Search result: 50 articles

x

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.
Discussion

Access_open Naar een kritische en relevante rechtstheorie

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2019
Keywords grondslagen, normatief systeem, buitenstaanderperspectief, empirisch perspectief
Authors Pauline Westerman
AbstractAuthor's information

    Een pleidooi om de eeuwige zoektocht naar abstracte normatieve grondslagen te staken en op zoek te gaan naar de voorwaarden voor het ontstaan en voortbestaan van normatieve systemen vanuit een buitenstaandersperspectief dat conceptuele anayse verbindt met historische en sociologische inzichten.


Pauline Westerman
Pauline Westerman is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Article

Als je wint, heb je vrienden

Een verkenning van de pre-electorale aantrekkelijkheid van politieke partijen aan de hand van de verspreiding van verkiezingsmemoranda van belangengroepen

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords political parties, interest groups, election memoranda, rational choice, political effectiveness
Authors Tom Schamp and Nicolas Bouteca
AbstractAuthor's information

    In this paper we look at the way in which a wide range of interest groups have tried to influence political parties in Flanders. In order to test both aspects of the historic-institutional perspective and the rational choice perspective on party-group relations, we have analyzed the dissemination of in total 1569 memoranda by 616 interest groups over the six represented Flemish political parties in the 2013-2014 election year. We find that interest groups are very selective in the distribution of their memoranda to the different parties. Traditional parties seem more popular than new parties and political effectiveness seems to be the driver behind the selectivity of the large majority of the interest groups studied in this paper.


Tom Schamp
Tom Schamp is als doctoraatsstudent betrokken bij de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over het effect van kiessystemen op de vertegenwoordiging van politieke partijen en over de relatie tussen politieke partijen en belangengroepen in Vlaanderen.

Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca is professor aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgische federalisme.

Karel Joos
Karel Joos is bestuurslid bij BEPACT en partner bij Interel, een Belgisch consultingbedrijf dat wereldwijd politiek advies verleent. Hij is de auteur van Lobbyen – Invloed, inzicht, impact (LannooCampus, 2015), het eerste Nederlandstalige handboek over corporate public affairs.
Article

The Reliability of Evidence in Evidence-Based Legislation

Journal European Journal of Law Reform, Issue 1 2018
Keywords evidence-based legislation, Institutional Legislative Theory and Methodology (ILTAM), reliable evidence, Professor Robert Seidman
Authors Sean J. Kealy and Alex Forney
AbstractAuthor's information

    As evidence-based legislation develops, and as technology puts more information at our fingertips, there should be a better understanding of what exactly constitutes reliable evidence. Robert and Ann Seidman devoted their professional careers to developing the evidence-based Institutional Legislative Theory and Methodology and teaching it to legislative drafters around the world. Although ILTAM was firmly grounded in – and driven by – evidence, the question becomes what evidence is reliable and a worthy input for the methodology. Further, how can the drafter avoid the misuses of evidence such as confirmation bias and naïve beliefs? We aim to give a guide for using evidence by offering examples of evidence-based legislation in practice and through a proposed hierarchy of evidence from most to least reliable:

    1. Experiments within the jurisdiction / lessons from other jurisdictions.

    2. Information on a topic or issue that was formally requested by the legislature or produced to the legislature under oath or under the penalties of perjury.

    3. Studies / information provided by a government agency.

    4. Expert or scientific studies.

    5. Economic or mathematical models and statistics.

    6. Information provided by special interests.

    7. Stories, apocrypha and uncorroborated tales.


    We hope that this hierarchy provides a starting point for discussion to refine and improve evidence-based legislation.


Sean J. Kealy
Sean J. Kealy is a Clinical Associate Professor of Law, Director of the Legislative Clinics, Boston University School of Law. This article expands upon a concept that he first wrote about in Designing Legislation (APKN, 2011). Professor Kealy wishes to thank Professor Richard Briffault, Joseph P. Chamberlain Professor of Legislation at Columbia Law School, and Professor William W. Buzbee, Georgetown Law School, for reading and commenting on this article at the American Association of Law Schools 2017 Conference.

