Refine your search

Search result: 5114 articles

x
Rulings

ECJ 14 March 2018, case C-482/16 (Stollwitzer), Age discrimination

Georg Stollwitzer – v – ÖBB Personenverkehr AG, Austrian Case

Journal European Employment Law Cases, Issue 2 2018
Keywords Age discrimination
Abstract

    A salary scale the ECJ had found discriminatory and said should be changed, was not discriminatory after the change.

Rulings

ECJ 7 March 2018, case C-651/16 (DW), Social insurance

DW – v – Valsts sociālās apdrošināšanas aģentūra, Latvian case

Journal European Employment Law Cases, Issue 2 2018
Keywords Social insurance
Abstract

Landmark ruling

ECJ 17 April 2018, C-414/16 (Egenberger), Religious discrimination

Vera Egenberger – v – Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV, German case

Journal European Employment Law Cases, Issue 2 2018
Keywords Religious discrimination
Abstract

    It is ultimately for the courts to verify whether religious organisations can legitimately invoke occupational requirements as a reason for unequal treatment.

Case Reports

2018/20 Labour Court sets out employers’ equal treatment obligations following the transfer of a business (FI)

Journal European Employment Law Cases, Issue 2 2018
Keywords Transfer of undertaking, General discrimination, Terms of employment
Authors Janne Nurminen
AbstractAuthor's information

    The Finnish Labour Court recently decided a case about the transfer of a business and the associated obligation to harmonise employees’ salaries. The Court held that the employer had not shown good reasons for continuing to pay different salaries to employees with equivalent responsibilities long after the transfer.


Janne Nurminen
Janne Nurminen is a Senior Associate with Roschier in Helsinki, www.roschier.com.
Rulings

ECJ 7 March 2018, case C-494/16 (Santoro), Fixed-Term Work

Giuseppa Santoro – v – Comune di Valderice, Presidenza del Consiglio dei Ministri, Italian case

Journal European Employment Law Cases, Issue 2 2018
Keywords Fixed-term work
Abstract

    The abuse of successive fixed-term contracts in the public sector can be treated differently to the abuse of successive fixed-term contracts in the private sector, as long as the measures in place fulfil the principles of effectiveness and dissuasion and effectiveness. This must be verified by the national court.

Article

Lobbybrieven en het regeerakkoord

Een verkennend onderzoek naar de belangenpolitiek in de kabinetsformatie

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords lobby papers, coalition agreement, policy agenda, political attention
Authors Arco Timmermans
AbstractAuthor's information

    Lobbying by interest groups and the formation of governments both are established themes of empirical research, but not much is known about their linkage. This article presents an exploratory study of organizations and groups with interests seeking influence on the political agenda at the earliest stage of a governmental life cycle: its formation. From the theoretical perspective of the politics of attention, an empirical study is made of the lobby papers that government informateurs receive from business, non-profitorganizations and ngo’s, public organizations and citizens or citizen groups. By comparing the lobby agenda of these diverse organizations and groups to the coalition agreement, it is possible to draw some preliminary conclusions about whose issues and themes become visible and prominent on the governmental agenda, and whose topics obtain lower priority. This research is a basis for further analysis of the impact of lobbying on the policy agenda.


Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.

Dominique Soenens
Dominique Soenens is journalist en van opleiding communicatiedeskundige en filosoof. Hij schrijft over socio-economische en wetenschappelijke onderwerpen en werkt(e) voor onder meer Knack, Vacature Magazine, De Morgen en Apache.be. Hij is ook geboeid door politiek en door de relatie tussen politiek en bedrijfswereld en publiceerde in 2017 het boek Lobbyen in de Wetstraat.
Article

Als je wint, heb je vrienden

Een verkenning van de pre-electorale aantrekkelijkheid van politieke partijen aan de hand van de verspreiding van verkiezingsmemoranda van belangengroepen

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords political parties, interest groups, election memoranda, rational choice, political effectiveness
Authors Tom Schamp and Nicolas Bouteca
AbstractAuthor's information

    In this paper we look at the way in which a wide range of interest groups have tried to influence political parties in Flanders. In order to test both aspects of the historic-institutional perspective and the rational choice perspective on party-group relations, we have analyzed the dissemination of in total 1569 memoranda by 616 interest groups over the six represented Flemish political parties in the 2013-2014 election year. We find that interest groups are very selective in the distribution of their memoranda to the different parties. Traditional parties seem more popular than new parties and political effectiveness seems to be the driver behind the selectivity of the large majority of the interest groups studied in this paper.


