Search result: 45 articles

x
Article

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2021
Keywords classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Authors Alban Mik
AbstractAuthor's information

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Nationale constitutie versus internationale jurisdictie?

De rol van de rechter vanuit internationaalrechtelijk perspectief

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2020
Authors Anneloes Kuiper-Slendebroek
AbstractAuthor's information

    Voor het evenwicht tussen de staatsmachten, maar ook voor de ontwikkeling van internationaal recht, is de wijze waarop de nationale rechter zijn rol vervult van belang: gedraagt hij zich als rechtsvormer of als een rechtshandhaver? Zowel de legitimatie en vorming van het internationale recht als de handhaving van de internationale verplichtingen van de Staat op nationaal niveau zijn hiervan afhankelijk. Deze belangen worden bezien vanuit internationaal perspectief en uiteengezet aan de hand van recente jurisprudentie.


Anneloes Kuiper-Slendebroek
Anneloes Kuiper-Slendebroek is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.

    Hoe was het met de Nederlandse rechtsfilosofie gesteld in de eerste jaren na de bevrijding? In die periode lag binnen de Vereniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) het accent op de verhouding tussen recht en gerechtigheid in het licht van het recente verleden. Dit artikel bespreekt interventies van drie actieve VWR-leden in de jaren 1946-1949: C.M.O. van Nispen tot Sevenaer, I. Kisch en G.E. Langemeijer. Gelet op het sterke accent op de relatie tussen recht en moraal in deze periode, is het niet verwonderlijk dat de rechtsfilosofie van Gustav Radbruch destijds binnen de VWR veel bijval kreeg. Wat was Radbruchs invloed op deze drie rechtsfilosofen? Het artikel besluit met een bespreking van de herdenkingsrede die VWR-voorzitter M.P. Vrij in 1949 uitsprak bij het dertigjarig bestaan. Deze rede markeert het eindpunt van vier jaar van intensieve aandacht voor de rechtsfilosofische implicaties van de ervaring van juridisch onrecht.


Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open De tijd van gewortelde vreemdelingen

Een filosofische analyse van tijd en worteling als grond voor verblijfsaanspraken van vreemdelingen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords migratierecht, vreemdelingen, tijd, identiteit, vanzelfsprekend worden
Authors Martijn Stronks
Abstract

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Martijn Stronks

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de KU Leuven en was in 2003 en 2004 hoofdredacteur van Res Publica.

    Op 29 september 2015 werd te Antwerpen een studiedag georganiseerd getiteld, ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Aangezien tegenwoordig steeds meer kinderen opgroeien in een nieuw samengesteld gezin, rijst de vraag hoe kinderen deze nieuwe gezinssamenstelling ervaren en welke functies de verschillende betrokken professionals daarbij vervullen. Tijdens de studiedag stond deze vraag centraal en werd het ontstaan van een dergelijk nieuw samengesteld gezin na echtscheiding vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij werden de ervaringen met het ouderschapsplan in Nederland eveneens toegelicht, en dit vanuit juridisch en sociologisch standpunt. Vervolgens werden een aantal workshops georganiseerd waar onder meer de pedagogische ouderschapsbelofte met de opvoedingspiramide aan bod kwam, het juridische ouderschapsplan, het plusouderschapsplan, alsook de rol van magistraten in de familie- en jeugdrechtbanken. Tot slot vond een debat plaats tussen verschillende panelleden, zijnde prof. Frederik Swennen, mevrouw Nancy Bleys, raadgever Justitie bij het Vlaams Ministerie van Welzijn, de federaal minister van Justitie, Koen Geens en een jongerenvertegenwoordiger, Thomas van Grinsven.
    On September 29th 2015 a conference was held in Antwerp. The title of the conference was ‘Family transitions from the perspective of the children’. Because nowadays an increasing number of children grow up in newly recomposed families, questions arise concerning the influence of these newly recomposed families on the wellbeing of children who live in these families. Moreover, questions arise about the part which different professionals play within this context. The family recomposition and its impact were studied from different perspectives. Since the Netherlands has introduced an ‘ouderschapsplan’ (‘parenting plan’) some time ago, several findings on such plans were presented from a legal and a sociological perspective. Thereafter, workshops were organised which concerned de ouderschapsbelofte (‘the parental promise’), het juridische ouderschapsplan (‘the legal parenting plan’), het plusouderschapsplan (the ‘plus parenting plan’) and the role played by magistrates confronted with conflicts in the family court. Finally, a debate was held between prof. Frederik Swennen, the Flemish Minister of Welfare, Nancy Bleys, the federal Minister of Justice Koen Geens and Thomas Van Grinsven as a representative of the youth.


