promovendus aan het Montesquieu Instituut van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op het snijvlak van democratie, politieke economie en openbare financiën in Nederland.

Jan Wynen
Jan Wynen is als doctoraatsonderzoeker verbonden aan het Instituut voor de Overheid, KULeuven.

Koen Verhoest
Koen Verhoest is als hoofddocent ZAPBOF Bestuurskunde verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Management & Bestuur’, Universiteit Antwerpen.

Eduardo Ongaro
Eduardo Ongaro is als professor international public services management verbonden aan de Northumbria universiteit, Newcastle, UK.

Sandra van Thiel
Sandra van Thiel is hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Ter Haar’s thesis is een verfrissende studie. De aanpak is origineel: verschillende thema’s rond het vermogen van een minderjarige worden besproken. De inhoud van het proefschrift bestaat voornamelijk uit reeds gepubliceerde artikelen, met inbegrip van een uitgebreid empirisch onderzoek. Hoewel het vermogen van een minderjarige de rode draad van zijn dissertatie vormt, handelt Ter Haar over veel verschillende aspecten van minderjarigheid: handelings(on)bekwaamheid (vergeleken met het fictieve tachtig-pusbewind), bewind (Boek 1 en Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek), ouderlijk vruchtgenot, de som ineens, de verjaringstermijn in het kader van vermogensbeheer en de minderjarige in het erfrecht. Naar mijn mening ligt het zwaartepunt van de dissertatie bij het testamentaire bewind, waar Ter Haar een goede analyse maakt van de verhouding tussen het beschermingsbewind van Boek 1 en die van Boek 4 BW. Maar ook de andere hoofdstukken, gevuld met soms prikkelende suggesties, zijn zeer lezenswaardig.
    ---
    Ter Haar's thesis is a refreshing study. The approach is original: different themes surrounding the property of a minor are discussed. The contents of his thesis mainly consist of already published articles, including extensive empirical investigation. Although the minor's property is absolutely the leitmotiv in his thesis, Ter Haar deals with very different aspects of minority: legal (in)capacity (compared with a fictitious eighty-plus administration), administration (Book 1 and Book 4 of the Dutch Civil Code), parental usufruct, the lump sum, the limitation period within the framework of property management, the minor in inheritance law. As far as I am concerned, the centre of gravity of the thesis lies with the testamentary administration under inheritance law, where Ter Haar makes a fine analysis between the administration from Book 1 and that from Book 4. But also the other chapters, filled with sometimes tantalizing suggestions, are very much worth reading.


Prof. mr. Tea Mellema-Kranenburg
Prof. T.J. Mellema-Kranenburg is a senior lecturer at the Faculty of Law (Institute for Private Law, civil law section) of Leiden University.

Chritopher Daniel Johnson
LL.M. (Adv.) Leiden University, M.Sc. International Space University.

M.J. Stanford
Immediate past Deputy Secretary-General, International Institute for the Unification of Private Law (Unidroit).

Lulekwa Makapela
Project Manager, Council for Scientific and Industrial Research (CSIR), lulu.makapela@gmail.com.

Patrick Phetole Sekhula
Member of the Council, South African Council for Space Affairs (SACSA), advppsekhula@gmail.com.

Bernhard Schmidt-Tedd
Head of Legal Support, German Space Agency (DLR).

Erik Pellander
Research Assistant, BHO Legal, Cologne, Germany.
Article

Report of the Symposium

Journal International Institute of Space Law, Issue 9 2013
Authors Iris Froukje Regtien and Aurora Viergever
Author's information

Iris Froukje Regtien
LLB, Leiden University.

Aurora Viergever
LLM (adv), Leiden University.

Annette Froehlich
LL.M., MAS, European Space Policy Institute (ESPI), Schwarzenbergplatz 6, annette. froehlich@espi.or.at, A-1030 Vienna, Austria.

