Search result: 23 articles

x
Book Review

Access_open Marc Hertogh, Nobody’s Law, Legal Consciousness and Legal Alienation in Everyday Life

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2020
Keywords Vervreemding, Naleving van wetten, Legitimiteit, Rule of Law
Authors Irawan Sewandono
Author's information

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Article

Access_open Recht en politiek in de klimaatzaken

Een sleutelrol voor het internationaal recht in de argumentatie van de nationale rechter

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2020
Authors Vincent Dupont
AbstractAuthor's information

    Ever since it was published in 2015, the judgment of the The Hague court in the so-called Urgenda-case, and the subsequent decisions of the appellate and cassation courts confirming it, have been met with repeated and vivid critiques. By recognizing the necessity of the reduction in greenhouse gas emissions, and furthermore imposing a certain reduction level on the Dutch state, the judgments in the cases at hand gave rise to many questions concerning the position of the judiciary in the matter, and in Dutch society as a whole. This article attempts in the first place to situate the positions of the different actors intervening in the Urgenda-case within a legal-theoretical framework. The contribution subsequently explores the strategic possibilities that an alternative understanding of law could offer to the judges, focusing specifically on the use of legal instruments stemming from international law, brought into the reasoning of the national judge.


Vincent Dupont
Vincent Dupont studeerde in 2017 af als Master of Laws aan de KU Leuven en volgt momenteel een opleiding sociologie aan de Université libre de Bruxelles, Unicamp in São Paulo en de École des hautes études en sciences sociales in Parijs.
Article

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Authors Nanda Oudejans and Antony Pemberton
AbstractAuthor's information

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Symposium

Helt de ivoren toren naar links?

Journal Res Publica, Issue 2 2018
Authors Pieter Pekelharing, Louise Hoon and Soumia Akachar
Author's information

Pieter Pekelharing
Pieter Pekelharing is docent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.

Louise Hoon
Louise Hoon is aspirant bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en Université Libre de Bruxelles.

Soumia Akachar
Soumia Akachar is universitair docent sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is onlangs gepromoveerd op de afdeling Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar proefschrift ging over hoe Vlaamse moslimjongeren zich al dan niet politiek vertegenwoordigd voelen.
Article

Bijzondere buren

Lokaal bestuur en lokale verkiezingen in Nederland en Vlaanderen

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords The Netherlands, Flanders, Belgium, local government, local politics, elections
Authors Julien van Ostaaijen
AbstractAuthor's information

    Even though they are portrayed as culturally and mentally very different, the Dutch and the Flemish share a border, a part of their history, and their language. Little oversight has been provided regarding the similarities and differences in terms of their democratic and political institutions and their mode of operation. This is especially the case for the local level. With upcoming local elections in both the Netherlands and Flanders/Belgium, this article presents an oversight of similarities and differences regarding local government and local elections in both territories. The main conclusion is that there are differences and similarities in both the local institutional setting and government practice. In local government practice however, the differences stand out.


Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is als universitair docent verbonden aan de Tilburg School of Governance van Tilburg University. Hij doet veel onderzoek naar lokale democratie en heeft onder meer gepubliceerd over de rol van de gemeenteraad, lokale partijen, de aanstellingswijze van wethouders en burgemeesters, burgerbetrokkenheid en de opkomst bij (lokale) verkiezingen. Zijn proefschrift ging over de vraag hoe veranderingen in het lokaal bestuur kunnen worden doorgevoerd. Voor meer informatie over zijn werk: www.vanostaaijen.nl

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Article

Access_open Religie en cultuur in familierechtelijke beslissingen over kinderen

Journal Family & Law, September 2015
Authors Mr. dr. Merel Jonker, Rozemarijn van Spaendonck and Mr. dr. Jet Tigchelaar
AbstractAuthor's information

