Search result: 273 articles

x
Year 2015 x

Shripad Jagdale
Advocate Bombay High Court, Prospective Member IISL, Ground Floor, Old Oriental Bldg, 65 M.G.Road, Fountain, Mumbai, India 400001

Paul B. Larsen
The author taught air and space law for more than 40 years respectively at Southen Methodist University and at Georgetown University. He is co-author of Larsen, Sweeney and Gilick, Aviation Law, Cases, Laws and Related Sources, second edition (Martinus Nijhof, 2012) and of Lyall and Larsen, Space Law A Treatise (Ashgate 2009)

Sadaf Amrin Fathima
Student of Master’s in Space and Telecommunication Law, Center of Air and Space Law (CASL), NALSAR University of Law, India.

K.R. Sridhara Murthi
K.R. Sridhara Murthi, Director, IIAEM, Jain University, Jain Global Campus, Jakkasandra post, Kanakapura Taluk

V. Gopalakrishnan
V. Gopalakrishnan, Policy Analyst, ISRO Head Quarters, Antariksh Bhavan, New BEL Road, Bangalore
Article

Access_open Report of the Conference

Journal International Institute of Space Law, Issue 10 2015
Authors Mr. Gopalkrishnan, Shripad Jagdale and Kumar Abhijeet
Author's information

Mr. Gopalkrishnan
Policy Analyst, ISRO HQ

Shripad Jagdale

Kumar Abhijeet
Assistant Professor, National Law School of India University, Bangalore
Symposium

Midden- en Oosteuropese migranten in de Lage Landen

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Authors Monique Kremer, Jeroen Doomernik, François Levrau e.a.
Author's information

Monique Kremer
Monique Kremer is senior onderzoeker bij de WRR en bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zij publiceerde onder andere Vreemden in de verzorgingsstaat. Hoe arbeidsmigratie en sociale zekerheid te combineren en redigeerde samen met anderen Hoe ongelijk is Nederland?

Jeroen Doomernik
Jeroen Doomernik is UD bij de afdeling Politicologie van de UvA en als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES). Zijn interesse gaat uit naar de onverwachte effecten en veranderende locaties van migratiemanagement. Recent publiceerde hij met Sanne Kos en Marcel Maussen Policies of Exclusion and Practices of Inclusion.

François Levrau
François Levrau is master in de klinische psychologie, master in de moraalwetenschappen en doctor in de sociale wetenschappen. Thans is hij als senior onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen. Tevens neemt hij de algemene coördinatie op zich van het Steunpunt Inburgering en Integratie.

Christiane Timmerman
Christiane Timmerman is academisch directeur (ZAPBOF) van het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies (CeMIS), Universiteit Antwerpen, waar ze verscheidene (inter)nationale projecten coördineert, o.a. EU FP7 project RESL.eu ‘Reducing Early School Leaving in Europe’. Zij is eveneens lid van de Board of Directors van het European Research Network on Migration, IMISCOE.
Article

Omzetting van Europese richtlijnen

Een balans van de omzettings- en nalevingsachterstand in Vlaanderen (2009-2013)

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Keywords transposition, EU Directives, Flanders, Internal Market Scoreboard
Authors Isabelle De Coninck
AbstractAuthor's information

    The European Commission publishes bi-annual internal market scoreboards which show the member states’ performance in realizing internal market rules. Timely and correct transposition of internal market directives is a crucial part hereof. Member states are regarded as unitary actors. Consequently the Commission does not differentiate the performances of their constituent sub-national entities. This article constructs the internal market scoreboards for Flanders (2009-2013) and holds these against the Belgian performance. In order to frame the fluctuations in the Flemish performance per scoreboard, external and internal factors that help explain maltransposition are pretested in the Flemish case. Flanders struggles with transposition, transposing barely a fourth of the directives under its competence timely and correctly, with timeliness being most problematic. The factors that seem to be connected to this performance, however, are structural and cannot easily be influenced. Further research is needed to go from this exploration toward explaining maltransposition in Flanders.