Liao Minwen
University of Political Science and Law, Beijing, PRC, lmw_l216216@163.com.

Yuri Takaya-Umehara
Any views in this article pertain to the first author only. Kobe University, Japan, yuritakaya_japan@hotmail.com.

Seiji Matsuda
IHI Aerospace Co, Ltd., Japan, matsuda-s@iac.ihi.co.jp.

Takayoshi Fuji
Japan Space Systems, Japan, fuji-takayoshi@jspacesystems.or.jp.

Mitsuteru Kaneoka
CSP Japan, Inc., Japan, kaneoka@csp.co.jp.

Jan Wouters
Leuven Centre for Global Governance Studies, KU Leuven, Belgium, Jan.Wouters@ ggs.kuleuven.be.

Rik Hansen
Leuven Centre for Global Governance Studies, KU Leuven, Belgium, Rik.Hansen@ ggs.kuleuven.be.

    In this paper, I will firstly illustrate the broader context of the contractualisation of family law by drawing upon the oscillations in family regulation between private and public regulators, in the light of the so-called family law exceptionalism. I consider the contractualisation of family law to be the ordering of the family by families and individuals through the use of legally binding private instruments. I will elaborate upon the substantive and jurisdictional contractualisation of family law in Sections 2 and 3 of this paper respectively. The deliberately 'impressionist' presentation of Section 1-3 leads onto the conclusion which proposes that States benevolently tolerate substantive contractualisation through a lower standard of judicial review, and that, whilst they actively stimulate jurisdictional contractualisation of the content of family relations, the formation and dissolution of family relations still appear to fall within the State's exclusive domain (Section 4).
    ---
    In deze bijdrage situeer ik eerst de 21ste eeuwse contractualisering van het familierecht in de historische pendelbeweging tussen publieke en private regulering van familieleven. Die leidde in de 19de en 20ste eeuw tot de aanneming van een bijzondere, niet-contractuele, aard van het familierecht (sectie 1). Ik beschouw als contractualisering van het familierecht: de regulering van familieleven door de familie en door individuen, door middel van juridisch bindende privaatrechtelijke instrumenten. Ik zal ingaan op de inhoudelijke en jurisdictionele contractualisering van het familierecht in respectievelijk de secties 2 en 3 van deze bijdrage. De bewust 'impressionistische' uiteenzetting in secties 1-3 leidt naar de conclusie dat Staten enerzijds een welwillende houding aannemen ten opzichte van inhoudelijke contractualisering, doordat een lagere norm van rechterlijke toetsing wordt gehanteerd. Anderzijds stimuleren zij actief de jurisdictionele contractualisering van de inhoud van familierelaties. Het aangaan en de beëindiging van familierelaties blijven daarentegen het exclusieve domein van de Staat (sectie 4).


Prof. dr. Frederik Swennen
Frederik Swennen is a senior lecturer at the University of Antwerp and an attorney at the Brussels Bar.

Bo Andersen
Norwegian Space Centre (bo@spacecentre.no).

Birger Johansen
Norwegian Space Centre (bo@spacecentre.no).

Lauren Small-Pennefather
Canadian Space Agency, Canada, Lauren.Small@asc-csa.gc.ca

Donald Ball
DB Geoservices Inc, Canada, don.ball@rogers.com

Dennis Nazarenko
Cardinalus Corporate Consulting Inc, Canada, dennis@cardinalus.com
Article

Access_open Report of the Roundtable

Journal International Institute of Space Law, Issue 7 2013
Authors Isabelle Duvaux-Béchon

Isabelle Duvaux-Béchon

Isabelle Duvaux-Béchon
European Space Agency (ESA), Paris, France, Isabelle.Duvaux-Bechon@esa.int.

Jérome Bequignon
European Space Agency, Bruxelles, Belgium, jerome.bequignon@esa.int.
Showing 61 - 80 of 206 results
1 2 4 6 7 8 9 10 11
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.