Search result: 39 articles

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Article

Access_open Between Legal Certainty and Doubt

The Developments in the Procedure to Overturn Wrongful Convictions in the Netherlands

Journal Erasmus Law Review, Issue 4 2020
Keywords revision law, post-conviction review, wrongful convictions, miscarriages of justice, criminal law, empirical research
Authors Nina Holvast, Joost Nan and Sjarai Lestrade
AbstractAuthor's information

    The Dutch legislature has recently (2012) altered the legislation for post-conviction revision of criminal cases. The legislature aimed to improve the balance between the competing interests of individual justice and the finality of verdicts, by making post-conviction revision more accessible. In this article we describe the current legal framework for revising cases. We also study how the revision procedure functions in practice, by looking at the types and numbers of (successful) requests for further investigations and applications for revision. We observe three challenges in finding the right balance in the revision process in the Netherlands. These challenges concern: 1) the scope of the novum criterion (which is strict), 2) the appropriate role of an advisory committee (the ACAS) in revision cases (functioning too much as a pre-filter for the Supreme Court) and, 3) the difficulties that arise due to requiring a defence council when requesting a revision (e.g., financial burdens).


Nina Holvast
Nina Holvast is Assistant Professor at the Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joost Nan
Joost Nan is Associate Professor at the Erasmus University Rotterdam.

Sjarai Lestrade
Sjarai Lestrade is Assistant Professor at the Radboud University Nijmegen.

Klaas Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Article

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Authors Nanda Oudejans and Antony Pemberton
AbstractAuthor's information

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Article

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2017
Keywords rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Authors Robert Jan Witpaard
AbstractAuthor's information

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Op 29 september 2015 werd te Antwerpen een studiedag georganiseerd getiteld, ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Aangezien tegenwoordig steeds meer kinderen opgroeien in een nieuw samengesteld gezin, rijst de vraag hoe kinderen deze nieuwe gezinssamenstelling ervaren en welke functies de verschillende betrokken professionals daarbij vervullen. Tijdens de studiedag stond deze vraag centraal en werd het ontstaan van een dergelijk nieuw samengesteld gezin na echtscheiding vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij werden de ervaringen met het ouderschapsplan in Nederland eveneens toegelicht, en dit vanuit juridisch en sociologisch standpunt. Vervolgens werden een aantal workshops georganiseerd waar onder meer de pedagogische ouderschapsbelofte met de opvoedingspiramide aan bod kwam, het juridische ouderschapsplan, het plusouderschapsplan, alsook de rol van magistraten in de familie- en jeugdrechtbanken. Tot slot vond een debat plaats tussen verschillende panelleden, zijnde prof. Frederik Swennen, mevrouw Nancy Bleys, raadgever Justitie bij het Vlaams Ministerie van Welzijn, de federaal minister van Justitie, Koen Geens en een jongerenvertegenwoordiger, Thomas van Grinsven.
    On September 29th 2015 a conference was held in Antwerp. The title of the conference was ‘Family transitions from the perspective of the children’. Because nowadays an increasing number of children grow up in newly recomposed families, questions arise concerning the influence of these newly recomposed families on the wellbeing of children who live in these families. Moreover, questions arise about the part which different professionals play within this context. The family recomposition and its impact were studied from different perspectives. Since the Netherlands has introduced an ‘ouderschapsplan’ (‘parenting plan’) some time ago, several findings on such plans were presented from a legal and a sociological perspective. Thereafter, workshops were organised which concerned de ouderschapsbelofte (‘the parental promise’), het juridische ouderschapsplan (‘the legal parenting plan’), het plusouderschapsplan (the ‘plus parenting plan’) and the role played by magistrates confronted with conflicts in the family court. Finally, a debate was held between prof. Frederik Swennen, the Flemish Minister of Welfare, Nancy Bleys, the federal Minister of Justice Koen Geens and Thomas Van Grinsven as a representative of the youth.