Alex Forney
Alex Forney earned his Juris Doctor, Boston University School of Law, 2016.
Article

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2017
Keywords empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Authors Vincent Geeraets and Wouter Veraart
AbstractAuthor's information

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Silvia Erzeel
Silvia Erzeel doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek en recente publicaties spitsen zich toe op gender en politieke vertegenwoordiging, rechts populisme, intersectionaliteit in politieke partijen, en economische ongelijkheid. Haar onderzoek is vaak vergelijkend, met een geografische focus op West-Europa.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Symposium

Europa na het Brexit-referendum

Journal Res Publica, Issue 4 2016
Authors Mathieu Segers, Sander Loones and Goele Janssen
Author's information

Mathieu Segers
Mathieu Segers is hoogleraar eigentijdse Europese geschiedenis en Europese integratie aan de Universiteit Maastricht.

Sander Loones
Sander Loones is Europarlementslid en N-VA-ondervoorzitter.

Goele Janssen
Goele Janssen is directrice van de Europese Beweging in België.
Symposium

De afstand tussen wetenschap en beleid

Journal Res Publica, Issue 3 2016
Authors Bea Cantillon, Marleen Brans, Evelien Tonkens e.a.
Author's information

Bea Cantillon
Bea Cantillon is gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) – Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen.

Marleen Brans
Marleen Brans is hoogleraar aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven.

Evelien Tonkens
Evelien Tonkens is hoogleraar Burgerschap en humanisering van de publieke sector aan de Universiteit voor Humanistiek.

Corné van der Meulen
Corné van der Meulen is medewerker goed werk bij de Stichting Beroepseer. Voor de stichting doet hij onderzoek in voornamelijk de zorgsector en is hij verantwoordelijk voor de uitgeverij waarbij het boek Goed werk voor academici verschijnt.
Article

De invloed van verkiezingen op politiek vertrouwen

Een analyse van een verkiezingspanel in België, 2009-2014

Journal Res Publica, Issue 3 2016
Keywords procedural fairness theory, political trust, internal political efficacy, elections, Belgium
Authors Dieter Stiers and Marc Hooghe
AbstractAuthor's information

    Elections are routinely investigated with a focus on the way in which winners or losers of the elections are different in their attitudes towards the political system. There is no previous research on the general impact of participation in the electoral process on support for the political system. In this study, we hypothesize – based on the procedural fairness theory – that participating in elections raises the voter’s political trust, irrespective of the result of the party s/he voted for. Furthermore, we expect this impact to be largest for voters with the lowest level of internal political efficacy. These expectations are investigated using the Belgian election panel (2009-2014) study, observing political trust before and after the elections in two consecutive electoral cycles. The results provide support for all proposed hypotheses, highlighting the importance of general participation in elections for democratic legitimacy.


Dieter Stiers
Dieter Stiers is FWO-aspirant verbonden aan het Centre for Citizenship and Democracy van de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op verkiezingsgedrag en in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van electorale volatiliteit.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centrum voor Politicologisch Onderzoek van de KU Leuven. Hij is houder van een ERC Advanced Grant.
Article

Ideologische inertie op links, flexibiliteit op rechts?

Een onderzoek naar de mate van programmatische flexibiliteit bij liberalen en socialisten in België

Journal Res Publica, Issue 4 2015
Keywords ideology, manifestos, party change, Belgium
Authors Nicolas Bouteca
AbstractAuthor's information

    In order to win elections political parties sometimes adapt their policy platforms to a changing society. But according to some scholars left-wing parties are in this regard more reluctant than right-wing parties. The former would show less programmatic flexibility than the latter. Other authors nuance this difference and state that leftist parties are ideologically more volatile at one moment and rightist parties at another time. In this article we empirically test whether rightist parties show more programmatic flexibility than leftist parties. We make use of an in depth quantitative analysis of the socio-economic policy proposals of the Belgian liberal and social-democratic parties between 1961 and 2010. We find that the right-wing liberal party indeed makes larger programmatic changes. The intensity of the ties with social groups such as trade unions is probably the most important variable to explain this difference.


Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca promoveerde in 2011 op een proefschrift over ideologische convergentie. Momenteel werkt hij als docent aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Universiteit Gent en is hij lid van de onderzoeksgroep GASPAR. Zijn interesses zijn: ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgisch federalisme.
Symposium

Doctoraatsopleidingen in Nederland en Vlaanderen

Journal Res Publica, Issue 3 2015
Authors Bas Denters, Maurits Sanders, Trui Steen e.a.
Author's information

Bas Denters
Bas Denters is gewoon hoogleraar bestuurskunde aan het Departement Bestuurskunde van de Universiteit Twente, wetenschappelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG).

