Search result: 80 articles

x
Article

Access_open De blinde vlek in praktijk en discussie rond orgaandonatie

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue Pre-publications 2019
Keywords organ donation, ethics of organ donation, symbolic nature of the human body, ethics and ritual, symbolic legislation theory
Authors Herman De Dijn
AbstractAuthor's information

    In countries like Belgium and The Netherlands, there seems to be overwhelming public acceptance of transplantation and organ donation. Yet, paradoxically, part of the public refuses post-mortal donation of their own organs or of those of family members. It is customary within the transplantation context to accept the refusal of organ donation by family members “in order to accommodate their feelings”. I argue that this attitude does not take seriously what is really behind the refusal of donation by (at least some) family members. My hypothesis is that even in very secularized societies, this refusal is determined by cultural-symbolic attitudes vis-à-vis the (dead) human body (and some of its parts). The blind spot for this reality, both in the practice of and discussions around organ donation, prevents understanding of what is producing the paradox mentioned.


Herman De Dijn
Herman De Dijn is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven.
Article

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2019
Keywords oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Authors Corjo Jansen
AbstractAuthor's information

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Hoe was het met de Nederlandse rechtsfilosofie gesteld in de eerste jaren na de bevrijding? In die periode lag binnen de Vereniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) het accent op de verhouding tussen recht en gerechtigheid in het licht van het recente verleden. Dit artikel bespreekt interventies van drie actieve VWR-leden in de jaren 1946-1949: C.M.O. van Nispen tot Sevenaer, I. Kisch en G.E. Langemeijer. Gelet op het sterke accent op de relatie tussen recht en moraal in deze periode, is het niet verwonderlijk dat de rechtsfilosofie van Gustav Radbruch destijds binnen de VWR veel bijval kreeg. Wat was Radbruchs invloed op deze drie rechtsfilosofen? Het artikel besluit met een bespreking van de herdenkingsrede die VWR-voorzitter M.P. Vrij in 1949 uitsprak bij het dertigjarig bestaan. Deze rede markeert het eindpunt van vier jaar van intensieve aandacht voor de rechtsfilosofische implicaties van de ervaring van juridisch onrecht.


Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Discussion

Access_open Naar een kritische en relevante rechtstheorie

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2019
Keywords grondslagen, normatief systeem, buitenstaanderperspectief, empirisch perspectief
Authors Pauline Westerman
AbstractAuthor's information

    Een pleidooi om de eeuwige zoektocht naar abstracte normatieve grondslagen te staken en op zoek te gaan naar de voorwaarden voor het ontstaan en voortbestaan van normatieve systemen vanuit een buitenstaandersperspectief dat conceptuele anayse verbindt met historische en sociologische inzichten.


Pauline Westerman
Pauline Westerman is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Article

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Authors Thomas Jacobus de Jong
Abstract

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong
Article

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Authors Wim Borst
AbstractAuthor's information

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Article

Access_open De tijd van gewortelde vreemdelingen

Een filosofische analyse van tijd en worteling als grond voor verblijfsaanspraken van vreemdelingen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords migratierecht, vreemdelingen, tijd, identiteit, vanzelfsprekend worden
Authors Martijn Stronks
Abstract

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Martijn Stronks

Bart van Leeuwen
Bart van Leeuwen is universitair docent politieke theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij verricht onderzoek naar thema’s die samenhangen met verstedelijking, waaronder intercultureel stadsburgerschap, segregatie en dakloosheid.

Michael Merry
Michael Merry is hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in ethiek en onderwijs.

Karel Joos
Karel Joos is bestuurslid bij BEPACT en partner bij Interel, een Belgisch consultingbedrijf dat wereldwijd politiek advies verleent. Hij is de auteur van Lobbyen – Invloed, inzicht, impact (LannooCampus, 2015), het eerste Nederlandstalige handboek over corporate public affairs.
Article

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2017
Keywords empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Authors Vincent Geeraets and Wouter Veraart
AbstractAuthor's information

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

François Levrau
François Levrau is master Klinische Psychologie, master Moraalwetenschappen en doctor Sociale Wetenschappen. Momenteel is hij als doctor-assistent verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de UAntwerpen. Hij legt zich vooral toe op de politiek-filosofische studie van de multiculturele samenleving.
Article

Access_open Post-BEPS Tax Advisory and Tax Structuring from a Tax Practitioner’s View

Journal Erasmus Law Review, Issue 1 2017
Keywords BEPS, value creation, tax structuring, international taxation
Authors Paul Lankhorst and Harmen van Dam
AbstractAuthor's information

