Search result: 11 articles

x
Article

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Authors Wim Borst
AbstractAuthor's information

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.

Jan Kleinnijenhuis
Jan Kleinnijenhuis is als hoogleraar Communicatiewetenschap verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op de samenstelling van politiek en economisch nieuws in nationale en internationale media, alsmede op de totstandkoming en uitwerking daarvan.

    In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het erfrechtelijke ‘willekeur’-begrip. Volgens de minister is het niet toegestaan dat een erflater een legaat maakt dat afhankelijk is van de willekeur van een ander. Wanneer is hiervan sprake en hoe zwaar dient aan dit, door de minister uitgesproken, ’willekeurverbod’ getild te worden? Aan de hand van een korte beschouwing van het bepaaldheidsvereiste, de corrigerende rol die de redelijkheid en billijkheid in ons vermogensrecht kan spelen, een analyse van het Duitse § 2065 I BGB, de al dan niet toelaatbaarheid van de potestatieve voorwaarde en een vergelijking met de schenking, kan naar het oordeel van de auteur worden gesteld dat voor erfrechtelijke willekeur niet gauw gevreesd hoeft te worden.
    ---
    This contribution examines the definition of arbitrariness in Dutch succession law. According to the Ministry of Justice of the Netherlands, a testator is not permitted to make a bequest subject to the arbitrariness of a third party. What does arbitrariness mean, and how important is this ’prohibition of arbitrariness’? Based on a review of the determinable terms, the role of equity and fairness in Dutch property law, the German provision § 2065 I BGB, the principle of ’potestatieve voorwaarde’, and through comparison with benefactions, the author suggests that there is hardly any risk of arbitrariness in Dutch succession law.


Dr. Nathalie Bauduin
Nathalie Bauduin is a PhD student at the Centre for Notary Law of Radboud University Nijmegen.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Article

Access_open Legitimiteit, gemeenschap en rechtvaardigheid

Een kritiek op Dworkins verklaring voor legitimiteit

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2011
Keywords legitimacy, associative obligations, justice, community, Dworkin
Authors Thomas Decreus
AbstractAuthor's information

    In Law’s Empire Ronald Dworkin offers a specific answer to the age old question of political legitimacy. According to Dworkin, legitimacy originates in a ‘true community’ that is able to generate associative obligations among its members. In this article I illustrate how this answer contrasts with the moral and political principle of justice. The question remains how a conceptual link can be found between a community-based view on legitimacy and a more universal demand for justice. I try to answer this question by offering a close reading of Law’s Empire and other basic essays in Dworkin’s philosophy of law. In my attempt to solve this problem I propose an alternative view on community and legitimacy. In opposition to Dworkin I claim that legitimacy is prior to the community.


Thomas Decreus
Thomas Decreus is PhD student in political philosophy at the KULeuven Institute of Philosophy.
Book Review

Access_open Koen Lemmens & François Jongen (red.), Recht en literatuur.

Brugge: Die Keure 2007, 263 p.

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2008
Keywords verhaal, verzet, bewijslast, citaat, aansprakelijkheid, descente, doding, echtgenoot, echtgenote, gebrek
Authors C. Elion-Valter

C. Elion-Valter

    The article deals with the relationship between Islamic fundamentalism and the political participation of women. Firstly, it is discussed at length which political role women play in theories on Islamic fundamentalism. According to some scholars, it is indeed paramount to eliminate where possible, existing stereotypes which state that women are solely ‘placed’ in the private domain by fundamentalists. Secondly, the article examines the extent of actual political participation in a context of Islamic fundamentalism, more specifically the Islamic Republic of Iran. Models of political participation are often implicitly based on formal (electoral) forms of participation. However, women often remain invisible in these kinds of models. Consequently, the article centres on a possible broadening of the notion ‘political participation’ and the incorporation of new forms of informal political activities in the analysis of political participation.


Silvia Erzeel
Wetenschappelijk medewerkster aan de Vakgroep Politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.
Article

Access_open Naar aanleiding van 'A life of H.L.A. Hart'

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2005
Keywords identiteit, geschrift, student, claim, echtgenoot, echtgenote, identificatie, kwaliteit, levering, merk
Authors M. Adams

M. Adams
Article

Access_open Verhullend argumenteren in het vermogensrecht; Preadvies Vereniging voor Wijsbegeerte van het Recht, Springen met lemen voeten

vergadering van 12 december 2003

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2004
Keywords dier, schade, aansprakelijkheid, bezitter, overeenkomst, burgerlijk recht, risico, vergoeding, ouders, verzorging
Authors J.B.M. Vranken

J.B.M. Vranken
Article

Access_open De exceptie van openbare orde in het internationaal privaatrecht. Een juridisch middel om essentiële waardeconflicten op te lossen en fundamentele cultuurtegenstellingen te overbruggen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2003
Keywords openbare orde, huwelijk, rechtspraak, contract, echtgenoot, echtgenote, kind, verdrag, echtscheiding, personen- en familierecht
Authors L. Willemarck

L. Willemarck
Showing all 11 results
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.