Maurits Sanders
Maurits Sanders is associate lector governance aan Saxion en zakelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG).

Trui Steen
Trui Steen is hoofdocent ‘bestuurlijke organisatie van de overheid’ aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven en hoofddocent ‘vergelijkende bestuurskunde’ aan de Universiteit Leiden.

Luzia Helfer
Luzia Helfer is doctoraatsstudente aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen.
Symposium

De internationalisering van het bama-onderwijs

Journal Res Publica, Issue 1 2015
Authors Peter Bursens, René Torenvlied and Isabelle De Coninck
Author's information

Peter Bursens
Peter Bursens is hoogleraar verbonden aan ACIM (Antwerp Centre for Institutions and Multi-level Politics) van de Universiteit Antwerpen (UA), Jean Monnet professor, voorzitter van de Onderwijscommissie van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, en van een adviesgroep inzake internationalisering voor de vice-rector van de Universiteit Antwerpen.

René Torenvlied
René Torenvlied is hoogleraar Publiek Management verbonden aan de Vakgroep Bestuurskunde van de Universiteit Twente, opleidingsdirecteur van de Engelstalige bacheloropleiding ‘European Public Administration’ en de Engelstalige masteropleidingen ‘Public Administration’ en ‘European Studies’, en programmaleider van de Nederlandstalige professionele masteropleiding ‘Master of Public Management’.

Isabelle De Coninck
Isabelle De Coninck is bachelor European Studies (Universiteit Maastricht) en master Vergelijkende en Internationale Politiek (KU Leuven), en wetenchappelijk medewerker aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven.
Article

Welke eurocrisis? Een vergelijkende analyse van de nieuwsverslaggeving in de Lage Landen

Journal Res Publica, Issue 4 2014
Keywords content analysis, euro crisis, newspapers, EU news, framing
Authors Willem Joris and Leen d’Haenens
AbstractAuthor's information

    This article presents a comparative analysis of the news coverage on the euro crisis in Flanders (Dutch-speaking Belgium) and the Netherlands. The aim of the research was to identify how newspapers in the Low Countries have portrayed the roots of the crisis, the main victims, and those held responsible to solve the crisis, and ways to do so. This study also analyzed the differences across geographical contexts and types of newspapers. Furthermore, it examined how the coverage changed as the crisis continued. Research findings include that Flemish newspapers more often reported about the causes of the crisis, whereas the Dutch newspapers published more articles discussing the responses to it. Furthermore, financial newspapers provided more news stories searching for a solution, while popular newspapers usually published short, factual descriptions.


Willem Joris
Willem Joris is wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Hij doet een doctoraatsonderzoek over de ‘eurocrisis in het nieuws’.

Leen d’Haenens
Leen d’Haenens is gewoon hoogleraar aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsinteresses omvatten westers mediabeleid, jongeren en (sociale) media, media en sociale bewegingen, mediadiversiteit, en journalism studies.
Article

Het meten van discourscoalities met discoursnetwerkanalyse

Naar een formele analyse van het politieke vertoog

Journal Res Publica, Issue 3 2014
Keywords Discourse analysis, social network analysis, discourse coalitions, policy conflict, methodology, public policy
Authors Allan Muller
AbstractAuthor's information

    Since the ‘argumentative turn’ in policy analysis scholars have increasingly focused on discourse as an explanatory factor for the analysis policy processes. This has resulted in a proliferation of rich and deep qualitative discourse-analytical studies on a vast range of policy controversies. However, these studies have two important shortcomings: firstly, they offer limited possibilities for comparative research, because they lack an objectified and standardized measuring instrument. Secondly, according to some critics, these studies do not live up to scientific standards.
    This article presents a method based on a combination of content analysis and social network analysis which can be complementary to qualitative approaches, in order to answer to these shortcomings. It is exemplified by a limited case study on two debates within the policy domain of transport-mobility in Flanders. The article concludes with a discussion of a number of possible applications of the method within the broader discipline of political science.


