Search result: 137 articles

x
Article

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2021
Keywords classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Authors Alban Mik
AbstractAuthor's information

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Addressing Problems Instead of Diagnoses

Reimagining Liberalism Regarding Disability and Public Health

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2021
Keywords Vulerability Theory, Liberalism, Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD), Public Health, Capabilities Approach
Authors Erwin Dijkstra
AbstractAuthor's information

    The public health systems of liberal states systematically fail to meet the goals and obligations of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities, which aims to facilitate full societal participation and independent life choices by all impaired persons, as well as the unburdening of their private caretakers. This failure does not stem from a lack of money or effort by governments and other societal institutions, but flaws in the anatomy of these systems. As these systems confine institutional assistance to the needs of persons with certain delineated disabilities, they neglect the needs of other persons, whose disabilities do not fit this mould. The responsibility for the latter group thus falls to their immediate social circle. These private caretakers are in turn seldom supported. To remedy this situation, I will present the alternative paradigm of vulnerability theory as the possible foundation for a more inclusive approach to public health.


Erwin Dijkstra
Erwin Dijkstra LLM MA is lecturer and researcher at the Department of Jurisprudence of the Leiden Law School of Leiden University.
Article

Access_open Religie op het werk?

Over positieve en negatieve godsdienstvrijheid bij private ondernemingen en tendensondernemingen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2020
Authors Leni Franken and François Levrau
AbstractAuthor's information

    In this article we elaborate on the place of religion in the workplace. Does the individual freedom of religion imply that employers must always accommodate the religious claims of employees or can they boast a number of arguments allowing them to legitimately limit that freedom? And, conversely, do employers not also have a right to freedom of religion and a right to formulate certain religious expectations for their employees? In this contribution, we deal with these and related questions from a legal-philosophical perspective. The overall aim is to illustrate the extent to which univocal answers are jeopardized because of conceptual ambiguities. We first make a normative distinction between two strategies (i.e. difference-blind approach and difference-sensitive approach) and subsequently illustrate and elaborate on how and why these strategies can lead to different outcomes in legal cases. We illustrate the extent to which a contextual and proportional analysis can be a way out in theoretical and practical conundrums.


Leni Franken
Leni Franken is senior researcher and teaching assistant at the University of Antwerp.

François Levrau
François Levrau is senior researcher and teaching assistant at the University of Antwerp.
Article

Access_open De blinde vlek in praktijk en discussie rond orgaandonatie

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2020
Keywords organ donation, ethics of organ donation, symbolic nature of the human body, ethics and ritual, symbolic legislation theory
Authors Herman De Dijn
AbstractAuthor's information

    In countries like Belgium and The Netherlands, there seems to be overwhelming public acceptance of transplantation and organ donation. Yet, paradoxically, part of the public refuses post-mortal donation of their own organs or of those of family members. It is customary within the transplantation context to accept the refusal of organ donation by family members “in order to accommodate their feelings”. I argue that this attitude does not take seriously what is really behind the refusal of donation by (at least some) family members. My hypothesis is that even in very secularized societies, this refusal is determined by cultural-symbolic attitudes vis-à-vis the (dead) human body (and some of its parts). The blind spot for this reality, both in the practice of and discussions around organ donation, prevents understanding of what is producing the paradox mentioned.


Herman De Dijn
Herman De Dijn is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven.

Klaas Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije Universiteit Amsterdam.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Article

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Authors Nanda Oudejans and Antony Pemberton
AbstractAuthor's information

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Article

Access_open De tijd van gewortelde vreemdelingen

Een filosofische analyse van tijd en worteling als grond voor verblijfsaanspraken van vreemdelingen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords migratierecht, vreemdelingen, tijd, identiteit, vanzelfsprekend worden
Authors Martijn Stronks
Abstract

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Martijn Stronks
Article

Access_open Autonomy in old age

Journal Family & Law, May 2019
Authors prof. dr. Tineke Abma and dr. Elena Bendien
AbstractAuthor's information

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

Carl Devos
Carl Devos is gewoon hoogleraar, voorzitter van de vakgroep Politieke Wetenschappen van UGent en was vele jaren redactielid van Res Publica, van begin 2008 tot eind 2010 als hoofdredacteur.
Article