    The international tax landscape is changing and it is changing fast. The political perception is that taxation of multinational enterprises is not aligned with the ‘economic activity’ that produces their profits (i.e. not aligned with ‘value creation’). The perception links ‘value creation’ with ‘employees and sales’.
    In the BEPS Project of the OECD, the OECD attempts to combat base erosion and profit shifting and to align taxation with value creation. In this article, the authors discuss the impact they expect BEPS to have on tax advisory and tax planning. The focus goes to BEPS Actions 7, 8-10 and 13.
    By maintaining the separate entity approach under BEPS for the taxation of multinationals, has the OECD been forced to ‘stretch’ existing rules beyond their limits? Will the created uncertainty lead to a shift from ‘aggressive tax planning’ by multinationals to ‘aggressive tax collection’ by tax administrations? Will the role of tax advisory change from advising on the lowest possible effective tax rate to a broader advice including risk appetite and public expectations?


Paul Lankhorst
Paul Lankhorst, MSc LLM, is tax adviser at Loyens & Loeff.

Harmen van Dam
Harmen van Dam, LLM, is tax partner at Loyens & Loeff.
Article

Access_open Corporate Taxation and BEPS: A Fair Slice for Developing Countries?

Journal Erasmus Law Review, Issue 1 2017
Keywords Fairness, international tax, legitimacy, BEPS, developing countries
Authors Irene Burgers and Irma Mosquera
AbstractAuthor's information

    The aim of this article is to examine the differences in perception of ‘fairness’ between developing and developed countries, which influence developing countries’ willingness to embrace the Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) proposals and to recommend as to how to overcome these differences. The article provides an introduction to the background of the OECD’s BEPS initiatives (Action Plan, Low Income Countries Report, Multilateral Framework, Inclusive Framework) and the concerns of developing countries about their ability to implement BEPS (Section 1); a non-exhaustive overview of the shortcomings of the BEPS Project and its Action Plan in respect of developing countries (Section 2); arguments on why developing countries might perceive fairness in relation to corporate income taxes differently from developed countries (Section 3); and recommendations for international organisations, governments and academic researchers on where fairness in respect of developing countries should be more properly addressed (Section 4).


Irene Burgers
Irene Burgers is Professor of International and European Tax Law, Faculty of Law, and Professor of Economics of Taxation, Faculty of Business and Economics, University of Groningen.

Irma Mosquera
Irma Mosquera, Ph.D. is Senior Research Associate at the International Bureau of Fiscal Documentation IBFD and Tax Adviser Hamelink & Van den Tooren.
Article

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2017
Keywords rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Authors Robert Jan Witpaard
AbstractAuthor's information

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Harry Groenenboom
Mr. drs. Harry Groenenboom studeerde Nederlands recht en filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Hij werkt als advocaat bij Janssens Den Boef Advocaten in Houten.

    Op 29 september 2015 werd te Antwerpen een studiedag georganiseerd getiteld, ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Aangezien tegenwoordig steeds meer kinderen opgroeien in een nieuw samengesteld gezin, rijst de vraag hoe kinderen deze nieuwe gezinssamenstelling ervaren en welke functies de verschillende betrokken professionals daarbij vervullen. Tijdens de studiedag stond deze vraag centraal en werd het ontstaan van een dergelijk nieuw samengesteld gezin na echtscheiding vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij werden de ervaringen met het ouderschapsplan in Nederland eveneens toegelicht, en dit vanuit juridisch en sociologisch standpunt. Vervolgens werden een aantal workshops georganiseerd waar onder meer de pedagogische ouderschapsbelofte met de opvoedingspiramide aan bod kwam, het juridische ouderschapsplan, het plusouderschapsplan, alsook de rol van magistraten in de familie- en jeugdrechtbanken. Tot slot vond een debat plaats tussen verschillende panelleden, zijnde prof. Frederik Swennen, mevrouw Nancy Bleys, raadgever Justitie bij het Vlaams Ministerie van Welzijn, de federaal minister van Justitie, Koen Geens en een jongerenvertegenwoordiger, Thomas van Grinsven.
    On September 29th 2015 a conference was held in Antwerp. The title of the conference was ‘Family transitions from the perspective of the children’. Because nowadays an increasing number of children grow up in newly recomposed families, questions arise concerning the influence of these newly recomposed families on the wellbeing of children who live in these families. Moreover, questions arise about the part which different professionals play within this context. The family recomposition and its impact were studied from different perspectives. Since the Netherlands has introduced an ‘ouderschapsplan’ (‘parenting plan’) some time ago, several findings on such plans were presented from a legal and a sociological perspective. Thereafter, workshops were organised which concerned de ouderschapsbelofte (‘the parental promise’), het juridische ouderschapsplan (‘the legal parenting plan’), het plusouderschapsplan (the ‘plus parenting plan’) and the role played by magistrates confronted with conflicts in the family court. Finally, a debate was held between prof. Frederik Swennen, the Flemish Minister of Welfare, Nancy Bleys, the federal Minister of Justice Koen Geens and Thomas Van Grinsven as a representative of the youth.