Isabelle De Coninck
Isabelle De Coninck is bachelor European Studies (Universiteit Maastricht) en master vergelijkende en internationale politiek (KU Leuven). Ze is wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven, waar ze onderzoek voert naar de omzetting van EU-richtlijnen in subnationale entiteiten in het kader van SBOV III.
Research Note

Gendermainstreaming in de praktijk?

De case van EU-ontwikkelingssamenwerking met Rwanda onderzocht

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Authors Petra Debusscher
Author's information

Petra Debusscher
Petra Debusscher is postdoctoraal onderzoeker van het FWO en verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek bevindt zich op het kruispunt van de EU-studies en de genderstudies en richt zich specifiek op de genderdimensie van het Europees buitenlands beleid.
Research Note

Onbekende gezichten

Substantiële vertegenwoordiging van vrouwen door mannelijke, rechtse en niet-feministische parlementsleden

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Authors Karen Celis and Silvia Erzeel
Author's information

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en is co-directeur van RHEA Expertisecentrum Gender, Diversiteit, Intersectionaliteit. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van groepen (vrouwen, etnische minderheden, klasse, holebi’s en leeftijdsgroepen), gelijkekansenbeleid en ‘staatsfeminisme’.

Silvia Erzeel
Silvia Erzeel is F.R.S.-FNRS postdoctoraal onderzoekster aan het Institut de sciences politiques Louvain-Europe (ISPOLE) van de Université catholique de Louvain en gastdocent aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek handelt over de interne werking van politieke partijen, politieke ideologie, vergelijkende politiek, en diversiteit/intersectionaliteit in Europese parlementen.
Article

Van de krant naar de Kamer en terug?

Een studie naar media-aandacht als inspiratie voor en resultaat van het Nederlandse vragenuur

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Keywords Question hour, media attention, parliamentary questions, newspaper coverage, content analysis
Authors Peter Van Aelst, Rosa van Santen, Lotte Melenhorst e.a.
AbstractAuthor's information

    This study on the role of media attention for the Dutch question hour answers these questions: to what extent is media attention a source of inspiration for oral parliamentary questions? What explains the newsworthiness of these questions? And what explains the extent of media coverage for the questions posed during the question hour? To address this, we present a content analysis of oral parliamentary questions and related press coverage in five recent years. Results show first that oral questions are usually based on media attention for a topic. Concerns about media influence should however be nuanced: it is not necessarily the coverage itself, but also regularly a political statement that is the actual source of a parliamentary question. The media are thus an important ‘channel’ for the interaction between politicians. Second, our analysis shows that oral questions do not receive media attention naturally. Several news values help to explain the amount of news coverage that questions receive. ‘Surfing the wave’ of news attention for a topic in the days previous to the question hour seems to be the best way to generate media attention.


Peter Van Aelst
Peter Van Aelst is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Daarnaast is hij deeltijds verbonden aan de Universiteit Leiden als coördinator van een VIDI-project ‘Beyond Agenda-setting’, een vergelijkende studie naar de wederkerige relatie tussen media en politiek.

Rosa van Santen
Rosa van Santen is projectleider bij het Commissariaat voor de Media. Daarvoor werkte zij als postdoc bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden op het VIDI-project ‘Beyond Agenda-setting’. Ze promoveerde in 2012 bij de Amsterdam School of Communication Research van de Universiteit van Amsterdam.

Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij de Instituten voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Haar onderzoek maakt deel uit van het VIDI-project ‘Beyond Agenda-setting’ en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.

Luzia Helfer
Luzia Helfer is promovenda bij de Instituten voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). In haar onderzoek bij het VIDI-project ‘Beyond Agendasetting’ bestudeert zij mechanismes in de wederkerige relatie tussen politiek en media, onder andere door middel van experimenteel onderzoek.
Article

Ideologische inertie op links, flexibiliteit op rechts?