Als je wint, heb je vrienden

Een verkenning van de pre-electorale aantrekkelijkheid van politieke partijen aan de hand van de verspreiding van verkiezingsmemoranda van belangengroepen

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords political parties, interest groups, election memoranda, rational choice, political effectiveness
Authors Tom Schamp and Nicolas Bouteca
AbstractAuthor's information

    In this paper we look at the way in which a wide range of interest groups have tried to influence political parties in Flanders. In order to test both aspects of the historic-institutional perspective and the rational choice perspective on party-group relations, we have analyzed the dissemination of in total 1569 memoranda by 616 interest groups over the six represented Flemish political parties in the 2013-2014 election year. We find that interest groups are very selective in the distribution of their memoranda to the different parties. Traditional parties seem more popular than new parties and political effectiveness seems to be the driver behind the selectivity of the large majority of the interest groups studied in this paper.


Tom Schamp
Tom Schamp is als doctoraatsstudent betrokken bij de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over het effect van kiessystemen op de vertegenwoordiging van politieke partijen en over de relatie tussen politieke partijen en belangengroepen in Vlaanderen.

Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca is professor aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgische federalisme.

Karel Joos
Karel Joos is bestuurslid bij BEPACT en partner bij Interel, een Belgisch consultingbedrijf dat wereldwijd politiek advies verleent. Hij is de auteur van Lobbyen – Invloed, inzicht, impact (LannooCampus, 2015), het eerste Nederlandstalige handboek over corporate public affairs.
Symposium

Helt de ivoren toren naar links?

Journal Res Publica, Issue 2 2018
Authors Pieter Pekelharing, Louise Hoon and Soumia Akachar
Author's information

Pieter Pekelharing
Pieter Pekelharing is docent sociale en politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.

Louise Hoon
Louise Hoon is aspirant bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen, verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel en Université Libre de Bruxelles.

Soumia Akachar
Soumia Akachar is universitair docent sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is onlangs gepromoveerd op de afdeling Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar proefschrift ging over hoe Vlaamse moslimjongeren zich al dan niet politiek vertegenwoordigd voelen.
Symposium

Brusselse jongeren tussen hoop en angst

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Authors Charlotte Landsheere and Dimokritos Kavadias
Author's information

Charlotte Landsheere
Charlotte Landsheere is een 22-jarige Brusselaar. Ze behaalde net haar master in de Politieke Wetenschappen (VUB, 2017) met een onderzoek over sociale cohesie bij Brusselse jongeren. In haar vrije tijd werkt ze rond youth empowerment en actief burgerschap via verscheidene jongerenorganisaties.

Dimokritos Kavadias
Dimokritos Kavadias is verbonden aan de vakgroep Politieke wetenschappen aan de VUB, waar hij sedert 2009 onderzoeksvaardigheden doceert. Hij is sinds 2015 directeur van het Brussels Informatie, Documentatie- en Onderzoekscentrum BRIO aan de VUB. Zijn huidige onderzoeksactiviteiten focussen op onderwijsbeleid, burgerschapseducatie, politieke socialisatie en Brusselse thema’s.

Sara de Jong
Sara de Jong is research fellow aan The Open University (Verenigd Koninkrijk), waar ze de co-coördinator is van de onderzoeksrichting Justice, Borders and Rights in de Strategic Research Area Citizenship & Governance. In verschillende projecten onderzoekt zij de politiek van ngo’s en hun medewerkers op het gebied van migratie, gender en internationale ontwikkeling. Haar boek Complicit Sisters: Gender and Women’s Issues Across North South Divides verscheen in 2017 bij Oxford University Press.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Article

Intersectionaliteit in de media: representatie van Nederlandse Kamerleden met een migratieachtergrond in dagbladen, 1986-2016

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords intersectionality, media, political representation, gender, ethnicity, categories
Authors Liza Mügge and Anne Louise Schotel
AbstractAuthor's information

    The media are key actors in political inclusion and exclusion. Existing research has shown that women and racial minorities receive less coverage and are portrayed more negatively than white males. Yet, less is known about differences in media coverage within and between groups. This study disentangles such variation with an intersectional lens. Drawing on newspaper analysis of all 55 politicians with a migration background who ever held a seat in Dutch parliament (1986-2016) we analyze the quantity and tone of media coverage and examine how they are identified. Our findings show that although women receive more coverage than men, this is no advantage. Women are framed more often and in more variety as ‘different’ compared to their male minority colleagues. The most visible politicians are particularly negatively described in terms of their different identities when they aim to achieve a higher position of power in the party.