Tom Schamp
Tom Schamp is als doctoraatsstudent betrokken bij de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over het effect van kiessystemen op de vertegenwoordiging van politieke partijen en over de relatie tussen politieke partijen en belangengroepen in Vlaanderen.

Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca is professor aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgische federalisme.

Bart van Leeuwen
Bart van Leeuwen is universitair docent politieke theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij verricht onderzoek naar thema’s die samenhangen met verstedelijking, waaronder intercultureel stadsburgerschap, segregatie en dakloosheid.

Michael Merry
Michael Merry is hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in ethiek en onderwijs.

Ariejan Korteweg
Ariejan Korteweg is journalist bij de Volkskrant. Hij studeerde sociologie in Leiden en politicologie in Amsterdam (UvA), werkte bij het Leidsch Dagblad, was hoofdredacteur van dansblad Notes en chef van de kunstredactie van de Volkskrant. In 2001 werd hij daar adjunct-hoofdredacteur, in 2007 correspondent in Parijs. Sinds 2013 is hij parlementair verslaggever en columnist. Hij schreef Surplace (2013) en Lobbyland (2016), dat laatste boek samen met Eline Huisman.

Rinus van Schendelen
Rinus van Schendelen is emeritus hoogleraar politicologie op de Erasmus Universiteit Rotterdam, adviseur EU-beïnvloeding bij Bureau Brussels in Brussel en publiceerde onder meer ruim 40 boeken op het brede terrein van beïnvloeding van besluitvorming.

Karel Joos
Karel Joos is bestuurslid bij BEPACT en partner bij Interel, een Belgisch consultingbedrijf dat wereldwijd politiek advies verleent. Hij is de auteur van Lobbyen – Invloed, inzicht, impact (LannooCampus, 2015), het eerste Nederlandstalige handboek over corporate public affairs.

Hein Greven
Hein Greven is partner bij GKSV, bureau voor public affairs en communicatie in Amsterdam en oud-voorzitter van de Beroepsvereninging voor Public Affairs.
Article

De draaideur: van impasse naar uitweg

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords revolving door, lobbying, integrity, public values, polder democracy, regulatory solutions
Authors Toon Kerkhoff and Arco Timmermans
AbstractAuthor's information

    The revolving door is an ambiguous concept evoking strong opinions, and often is seen to lead to a decline in trust and legitimacy of the policy-making system of the Netherlands. But the different moral objections against the revolving door between functions and jobs in public and private organizations are barely matched with systematic empirical evidence of negative effects on the policy-making system. In this article, a definition of the concept is presented in order to help focusing the discussion on moral objections and practical implications of the revolving door. Two fundamental contradictions emerge from the panoply of arguments and assertions about this phenomenon. With our definition as a basis, we consider the different forms of the revolving door and discuss conditions under which it may be contained without solutions that are disproportionate to the problem. The way out is to develop clearer norms and integrity-enhancing mechanisms with which negative effects may be avoided and positive effects strengthened.


Toon Kerkhoff
Toon Kerkhoff is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij geeft leiding aan het Centre for Public Values & Ethics aan de Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden, waar wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar normatieve vraagstukken in de publieke sector en kennis daarover breder toegankelijk wordt gemaakt. Het onderzoek van Kerkhoff richt zich in het bijzonder op good governance en bestuurlijke ethiek, waarover hij ook onderwijs geeft in bachelor- en masteropleidingen.

Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.

Julie Sevenans
Julie Sevenans is postdoctoraal onderzoeker van het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen) in de onderzoeksgroep M2P (Media, Movements & Politics) aan de Universiteit Antwerpen. Haar doctoraatsonderzoek ging over politieke agendasetting, en meer specifiek over de mechanismen die de responsiviteit van politici ten aanzien van mediaberichtgeving drijven.
Introduction

Lobbyen in de Lage Landen

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Authors Arco Timmermans
Author's information

Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.
Article

Formele bestuurslaag of informele belangengroep?

Een literatuurstudie over de rol en invloed van lokale besturen in het Europese multilevel governance systeem

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords local government, Europeanization, multilevel governance, interest group politics, European decision-making, literature review
Authors Tom Verhelst
AbstractAuthor's information

    Should we consider local authorities and their associations as a formal government layer when they interact with the European institutions in order to influence EU legislation, or should this be classified as informal territorial interest group behaviour? This paper discusses the role and the influence of local authorities in the European decision-making process. Based on a literature review, the paper contrasts both positions in terms of theoretical underpinning, practical implementation and academic state of affairs. The paper demonstrates that whilst the formal perspective has gained more leeway in the official European policy discourse and subsequent institutionalisation in recent decades, it is often insufficient to guarantee the effective inclusion of local authorities in EU policy-making. Interest group action, i.e. lobbying, might therefore still be a more practical and powerful way of promoting local political interests in the European policy arena.