Ulrike Cerulus
Ulrike Cerulus is a researcher at the law faculty of Hasselt University (Belgium), where she is preparing a PhD thesis with respect to parental rights and responsibilities within recomposed families.

Charlotte Mol
Charlotte Mol is a student assistant at the Utrecht Centre for European Research into Family Law (the Netherlands).

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.

Arend Soeteman
Arend Soeteman is emeritus hoogleraar Encyclopedie der Rechtswetenschappen en rechtsfilosofie, Vrije Universiteit Amsterdam.

    The article takes as its point of departure some of the author’s multidisciplinary projects. Special attention is given to the question of whether the disciplines united in the various research team members already constituted a kind of ‘inter-discipline’, through which a single object was studied. The issue of how the disciplinary orientations of the research team members occasionally clashed, on methodological issues, is also addressed.
    The outcomes of these and similar multidisciplinary research projects are followed back into legal practice and academic legal scholarship to uncover whether an incorporation problem indeed exists. Here, special attention will be given to policy recommendations and notably proposals for new legislation. After all, according to Van Dijck et al., the typical role model for legal researchers working from an internal perspective on the law is the legislator.
    The author concludes by making a somewhat bold case for reverse incorporation, that is, the need for (traditional) academic legal research to become an integral part of a more encompassing (inter-)discipline, referred to here as ‘conflict management studies’. Key factors that will contribute to the rise of such a broad (inter-)discipline are the changes that currently permeate legal practice (the target audience of traditional legal research) and the changes in the overall financing of academic research itself (with special reference to the Netherlands).


Annie de Roo
Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Gert Spaargaren
Gert Spaargaren studeerde sociologie en is binnen Wageningen Universiteit betrokken bij onderwijs en onderzoek in de (milieu)sociologie. Hij schreef een proefschrift over de ecologische modernisering van productie en consumptie in laatmoderne samenlevingen. Zijn onderzoek richt zich speciaal op de bijdrage van burgerconsumenten aan het verduurzamen van leefstijlen en gedragspatronen in verschillenden domeinen van alledaagse consumptie (wonen, mobiliteit, vakantie, voeding, vrije tijd) in verschillende werelddelen. De theorie van sociale praktijken speelt een belangrijke rol bij het analyseren van duurzame consumptie vanuit sociologisch perspectief.

Arthur Mol
Arthur Mol is hoogleraar milieubeleid aan Wageningen Universiteit en aan Tsignhua University, China. Hij is tevens directeur van de onderzoeksschool Wageningen School of Social Sciences. Hij onderzoekt op welke wijze en met behulp van welke instituties moderne samenlevingen trachten milieuproblemen te adresseren en mitigeren. Hij verricht daarvoor onderzoek in verschillende delen van de wereld, op verschillende schaalniveaus en op verschillende milieuprobleemvelden.
Research Note

De belofte van nieuw institutionalisme

Een verklaring van de afwezigheid van een Wereld of Verenigde Naties Milieu Organisatie

Journal Res Publica, Issue 3 2014
Authors Marjanneke J. Vijge
Author's information

Marjanneke J. Vijge
Marjanneke J. Vijge promoveert op het beleidsmechanisme voor de vermindering van emissies door ontbossing (REDD+) aan de milieubeleidgroep van Wageningen Universiteit. Haar onderzoek richt zich met name op de politieke en sociale consequenties van REDD+ op internationaal, nationaal en lokaal niveau. Daarnaast richt zij zich in haar werk op internationale milieubeleid in het algemeen.