Liza Mügge
Liza Mügge is universitair hoofddocent aan de afdeling politicologie en directeur van het Amsterdam Research Centre for Gender & Sexuality van de Universiteit van Amsterdam. Zij is medeoprichter en redacteur van het European Journal of Politics and Gender. Haar expertise en onderzoeksinteresses zijn politieke vertegenwoordiging, diversiteit en transnationalisme.

Anne Louise Schotel
Anne Louise Schotel behaalde haar masterdiploma in de sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en werkt nu aan haar PhD-voorstel bij het departement politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Hoop en verraad: wat moslimjongeren verwachten van vertegenwoordigers met een etnische minderheidsachtergrond

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords social group representation, focus group methods, feelings of (not) being represented, Muslim youth
Authors Soumia Akachar, Karen Celis and Eline Severs
AbstractAuthor's information

    This paper employs focus group data with Flemish muslim youth to explore how they deal with the visible emergence of ethnic minority representatives (EMRs) in Belgian elected bodies. The focus groups tap into their shared identity experiences and subsequent expectations vis-à-vis EMRs. Using grounded theory to analyse our data, we distinguish three different EMR typologies: those who are autonomous yet loyal to the group, those who are responsive to ethnic/religious issues but perceived as reductive, and those who sell-out to mainstream politics. These typologies challenge approaches presuming the extent to which representatives advance policies responsive to group members’ interests as ideal or desirable.


Soumia Akachar
Soumia Akachar promoveert bij de Afdeling Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze doet onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van moslimjongeren in Vlaanderen en de mate waarin ze zich al dan niet vertegenwoordigd voelen. Soumia maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Evaluating Democratic Governance in Europe’ en is ook lid van RHEA, het Expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit aan de VUB.

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en is codirecteur Onderzoek van RHEA het VUB-expertisecentrum Gender, Diversiteit, Intersectionaliteit. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de kwaliteit van democratische vertegenwoordiging vanuit het perspectief van achtergestelde groepen. Ze is coredacteur van de European Journal of Politics and Gender en de Routledge-boekenreeks Gender and Comparative Politics.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Article

Should Mediation Be a Core Part of a Legal Degree in the Netherlands?

An Opportunity Not to Be Missed, Especially for Corporate General Counsels of the Future!

Journal Corporate Mediation Journal, Issue 1 2017
Authors Claire Mulder
Author's information

Claire Mulder
C.S.A. Mulder LLM, is based in London and is Editor of the Corporate Mediation Journal.
Article

Het geslacht van de kandidaat als heuristisch stemmotief

Een onderzoek naar het effect van politieke sofisticatie en electorale context op gender-based stemgedrag

Journal Res Publica, Issue 2 2017
Authors Sjifra de Leeuw
AbstractAuthor's information

    In this paper, I study gender-based voting behavior in the Belgian proportional electoral system. In particular, I investigate two possible causes for why voters experience the need to simplify their voting decision by using a gender-cue. First, in line with the findings of previous studies, I find that voters with lower levels of political sophistication who are less able to collect and process political information, are consequently more likely to use the sex of a candidate as a shortcut. However, the effect of political sophistication on gender-based voting behavior is limited. Second, based on the literature, I expect that the low information context of the second-order European elections would cause both high and low information voters to become more reliant on gendercues to simplify their voting decision and by extent would cause the effect of political sophistication on gender-based voting to diminish. Against theoretical expectations, I find that the effect of the electoral context is negligible.


Sjifra de Leeuw
Sjifra de Leeuw is masterstudente Politieke Wetenschappen, Statistiek en Sociologie aan de KU Leuven. Vanaf september 2017 is zij doctoraatsstudent politieke communicatie aan de Amsterdam School of Communication Research (Universiteit van Amsterdam).
Showing 1 - 20 of 137 results
« 1 3 4 5 6 7
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.