    In deze bijdrage worden de resultaten gepresenteerd van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek naar de wijze waarop religie en cultuur betrokken worden in de overwegingen van de rechter in familierechtelijke beslissingen over kinderen in Nederland. Naast een kwantitatief overzicht van de gepubliceerde jurisprudentie worden de uitspraken inhoudelijk ontsloten en geanalyseerd aan de hand van thema's zoals bloedtransfusies, cultuurverschillen en identiteitsontwikkeling, rituelen (besnijdenis en doop) en schoolkeuze. Bij de analyse wordt onderscheid gemaakt tussen de rechten van het kind en de rechten van ouders, en wordt ingegaan op de vraag welke criteria de rechter hanteert voor de afweging van de rechten van het kind en diens ouders. Ook wordt besproken in hoeverre internationale normen herkenbaar zijn in de overwegingen van de rechter. Uit de 79 rechtszaken waarin de rechter overwegingen wijdt aan religie en cultuur, blijkt dat deze aspecten zowel positieve als negatieve effecten kunnen hebben op het belang van het kind en met name op de identiteitsontwikkeling van het kind. De rechter hanteert hierbij criteria zoals: schade voor de gezondheid van het kind, sociale aansluiting met anderen van dezelfde religieuze of culturele achtergrond, en praktische overwegingen.
    This contribution presents the results of an extensive Dutch case law study on the way in which religion and culture play a role in the considerations of judges in family law decisions regarding children. In addition to a quantitative overview of the published case law in the Netherlands, the decisions are analysed on the basis of themes such as blood transfusion, culture differences and identity development, rituals (circumcision and baptism), and choosing a school. In the analysis, a distinction is made between the rights of the child and the rights of parents. Furthermore, the criteria which the judge deploys to balance the rights of the child and the rights of its parents are addressed. Finally, the extent to which international legal standards can be identified in the considerations of the judge is discussed. From the 79 cases in which the judge consider to religion and culture, it appears that these aspects can have both positive and negative effects upon the best interests of the child, and in particular upon the identity development of the child. In these cases, the judge uses criteria such as: harm to the health of the child, social connections with others of the same religious and cultural background, and practical day-to-day considerations.


Mr. dr. Merel Jonker
Merel Jonker is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

Rozemarijn van Spaendonck
Rozemarijn van Spaendonck is Legal Research Master student en is vanaf 1 november 2015 als aio verbonden aan de vakgroep Strafrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. Jet Tigchelaar
Jet Tigchelaar is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Staats- en bestuursrecht en rechtstheorie van de Universiteit Utrecht en aan het Utrecht Centre for European research into Family Law (UCERF).

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.
Essay

Het compromis 2.0.

De meerwaarde van het uitruilprincipe voor de Nederlandse en Belgische politiek

Journal Res Publica, Issue 3 2014
Authors Nicolas Bouteca and Bart-Jan Heine
Author's information

Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca is doctor in de politieke wetenschappen. Hij promoveerde in 2011 op een proefchrift over ideologische convergentie. Momenteel werkt hij als doctor-assistent aan de UGent waar hij lid is van de onderzoeksgroep GASPAR. Zijn interesses zijn: ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgisch federalisme.

Bart-Jan Heine
Bart-Jan Heine is als promovendus verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschap (Universiteit Leiden). Zijn proefschrift gaat over de Nederlandse consensusdemocratie. Daarvoor bestudeert hij de politieke besluitvorming in de periode 1950-2000 rondom de centrale sociaaleconomische (socialezekerheidsstelsel, WAO) en religieus-ethische (abortus, euthanasie) kwesties.
Article

De opkomstkloof tussen jongvolwassenen en ouderen in nationale verkiezingen

Een vergelijkend onderzoek

Journal Res Publica, Issue 1 2013
Keywords turnout, national elections, age gap, electoral competition, comparative research
Authors Kaat Smets
AbstractAuthor's information

    Recent research from Canada, Great Britain, and the United States indicates that turnout in national elections is declining rapidly among young adults. As a consequence of this trend, the age gap in voter turnout between younger and older voters widens. The aim of this paper is to understand whether similar patterns are observed in other Western democracies. Based on national election studies from eight European countries, Canada, and the United States, turnout patterns of younger and older citizens are traced and compared over the past decades. In a second step, a first attempt at explaining aggregate patterns is made. More specifically, the hypothesis that young people are particularly sensitive to the level of competitiveness between political parties is assessed. In low stake elections, turnout patterns of young citizens are expected to be relatively low. Therefore, declining turnout levels among young adults could be a sign of declining levels of political competitiveness. Nonetheless, multivariate analyses show that different measures of political competitiveness neither directly affect the age gap nor the turnout levels of young voters.