    In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het erfrechtelijke ‘willekeur’-begrip. Volgens de minister is het niet toegestaan dat een erflater een legaat maakt dat afhankelijk is van de willekeur van een ander. Wanneer is hiervan sprake en hoe zwaar dient aan dit, door de minister uitgesproken, ’willekeurverbod’ getild te worden? Aan de hand van een korte beschouwing van het bepaaldheidsvereiste, de corrigerende rol die de redelijkheid en billijkheid in ons vermogensrecht kan spelen, een analyse van het Duitse § 2065 I BGB, de al dan niet toelaatbaarheid van de potestatieve voorwaarde en een vergelijking met de schenking, kan naar het oordeel van de auteur worden gesteld dat voor erfrechtelijke willekeur niet gauw gevreesd hoeft te worden.
    ---
    This contribution examines the definition of arbitrariness in Dutch succession law. According to the Ministry of Justice of the Netherlands, a testator is not permitted to make a bequest subject to the arbitrariness of a third party. What does arbitrariness mean, and how important is this ’prohibition of arbitrariness’? Based on a review of the determinable terms, the role of equity and fairness in Dutch property law, the German provision § 2065 I BGB, the principle of ’potestatieve voorwaarde’, and through comparison with benefactions, the author suggests that there is hardly any risk of arbitrariness in Dutch succession law.


Dr. Nathalie Bauduin
Nathalie Bauduin is a PhD student at the Centre for Notary Law of Radboud University Nijmegen.
Symposium

Partijen schrijven programma’s

Journal Res Publica, Issue 1 2014
Authors Caroline Gennez, Frederiek Vermeulen, Vincent Van Peteghem e.a.
Author's information

Caroline Gennez
Caroline Gennez studeerde politieke wetenschappen aan de KU Leuven. Ze was jongerenvoorzitter van de Vlaamse socialisten en bekleedde verschillende politieke functies op lokaal, Vlaams en federaal vlak. Van 2007 tot 2011 was ze voorzitter van sp.a. Ze was ook voorzitter van het Advisory Committee on the Fundamental Programme of the Party of European Socialists (PES). Momenteel is ze lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en lijsttrekker in de provincie Antwerpen voor het Vlaams Parlement.

Frederiek Vermeulen
Frederiek Vermeulen werkt voor de European Securities and Markets Authority (ESMA) in Parijs. Hij was lid van Innesto30 en sinds zijn studententijd actief binnen de christendemocratische beweging op lokaal, nationaal en Europees vlak. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Vincent Van Peteghem
Vincent Van Peteghem is professor Operations Management aan de EDHEC Business School (Lille). Hij was lid van Innesto30 en jarenlang regionaal en provinciaal voorzitter van JONGCD&V Oost-Vlaanderen. Sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 is hij fractieleider voor CD&V in De Pinte. Bij de komende verkiezingen is hij kandidaat voor de federale verkiezingen in Oost-Vlaanderen. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Marjolein Meijer
Marjolein Meijer is doctor in de politieke wetenschappen (Universiteit Antwerpen). Zij is al enkele jaren actief binnen GroenLinks en werd in maart 2013 verkozen als internationaal secretaris in het landelijk partijbestuur. In die rol was zij lid van de programmacommissie voor de Europese verkiezingen van GroenLinks. Ze is als delegatieleider van GroenLinks bij de Europese Groene Partij betrokken bij de totstandkoming van het common manifesto. Zij is werkzaam als strategisch onderzoeker bij de Gemeente Almere en schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

David Hollanders
David Hollanders is onderzoeker bij het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS) en docent bij het University College Utrecht.

Barbara Vis
Barbara Vis is hoogleraar Politieke Besluitvorming aan de afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam, waar zij onder meer een VIDI-project getiteld ‘HIGH-RISK POLITICS’ leidt (www.highriskpolitics.org).

Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Zij doet onderzoek naar wie (bijvoorbeeld welke organisaties) en wat (bijvoorbeeld welke vorm van participatie) invloed geven op beleid en hoe dit samenhangt met het vertrouwen van de burger.