Ulrike Cerulus
Ulrike Cerulus is a researcher at the law faculty of Hasselt University (Belgium), where she is preparing a PhD thesis with respect to parental rights and responsibilities within recomposed families.

Charlotte Mol
Charlotte Mol is a student assistant at the Utrecht Centre for European Research into Family Law (the Netherlands).

    In this article, we inquire the merits of criminalizing blasphemy. We argue that religious views do not warrant a separate treatment compared to nonreligious ones. In addition, freedom of speech must be balanced against the interest of those who may be aggrieved by blasphemous remarks. We conclude that penalizing blasphemy is undesirable. It is fortunate, in that light, that acts of blasphemy have recently been decriminalized in The Netherlands by removing blasphemy as an offense from the Criminal Code. Still, other provisions appear to leave enough room to reach the same result, making the removal a possibly virtually aesthetic change. In the international context, it would be regrettable for The Netherlands to forgo the opportunity to take a leading role.


Jasper Doomen
Jasper Doomen is verbonden als docent/onderzoeker aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

Mirjam van Schaik
Mirjam van Schaik is verbonden als docent/onderzoeker aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden.

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Article

Access_open Rechtspraak en waarheid in Aischylos’ Oresteia en Yael Farbers Molora

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2013
Keywords Oresteia, tragedy, conflict resolution, truth and reconciliation commission, restorative justice
Authors Lukas van den Berge
AbstractAuthor's information

    This article explores the themes of injustice and dehumanization in Aeschylus’ Oresteia and Yael Farber’s Molora, in which the story of the Oresteia is dramatized against the backdrop of post-apartheid South Africa. It is argued that both plays depict wrongdoers and victims alike as social outcasts. Thus, they can both be described with Paul Ricoeur as ‘sketches of a man,’ not being able to live up to their full human potential. Borrowing from Ricoeur’s legal philosophy, it is then explained how public trials and hearings help them to reintegrate into society, in which they can regain their full humanity.


Lukas van den Berge
Lukas van den Berge is researcher at the Montaigne Centre for Judicial Administration and Conflict Resolution of Utrecht University (the Netherlands), where he prepares a dissertation on the theory of administrative procedural law.

Jorg Kustermans
Jorg Kustermans is als mandaatassistent verbonden aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Article

Access_open De complexiteit van het kwaad

Een kritische lezing van Hannah Arendts Eichmann in Jerusalem

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2012
Keywords banality of evil, Hannah Arendt, Adolf Eichmann, Holocaust studies, philosophy of international criminal law
Authors Klaas Rozemond
AbstractAuthor's information

    In her book Eichmann in Jerusalem Hannah Arendt concluded that the Eichmann trial taught us the lesson of the ‘fearsome, word-and-thought-defying banality of evil’. Arendt explained the concept of banality as thoughtlessness: Eichmann did not realize what he was doing when he planned and executed the Final Solution of the Jewish Question in Nazi Germany. In this article Arendt’s analysis of Eichmann’s evil is criticized from an internal perspective: the conclusion that Eichmann was thoughtless cannot be founded on the information Arendt herself gives, especially her reports on Eichmann’s idealism, his knowledge of Kant’s categorical imperative, his Pontius Pilate feeling during the Wannsee Conference, and the two crises of conscience Eichmann experienced during the Holocaust. This information shows that Eichmann clearly realized what he was doing in a moral sense and consciously decided to go on with the Final Solution on the basis of his own convictions as a Nazi.