Kaat Smets
Kaat Smets is momenteel als postdoctoral fellow verbonden aan het Centre for the Study of Political Change (CIRCaP) van de Universiteit van Siena, Italië. Zij houdt zich bezig met diverse onderzoeksprojecten gericht op de publieke opinie. Haar onderzoeksinteresse gaat verder uit naar politiek gedrag, politieke socialisatie, politieke communicatie en vergelijkende politicologie en kwantitatieve onderzoekmethoden.

    Het NILG heeft in opdracht van het WODC onderzocht of het wenselijk is om een aanvullende wettelijke regeling te treffen voor het stelsel ‘koude uitsluiting’. In deze literatuurbespreking vindt u een bespreking van dit rapport, evenals de reactie (dd. 26 september 2011) van de staatssecretaris op dit rapport.
    ---
    The NILG (Netherlands Institute for Law and Governance) was commissioned by the WODC (the Dutch abbreviation for Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, in English: Research and Documentation Centre) to investigate the necessity to provide an additional legal regulation of the total separation of property (contractual regime allowing spouses or registered partners to exclude any community of assets). In this review the author discusses the above-mentioned report and the response of the State Secretary (dated September 26th, 2011).


Mr. Evelien Verhagen
Evelien Verhagen studied Dutch law and notarial law at the Radboud University Nijmegen. In 2008, she graduated in Dutch law with cum laude with the thesis topic 'Current developments in the conception of the cooling off period and the requirement that an agreement must be in writing according to article 7:2 of the Dutch Civil Code'. She is now a PhD student at the Molengraaff Institute for Private Law, where she is writing her dissertation on the topic: 'Reasonableness and fairness in the law of persons and Family Law; magic potion of flexibility or poisonous uncertainty?' .
Article

Politici aan het woord

Een onderzoek naar politici en hun taalstijlen

Journal Res Publica, Issue 2 2010
Keywords Political metaphor, Flemish-Belgian politics, political interviews, ideological style
Authors Christ’l De Landtsheer and Dieter Vertessen
AbstractAuthor's information

    This article details metaphor styles in Belgian-Flemish political discourse. Some scholars complain about uniformity and colorlessness of the modern political discourse. In this 'sound bite culture', metaphor plays, nevertheless, a major role. Sound bites were, in fact, found to rely upon these traditional elements of style. The present, empirical, article examines variety in metaphor used by Flemish politicians. The first part consists of a quantitative metaphor analysis of written press interviews with male and female politicians. The second part presents the results of in-depth interviews with politicians on the subject of their own and colleagues' political (metaphor) style strategies. The conclusion confronts politicians' impressions with our findings on political (metaphor) style in Flanders.


Christ’l De Landtsheer
Christ'l De Landtsheer (1956) is hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoeksdomein omvat linguïstische, psychologische, socialisatie- en nieuwe media aspecten van politieke communicatie.

Dieter Vertessen
Dieter Vertessen (1982) is lector aan de Karel De Grote-Hogeschool Antwerpen. Zijn interesse gaat uit naar politieke marketing en online communicatie.

Peter Demant
Peter Demant (°1951) is als associate professor verbonden aan de Universidade de São Paulo (USP) in Brazilië waar hij onder andere Geschiedenis der Internationale Betrekkingen doceert aan het Instituto de Relações Internacionais (IRI). Hij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over Israëlisch nederzettingsbeleid in Palestijnse gebieden (1988), was research associate aan het Harry S Truman Research Institute for the Advancement of Peace aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, en houdt zich tegenwoordig vooral bezig met religieus radicalisme in Midden-Oostenconflicten, de relatie islamitische wereld – westen (Islam vs. Islamism. Westport and London, 2006), en de oorzaken van westerse hegemonie.