Bertjan Wolthuis
Bertjan Wolthuis is Assistant Professor at the Faculty of Law of VU University Amsterdam.
Article

Samen naar de kiezer

De vorming van pre-electorale allianties tussen CD&V en N-VA en tussen SP.a en Groen! bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006

Journal Res Publica, Issue 4 2011
Keywords political parties, pre-electoral alliances, party strategies, local politics
Authors Tom Verthé and Kris Deschouwer
AbstractAuthor's information

    Political parties normally compete in elections individually. Yet, sometimes they join forces and form pre-electoral alliances. This rather unusual strategy contains both costs and benefits. In this article we try to identify those costs and benefits by opening up the black box of internal party decision making in considering pre-electoral alliance formation. We start by assuming that parties of different electoral sizes could have different motives to face the voter as one electoral list. Through in-depth interviews at the local level in Flanders, we have studied pre-electoral alliance formation for the municipal elections in 2006. We find that the arguments of large parties mainly focus on becoming the leading formation and thus claiming the initiative in coalition formation. Small parties have more varied motives for forming or failing to form a pre-electoral alliance.


Tom Verthé
Tom Verthé is aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en doctoraatsstudent in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen en verkiezingen en in het bijzonder over preelectorale alliantievorming.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen, verkiezingen, federalisme en regionalisme en politieke besluitvorming in verdeelde samenlevingen.
Book Review

Access_open Peter Rijpkema, Gijs van Donselaar, Bruno Verbeek, Henri Wijsbek (red.), Als vuur

Opstellen voor Govert den Hartogh ter gelegenheid van zijn emeritaat

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2011
Authors Femke Storm and Jaap Zwart
AbstractAuthor's information

    Book review of Peter Rijpkema, Gijs van Donselaar, Bruno Verbeek, Henri Wijsbek (red.), Als vuur


Femke Storm
Femke Storm studied Law and Psychology at VU University Amsterdam.

Jaap Zwart
Jaap Zwart is Lecturer at the Department of Legal Theory, VU University Amsterdam.
Article

Weinig speelruimte, onmiskenbare invloed: het Belgisch EU-Voorzitterschap en de Europese sociale agenda

Journal Res Publica, Issue 3 2011
Keywords EU Presidency, Belgium, social policy, agenda-shaping, influence
Authors Olivier Pintelon and Wim Van Lancker
AbstractAuthor's information

    Traditionally, Belgian EU Presidencies are characterized by an ambitious social agenda. It is, however, unclear to what extent these ambitions are translated into real policy accomplishments. In this article we aim to disentangle the genuine influence of the Belgian 2010 EU Presidency on the European social policy agenda by applying the agenda-shaping framework developed by Jonas Tallberg. Making use of elite interviews and by studying policy documents, we reach a twofold conclusion. First of all, the Belgian Presidency has left its footprints in some specific social policy topics, especially with regard to social impact assessment and child poverty. However, – in line with theoretical expectations – agenda-setting initiatives were less successful than agenda-structuring techniques. Secondly, our findings also shed preliminary light on the determinants of Presidency influence as identified by Simone Bunse. We find that the Belgian social ambitions were curtailed by political and economic constraints, policy preferences in the Council, the difficult inter-institutional dialogue (especially with the European Commission), and the limited Presidency skills of certain Belgian policy actors.


Olivier Pintelon
Olivier Pintelon is onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (CSB) van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek handelt over het verdelingsvraagstuk in de welvaartstaat, met bijzondere aandacht voor armoede en inkomensongelijkheid.

Wim Van Lancker
Wim Van Lancker is onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (CSB) van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek richt zich op de sociale verdeling van gezinsbeleid (kinderbijslag, ouderschapsverlof en kinderopvang) in een Europees vergelijkende context en de relatie van gezinsbeleid met armoede, ongelijkheid en vrouwelijke arbeidsmarktparticipatie.
Showing 1 - 20 of 45 results
« 1 3
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.