Een onderzoek naar de mate van programmatische flexibiliteit bij liberalen en socialisten in België

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Keywords ideology, manifestos, party change, Belgium
Authors Nicolas Bouteca
AbstractAuthor's information

    In order to win elections political parties sometimes adapt their policy platforms to a changing society. But according to some scholars left-wing parties are in this regard more reluctant than right-wing parties. The former would show less programmatic flexibility than the latter. Other authors nuance this difference and state that leftist parties are ideologically more volatile at one moment and rightist parties at another time. In this article we empirically test whether rightist parties show more programmatic flexibility than leftist parties. We make use of an in depth quantitative analysis of the socio-economic policy proposals of the Belgian liberal and social-democratic parties between 1961 and 2010. We find that the right-wing liberal party indeed makes larger programmatic changes. The intensity of the ties with social groups such as trade unions is probably the most important variable to explain this difference.


Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca promoveerde in 2011 op een proefschrift over ideologische convergentie. Momenteel werkt hij als docent aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Universiteit Gent en is hij lid van de onderzoeksgroep GASPAR. Zijn interesses zijn: ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgisch federalisme.

Leni Franken
Leni Franken is als postdoctoraal onderzoekster van het FWO verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek richt zich voornamelijk op hedendaagse politieke filosofie, overheidsneutraliteit, kerk-staatverhoudingen en levensbeschouwelijk onderwijs. In 2016 zal haar boek Liberal Neutrality and State Support for Religion: a Philosophical Analysis verschijnen.
Research Note

Henk, Henk en Ingrid: de gender gap in het radicaal rechtse electoraat belicht

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Authors Tim Immerzeel, Hilde Coffé and Tanja van der Lippe
Author's information

Tim Immerzeel
Tim Immerzeel is postdoctoraal onderzoeker bij de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. In zijn huidige onderzoek richt hij zich op participatie in verschillende vormen van politiek (www.polpart.org). In zijn proefschrift, waarvan bovenstaand artikel deel uitmaakt, onderzocht hij de gevolgen van rechts-populisme op het stemgedrag van burgers.

Hilde Coffé
Hilde Coffé is als Senior Lecturer verbonden aan Victoria University of Wellington (NZ), Afdeling Politieke Wetenschappen en Internationale Relaties. Haar belangrijkste onderzoeksinteresses zijn stemgedrag, politieke participatie en publieke opinie.

Tanja van der Lippe
Tanja van der Lippe is hoogleraar Sociologie aan de Afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek begeeft zich op het terrein van de familiesociologie en de organisatiesociologie en richt zich in het bijzonder op interdependenties tussen werk en privé in nationaal en internationaal vergelijkend perspectief.
Article

Access_open Religie en cultuur in familierechtelijke beslissingen over kinderen

Journal Family & Law, September 2015
Authors Mr. dr. Merel Jonker, Rozemarijn van Spaendonck and Mr. dr. Jet Tigchelaar
AbstractAuthor's information

    In deze bijdrage worden de resultaten gepresenteerd van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek naar de wijze waarop religie en cultuur betrokken worden in de overwegingen van de rechter in familierechtelijke beslissingen over kinderen in Nederland. Naast een kwantitatief overzicht van de gepubliceerde jurisprudentie worden de uitspraken inhoudelijk ontsloten en geanalyseerd aan de hand van thema's zoals bloedtransfusies, cultuurverschillen en identiteitsontwikkeling, rituelen (besnijdenis en doop) en schoolkeuze. Bij de analyse wordt onderscheid gemaakt tussen de rechten van het kind en de rechten van ouders, en wordt ingegaan op de vraag welke criteria de rechter hanteert voor de afweging van de rechten van het kind en diens ouders. Ook wordt besproken in hoeverre internationale normen herkenbaar zijn in de overwegingen van de rechter. Uit de 79 rechtszaken waarin de rechter overwegingen wijdt aan religie en cultuur, blijkt dat deze aspecten zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben op het belang van het kind en met name op de identiteitsontwikkeling van het kind. De rechter hanteert hierbij criteria zoals: schade voor de gezondheid van het kind, sociale aansluiting met anderen van dezelfde religieuze of culturele achtergrond, en praktische overwegingen.
    This contribution presents the results of an extensive Dutch case law study on the way in which religion and culture play a role in the considerations of judges in family law decisions regarding children. In addition to a quantitative overview of the published case law in the Netherlands, the decisions are analysed on the basis of themes such as blood transfusion, culture differences and identity development, rituals (circumcision and baptism), and choosing a school. In the analysis, a distinction is made between the rights of the child and the rights of parents. Furthermore, the criteria which the judge deploys to balance the rights of the child and the rights of its parents are addressed. Finally, the extent to which international legal standards can be identified in the considerations of the judge is discussed. From the 79 cases in which the judge consider to religion and culture, it appears that these aspects can have both positive and negative effects upon the best interests of the child, and in particular upon the identity development of the child. In these cases, the judge uses criteria such as: harm to the health of the child, social connections with others of the same religious and cultural background, and practical day-to-day considerations.