Tom Verhelst
Tom Verhelst is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek van de Universiteit Gent. Hij schreef een proefschrift over de rol en positie van de gemeenteraad en de gemeenteraadsleden in België. Zijn huidig onderzoek heeft hoofdzakelijk betrekking op de Europeanisering van lokale besturen en de functie van lokale besturen in het Europese multilevel governance systeem. In het bijzonder buigt hij zich over de vraag hoe lokale besturen invloed kunnen uitoefenen op Europese besluitvorming.

Nicola Rohner

    De Ruiter en Van Pol (2017) presenteren als vaststaand feit dat slechts 10% of minder van alle beschuldigingen van kindermishandeling in echtscheidingsconflicten vals is. Sociale en juridische professionals die in een enquête een hoger percentage invulden, hebben volgens de auteurs te weinig kennis. De zekerheid die De Ruiter en Van Pol suggereren bestaat niet. Ten eerste verzuimen zij om de kernbegrippen ‘vals’, ‘beschuldiging’, ‘kindermishandeling’ en ‘echtscheidingsconflicten’ te definiëren. Ten tweede kan het onderzoek waar De Ruiter en Van Pol naar verwijzen hun conclusies niet dragen. Canadese maatschappelijk werkers registreerden slechts in een klein aantal gevallen dat een beschuldiging opzettelijk vals was. De Canadese auteurs wijzen expliciet op het subjectieve karakter van de bron van onderzoek. In meer dan de helft van alle onderzochte zaken was het onzeker gebleven of de beschuldiging op waarheid berust. Ten derde gaat het om onderzoeken naar de praktijk van de kinderbescherming in Canada en Australië van 20 jaar geleden. Dat wil zeggen: een andere tijd in andere landen, met een ander systeem dan vandaag in Nederland. Sociale en juridische professionals moeten werken met een aanzienlijke marge van onzekerheid, ook wanneer er grondig onderzoek naar de feiten gedaan is. Door deze onzekerheid te negeren mist de kritiek van De Ruiter en Van Pol op grote groepen professionals onderbouwing.
    ---
    De Ruiter & Van Pol (2017) present as a fact, that only 10% or less of all allegations of child abuse and neglect in divorce disputes is false. They state that social workers and lawyers who in a survey estimated a higher percentage have a lack of knowledge. With this position De Ruiter & Van Pol claim a grade of certainty that does not exist in child protection practice. First, the authors fail to define the key concepts ‘false’, ‘allegation’, ‘child abuse’ and ‘divorce disputes’. Second, the research De Ruiter & Van Pol refer to does not carry the conclusions they draw. The Canadian researchers report that child protection workers had classified a small percentage of cases as ‘intentionally fabricated’. However, the researchers make reservations about this finding since the source is the clinical judgment of the social workers. Moreover the researches emphasize that custody disputes is a context in which there is a high rate of unsubstantiated allegations. In fact, over 50% of all cases were not substantiated.
    Third, the three publications De Ruiter & Van Pol point at describe the practice in Australia and Canada twenty years ago. That is a different time in different countries with different systems compared to The Netherlands today. Social workers and judicial professionals work in a context of uncertainty about allegations and facts in many cases, even after thorough investigation in a particular case. In overlooking this uncertainty De Ruiter & Van Pol unfairly criticize large groups of professionals.


Mr. dr. Adri van Montfoort
Adri van Montfoort is jurist en pedagoog. Hij werkte in de jeugdzorg als hulpverlener, onderzoeker en leidinggevende. Hij promoveerde op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. Hij heeft ruime ervaring in advisering en in het ontwerpen en leiden van projecten. Adri publiceerde sinds 1983 artikelen en boeken over kinderbescherming, aanpak van kindermishandeling, jeugdzorg en jeugdbeleid alsook over de veranderende verhoudingen tussen burgers, markt, gesubsidieerde instellingen en overheid. Hij was van 2007 tot 2015 lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid bij Hogeschool Leiden. Sinds 1997 is Adri raadsheer plaatsvervanger in de familiekamer van het gerechtshof in Den Haag.
Showing 981 - 1000 of 5114 results
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.