Ulrike Cerulus
Ulrike Cerulus is a researcher at the law faculty of Hasselt University (Belgium), where she is preparing a PhD thesis with respect to parental rights and responsibilities within recomposed families.

Charlotte Mol
Charlotte Mol is a student assistant at the Utrecht Centre for European Research into Family Law (the Netherlands).
Article

Access_open Kelsen, Secular Religion, and the Problem of Transcendence

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2015
Keywords Kelsen, secular religion, Voegelin, Schmitt, transcendence
Authors professor Bert van Roermund
AbstractAuthor's information

    An alleged ‘return to religion’ in contemporary western politics (and science) prompted the Trustees of the Hans Kelsen Institut to posthumously publish Kelsen’s critique of the concept of ‘secular religion’ advanced by his early student Eric Voegelin. This paper identifies, firstly, what concept of transcendence is targeted by Kelsen, and argues that his analysis leaves scope for other conceptions. It does so in two steps: it summarizes the arguments against ‘secular religion’ (section 2) and it gives an account of the differences between Voegelin’s and Schmitt’s conception of transcendence – both under attack from Kelsen (section 3). It then submits an alternative account of the relationship between politics and religion in Modernity, building on the concept of a ‘civil religion’ as found in Rousseau’s Social Contract. Giving a Rousseauist slant to Claude Lefort’s analysis of political theology (section 4) it concludes that a thin concept of transcendence is part and parcel of every, in particular a democratic, account of politics. It should be a stronghold against any resurgence of religion that feeds on hypostatized transcendence. In closing (section 5), it is argued that two key concepts in Kelsen’s legal philosophy may well be understood as paradigms of thin transcendence, namely ‘the people’ and ‘the Grundnorm’.


professor Bert van Roermund
Bert van Roermund is professor (em.) of philosophy at Tilburg Law School and international correspondent of the Hans Kelsen Institute in Vienna.

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.

    I will argue that it is possible to give a neutral or antiperfectionist legitimation for state support for religion, which I consider a perfectionist good that is not in the common interest. I will argue that state support for perfectionist goods (and thus also for religion) can, in some circumstances and under certain conditions, be allowed as a second-best option in order to guarantee an adequate range of valuable options to choose among - and this range of options is a necessary condition for autonomy. Subsequently, I will argue that the bottom line - which is also the limit - for support is a sufficient range of valuable options. Furthermore, I will argue that state support for religion is only allowed if there is a democratic consensus about the value of that particular perfectionist good. Finally, I will claim that state support for religion is only allowed under certain conditions.


Leni Franken
Leni Franken is als doctor-assistente verbonden aan het Centrum Pieter Gillis (Universiteit Antwerpen), waar zij levensbeschouwing doceert in de faculteiten Rechten en Toegepaste Ingenieurswetenschappen.
Symposium

Hoe nu verder? Over de politieke theorie in Nederland en Vlaanderen

Journal Res Publica, Issue 4 2014
Authors Roland Pierik, Patrick Overeem and Tim Heysse
Author's information

Roland Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en geassocieerd lid van de filosofiefaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek is gesitueerd op het snijvlak van politieke theorie en rechtsfilosofie. In zijn recente werk richt hij zich vooral op mensenrechten, grondrechten, de rule of law, staatsneutraliteit, religieuze diversiteit en globalisering.

Patrick Overeem
Patrick Overeem is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden (Campus Den Haag). Hij specialiseert zich in de politieke filosofie en de bestuursethiek.

Tim Heysse
Tim Heysse studeerde klassieke talen en filosofie in Antwerpen en Leuven. Hij is hoogleraar politieke en sociale wijsbegeerte aan de KU Leuven en een van de oprichters van Research in Political Philosophy Leuven (RIPPLE).
Showing 1 - 20 of 80 results
« 1 3 4
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.