Rien Rouw
Rien Rouw (1965) is senior adviseur kennis bij de rijksoverheid. Daarnaast is hij gastonderzoeker bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Eerder werkte hij bij de Algemene Rekenkamer en bij de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Bij de RMO schreef hij mee aan adviezen en publiceerde hij artikelen over uiteenlopende thema’s als geweld, waarden en normen, opvoeding, zorg, media en de verhouding tussen overheid en samenleving.

    Together with the city council elections, the citizens of Antwerp elected on 8 October 2006 for the second time their district councils. This new decentralised political level is primarily initiated to restore the confidence of the citizens in the city (and district) government(s). By analysing the results of the city and the district elections we try to find indications whether citizens feel closer to their new district governments or not. Firstly district elections resulted definitely not in less blank votes. Secondly, the number of list votes is higher on the district elections than on the city elections, while we would have expected a higher number of preferential votes. Thirdly, we see that the differences between the electoral results of the city elections and the district elections are becoming more pronounced. Although this last result seems to support the legitimacy of the decentralised district they merely reflect changes in the logic of the city elections. Mainly as a result of media coverage the city elections were direct elections of the mayor. Therefore voters used the district elections to vote for their preferred political party. This was not always possible at city level, because some parties did not have an eligible candidate for mayor. Generally spoken, we can conclude that the district elections do not give much proof of a closer connection between the citizens and the city government.


Peter Thijssen
Peter Thijssen doceert methodologie en politieke sociologie aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen, de Faculteit Rechten en de Managementschool van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek spitst zich toe op politieke attitudes en politieke participatie, in het bijzonder van verschillende leeftijdsgroepen. Recente boeken zijn ‘Van beschrijving naar inzicht’ (Acco, 2006) en ‘Babybom? Draagvlak van de intergenerationele solidariteit’ (Acco, 2006, met De Pauw).
Book Review

Access_open Walter van Gerven, The European Union. A Polity of States and Peoples.

Oxford and Portland, Oregon: Hart Publishing 2005, 397 p.

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2006
Keywords bestuurder, auteur, verdrag, Europese unie, legitimiteit, democratie, lidstaat, identiteit, referendum, aansprakelijkheid
Authors S. Dierckxsens

S. Dierckxsens
Article

Populisme en de ambivalentie van het egalitarisme

Hoe rijmen sociaal zwakkeren een rechtse partijvoorkeur met hun sociaal-economische attitudes?

Journal Res Publica, Issue 4 2005
Authors Anton Derks
AbstractAuthor's information

    The decline of traditional class voting is at the centre of the Class Politics debate. From the framework of traditional class analysis a labourer’s right wing vote appears ‘unnatural’. A right wing vote is thought to damage the interests of the economically precarious groups. This paper attempts to understand the phenomenon of so-called unnatural voting behaviour starting from the populism concept. From a theoretical literature study we analyse the relationship between populism and attitudes regarding the economic left-right cleavage. We argue that right-wing populism appeals to a cry for equality, yet at the same time mobilises this sentiment against the institutions of the welfare state. In that way populist right parties succeed in attuning their economic discourse to the socio-economic attitudes of broad layers of the population, including economically precarious categories. The empirical relevance of this hypothesis is tested on the case of Flanders.


Anton Derks
Postdoctoraal Onderzoeker FWO-Vlaanderen aan de Vrije Universiteit Brussel.

M.A.J.M. Buijsen
Article

Access_open Grondwet en democratie

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2005
Keywords verdrag, referendum, lidstaat, constitutie, regering, democratie, Europese unie, identiteit, schade, vervreemding
Authors W. Veraart

W. Veraart
Article

Access_open Jan Vranken en de draak

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2004
Keywords burgerlijk recht, belangenafweging, rechtspraak, wetgeving, verlies, belanghebbende, bewijslast, levering, aansprakelijkheid, aanwijzing
Authors A.-J. Kwak

A.-J. Kwak
Showing 1 - 20 of 23 results
« 1
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.