Klaas Rozemond
Klaas Rozemond is Associate Professor of Criminal Law at the VU University of Amsterdam.
Miscellaneous

Access_open Monotheïsme kan uw staat ernstige schade toebrengen

Paul Cliteur, The Secular Outlook & Het monotheïstisch dilemma

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2011
Authors Wouter de Been
AbstractAuthor's information

    Book review of Paul Cliteur, The Secular Outlook & Paul Cliteur, Het monotheïstisch dilemma


Wouter de Been
Wouter de Been is postdoctoral researcher in legal theory at the Erasmus School of Law (Rotterdam).
Article

Access_open Is de vrijheid van godsdienst in de moderne multiculturele samenleving nog een hanteerbaar recht?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2010
Keywords freedom of religion, human rights, human dignity, traditional religion, unequal treatment
Authors Koo van der Wal
AbstractAuthor's information

    There are two fundamental problems with regard to the freedom of religion. The first concerns the content and scope of the right; the second, a possible unequal treatment between population groups. The first problem can only be dealt with by a preliminary analysis of the religious phenomenon, which precedes a legal definition. It turns out that there is a range of different types of religion, with on the one hand traditional forms of religion which are narrowly interwoven with the culture in question (all kinds of ‘cultural’ practices possessing a religious dimension), and on the other forms of religion which loosen to a considerable extent the ties between culture and religion. Evidently, the former types of religion cause problems in modern society. An additional problem is that freedom of religion as a modern basic right rests on a view of human being – including the idea of the inherent dignity and autonomy of the human person – which is at odds with the symbolic universe of traditional religion. The conclusion of the article is that in the modern pluralist society freedom of religion is on its way to becoming, or already has become, an unmanageable right. So the problems arising around this right (including that of unequal treatment) can only be solved in a pragmatic, not really satisfactory way. In that context, modern humanitarian standards should be observed in the implementation of the right of freedom of religion because fundamental human rights are connected with a specific concept of humanity.


Koo van der Wal
Koo van der Wal is emeritus professor of Philosophy at the University of Amsterdam and the Erasmus University Rotterdam.
Book Review

Access_open Marc de Wilde, Verwantschap in extremen

Politieke theologie bij Walter Benjamin en Carl Schmitt

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2010
Authors Jerker Spits
AbstractAuthor's information

    Jerker Spits, book review of Marc de Wilde, Verwantschap in extremen. Politieke theologie bij Walter Benjamin en Carl Schmitt


Jerker Spits
Jerker Spits, PhD at Leiden University, publications on German literature (Ernst Jünger, Thomas Bernhard, Martin Walser) and philosophy in Oxford German Studies, Monatshefte and Academische Boekengids.
Article

Negatieve campagnevoering in de Nederlandse consensusdemocratie: de ontwikkelingen sinds Fortuyn

Journal Res Publica, Issue 3 2010
Keywords negative campaigning, consensus democracy, election campaign, political advertising, election debates
Authors Annemarie S. Walter
AbstractAuthor's information

    During the last decades, election campaigns in Western Europe have undergone major changes. In response to an altered electoral market, political parties have started to campaign more offensively, making use of campaign tactics such as negative campaigning. Negative campaigning strongly conflicts with the political culture of consensus and cooperation that is inherent to many West European political systems, especially in the Netherlands, in which coalition building has always been a necessity. Taking the Netherlands as a case-in-point, this article demonstrates that even in a consensual multiparty system like the Dutch one negative campaigning is on the rise. Indeed, by exploring the last four election campaigns this study demonstrates that negative campaigning is part-and-parcel of the Dutch electoral politics ever since 2002.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter (1985) is als promovenda verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam en schrijft een proefschrift over negatieve campagnevoering in West-Europa. Haar onderzoeksinteresses liggen op het gebied van politieke communicatie en partijgedrag.
Article

Access_open ‘Wat is waarheid?’ De rol van deskundigen bij waarheidsvinding in de strafrechtspraak

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2010
Keywords Legitimation durch Verfahren, criminal law, expert-witnesses, truth, reliability of evidence
Authors Anne Ruth Mackor
AbstractAuthor's information

    Huls has argued that the idea that judges are truth-finders is misleading. In the first part of the paper I put his claim to the test. Against Huls I argue that the aim of procedures in criminal lawsuits is not only to guarantee binding decisions but also to help to find the truth. In the second part of the paper I investigate the role expert-witnesses play in truth-finding. Cleiren and Loth have argued that experts fail to understand the differences between legal and scientific ways of truth-finding. It turns out that Cleiren does not offer an argument for her claim and that Loth’s claim fails too, since it confuses coherence as truth and coherence as epistemic justification. I conclude that legal scholars, rather than experts, fail to understand the nature of legal and scientific truth-finding.


Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is professor of professional ethics, in particular of the legal professions, at the Faculty of Law of Groningen, and Socrates professor of professional ethics at the Faculties of Philosophy and Theology of Groningen.
Essay

Omgaan met religie en religieuze diversiteit in een geseculariseerde samenleving

Actuele pijnpunten, uitdagingen en perspectieven

Journal Res Publica, Issue 2 2010
Authors Patrick Loobuyck and Leni Franken
Author's information

Patrick Loobuyck
Patrick Loobuyck (1974) is docent verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen en gastdocent verbonden aan de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn recent onderzoek gaat over de filosofische grondslagen van de kerk-staatverhoudingen, multiculturalisme en public reason.

Leni Franken
Leni Franken studeerde wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen. Momenteel is ze als onderzoeksmedewerkster verbonden aan het Centrum Pieter Gillis, waarin ze een proefschrift in de politieke filosofie voorbereidt. Haar onderzoek is voornamelijk gericht op de verhouding tussen kerk en staat, de neutraliteit van de overheid, multiculturalisme en de organisatie van levensbeschouwelijk onderwijs.
Article

Access_open Slapende rechters, dwalende rechtspsychologen en het hypothetische karakter van feitelijke oordelen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2010
Keywords psychology of law, criminal law, miscarriages of justice, hypothetical reasoning
Authors Klaas Rozemond
AbstractAuthor's information

    In their book De slapende rechter (The sleeping judge) Dutch legal psychologists W.A. Wagenaar, H. Israëls and P.J. van Koppen claim that Dutch judges wrongfully convict suspects in certain cases because these judges generally fail to understand the way hypothetical reasoning works in relation to empirical evidence. This article argues that Wagenaar, Israëls and Van Koppen are basically right in their claim that reasoning on evidence in criminal cases should have the form of hypothetical reasoning. However, they fail to apply this form of reasoning to their own analysis of Dutch criminal cases and the causes of wrongful convictions. Therefore, their conclusion that a form of revision of convictions outside of the criminal law system should be introduced does not meet their own methodological standards.


Klaas Rozemond
Klaas Rozemond is associate professor at the Department of Criminal Law, Faculty of Law, VU University Amsterdam.
Article

Access_open Wetenschappelijke rechtsgeleerdheid

Commentaar op het preadvies van Carel Smith

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2009
Keywords law and hermeneutics, law and normativity, one right answer thesis, legal jurisprudence, legal doctrine
Authors Prof. dr. Arend Soeteman
AbstractAuthor's information

    This article is a comment on Carel Smith’s paper. Smith rightly argues that the study of law has a hermeneutic character. But his interpretation of legal hermeneutics includes the thesis that in hard cases there is no right or true legal decision. This seems to have negative implications for the scholarly character of the study of law: in hard cases any solution goes. This paper argues, against Smith, that the study of law defends right answers for hard cases. It is also normative in another sense: legal answers, in easy cases as well as in hard cases, always presuppose a normative interpretation of the legal sources. This contributes to the differences of opinion under lawyers. But it is no obstacle to the scholarly character of the study of law, as long as a rational debate about these legal answers and the underlying values and principles is possible. Smith’s rejection of the right answer thesis, however, prevents the possibility of such a rational debate.


Prof. dr. Arend Soeteman
Arend Soeteman is professor at the Faculty of Law, VU University Amsterdam.
Showing 1 - 20 of 39 results
« 1
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.