Mr. dr. Merel Jonker
Merel Jonker is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

Rozemarijn van Spaendonck
Rozemarijn van Spaendonck is Legal Research Master student en is vanaf 1 november 2015 als aio verbonden aan de vakgroep Strafrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. Jet Tigchelaar
Jet Tigchelaar is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Staats- en bestuursrecht en rechtstheorie van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.
Article

Access_open Report of the Roundtable

Journal International Institute of Space Law, Issue 9 2015
Authors Christiane Lechtenbörger and Nicola Rohner-Willsch

Christiane Lechtenbörger

Nicola Rohner-Willsch
Editorial

Access_open Editors’ Introduction

Journal Erasmus Law Review, Issue 1 2015
Authors Rachel Herdy and Sanne Taekema
Author's information

Rachel Herdy
Rachel Herdy is Associate Professor at the Federal University of Rio de Janeiro Faculty of Law.

Sanne Taekema
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence at the Erasmus School of Law in Rotterdam.

    Pragmatism has become an established academic topic focused on an accepted canon of works and a number of seminal authors. There is something ironic about this fixation of the Pragmatist tradition. An anticipation of transience and embrace of adaptability runs through many of the classic works of Pragmatism. Nevertheless, there seems to be a tendency to fixate Pragmatism and freeze it in its classic iterations, especially with respect to its philosophy of scientific inquiry. The article seeks to retrieve the dynamics and adaptability the classical Pragmatists built into their notion of scientific inquiry. It seeks to illustrate the need for such flexibility with recent developments in the field of economics. When the financial crisis struck in 2007-2008, this involved more than the insolvency of a number of large banks. The crisis, at the very least, also involved the bankruptcy of a dominant economic model. It raised questions about the rationality of markets and the widespread faith in soft-touch regulation. It cast doubt on decades of neo-classical economic dogma that counseled small government, privatisation, and free markets. Neo-classical economics did not float free from other concerns. It informed notions about the role of the state, the limits of public policy, and the scope of democratic decision-making. Indeed, faith in rational, self-correcting markets affected debates in disparate disciplines like law, political science, philosophy, ethics, and history in many non-trivial ways. Hence, the financial crisis is also a crisis of scientific research.


Wouter de Been
Wouter de Been is assistant professor at the Erasmus School of Law, the Netherlands.

    The paper aims at justifying an interpretation of Dworkin’s theory of Law as Integrity that brings it closer to philosophical pragmatism despite his rejection of legal pragmatism. In order to achieve this aim, this work employs a classification of philosophical commitments that define pragmatism in a broad and in a narrow sense and shows that legal pragmatism follows the main thinkers of pragmatism in the narrow sense in committing to instrumentalism. The attribution of a pragmatist character to Dworkin’s theory of law rests on the idea that the adoption of a commitment to instrumentalism is not implicated by its adoption of other pragmatist commitments.


Thiago Lopes Decat
Thiago Lopes Decat, Ph.D., is Adjunct Professor at the Department of Propedeutic and Critical Disciplines of the Faculdade de Direito Milton Campos, Nova Lima, Brazil.
Showing 101 - 120 of 273 results
1 2 3 4 6 8 9 10 13 14
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.