Allan Muller
Allan Muller is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoek richt zich op de formele meting van beleidsposities en beleidscontroverse op basis van discours, alsook op de comparatieve analyse van beleidscontroverses.
Research Note

De perceptie van etnische diversiteit en negatieve houdingen ten opzichte van immigranten

Een multilevelanalyse van Belgische gemeenten

Journal Res Publica, Issue 2 2014
Authors Marc Hooghe and Thomas de Vroome
Author's information

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar Politieke Wetenschappen en directeur van het Centre for Citizenship and Democracy aan de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op de thema’s van sociaal kapitaal, sociale cohesie en politieke participatie. Hij is houder van een ERC Advanced Grant voor een onderzoek naar de verbindingsmechanismen tussen burgers en de staat in West-Europa.

Thomas de Vroome
Thomas de Vroome is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centre for Citizenship and Democracy aan de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op migratie en integratie, interetnische relaties en democratische attituden. Enkele recente publicaties gaan over etnisch-culturele groepsverschillen in sociaal vertrouwen, politiek vertrouwen en subjectief welbevinden.
Symposium

Partijen schrijven programma’s

Journal Res Publica, Issue 1 2014
Authors Caroline Gennez, Frederiek Vermeulen, Vincent Van Peteghem e.a.
Author's information

Caroline Gennez
Caroline Gennez studeerde politieke wetenschappen aan de KU Leuven. Ze was jongerenvoorzitter van de Vlaamse socialisten en bekleedde verschillende politieke functies op lokaal, Vlaams en federaal vlak. Van 2007 tot 2011 was ze voorzitter van sp.a. Ze was ook voorzitter van het Advisory Committee on the Fundamental Programme of the Party of European Socialists (PES). Momenteel is ze lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en lijsttrekker in de provincie Antwerpen voor het Vlaams Parlement.

Frederiek Vermeulen
Frederiek Vermeulen werkt voor de European Securities and Markets Authority (ESMA) in Parijs. Hij was lid van Innesto30 en sinds zijn studententijd actief binnen de christendemocratische beweging op lokaal, nationaal en Europees vlak. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Vincent Van Peteghem
Vincent Van Peteghem is professor Operations Management aan de EDHEC Business School (Lille). Hij was lid van Innesto30 en jarenlang regionaal en provinciaal voorzitter van JONGCD&V Oost-Vlaanderen. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 is hij fractieleider voor CD&V in De Pinte. Bij de komende verkiezingen is hij kandidaat voor de federale verkiezingen in Oost-Vlaanderen. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Marjolein Meijer
Marjolein Meijer is doctor in de politieke wetenschappen (Universiteit Antwerpen). Zij is al enkele jaren actief binnen GroenLinks en werd in maart 2013 verkozen als internationaal secretaris in het landelijk partijbestuur. In die rol was zij lid van de programmacommissie voor de Europese verkiezingen van GroenLinks. Ze is als delegatieleider van GroenLinks bij de Europese Groene Partij betrokken bij de totstandkoming van het common manifesto. Zij is werkzaam als strategisch onderzoeker bij de Gemeente Almere en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Article

De wetgevende macht van de media?

Een kwantitatieve analyse van media-effecten op de behandeling van wetsvoorstellen

Journal Res Publica, Issue 4 2013
Keywords media effects, legislation, policy process, lawmaking, Dutch politics, newspaper coverage
Authors Lotte Melenhorst
AbstractAuthor's information

    The media are a much-discussed subject in both the scientific and the public debate on the functioning of democracy. Nevertheless, there is relatively little empirical research on the effects of media on the most fundamental aspect of politics: the legislative process. However, this type of research is important because it helps us gain insight into the influence journalists exert. This study analyses the influence of media attention for bills on the legislative process in the Netherlands. A quantitative analysis of the newspaper coverage for recently discussed bills indicates that the parliamentary process is influenced by this coverage. This first study of media-effects on the Dutch legislative process suggests that more media-attention leads to the introduction of more amendments by both members of government and members of parliament.


Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek maakt deel uit van een door NWO gefinancierd VIDI-project over de relatie tussen media en politiek en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.

Bo Andersen
Norwegian Space Centre (bo@spacecentre.no).

Birger Johansen
Norwegian Space Centre (bo@spacecentre.no).
Showing 1 - 20 of 50 results
« 1 3
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.