Search result: 85 articles

x
Article

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2020
Keywords Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Authors Jip Stam
AbstractAuthor's information

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.
Article

Access_open Recht en politiek in de klimaatzaken

Een sleutelrol voor het internationaal recht in de argumentatie van de nationale rechter

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2020
Authors Vincent Dupont
AbstractAuthor's information

    Ever since it was published in 2015, the judgment of the The Hague court in the so-called Urgenda-case, and the subsequent decisions of the appellate and cassation courts confirming it, have been met with repeated and vivid critiques. By recognizing the necessity of the reduction in greenhouse gas emissions, and furthermore imposing a certain reduction level on the Dutch state, the judgments in the cases at hand gave rise to many questions concerning the position of the judiciary in the matter, and in Dutch society as a whole. This article attempts in the first place to situate the positions of the different actors intervening in the Urgenda-case within a legal-theoretical framework. The contribution subsequently explores the strategic possibilities that an alternative understanding of law could offer to the judges, focusing specifically on the use of legal instruments stemming from international law, brought into the reasoning of the national judge.


Vincent Dupont
Vincent Dupont studeerde in 2017 af als Master of Laws aan de KU Leuven en volgt momenteel een opleiding sociologie aan de Université libre de Bruxelles, Unicamp in São Paulo en de École des hautes études en sciences sociales in Parijs.
Article

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Authors Wim Borst
AbstractAuthor's information

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Article

Access_open De tijd van gewortelde vreemdelingen

Een filosofische analyse van tijd en worteling als grond voor verblijfsaanspraken van vreemdelingen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords migratierecht, vreemdelingen, tijd, identiteit, vanzelfsprekend worden
Authors Martijn Stronks
Abstract

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Martijn Stronks

    Alternative/amicable dispute resolution (ADR) is omnipresent these days. In line with global evolutions, the Belgian legislator embraced the use of these ADR mechanisms. Recent reforms of the law, first in 2013 with the act concerning the introduction of a Family and Juvenile Court and consecutively in 2018 with the act containing diverse provisions regarding civil law with a view to the promotion of alternative forms of conflict resolution, implemented more far-reaching measures to promote ADR than ever before. The ultimate goal seems to alter our society’s way of conflict resolution and make the court the ultimum remedium in case all other options failed.In that respect, the legislator took multiple initiatives to stimulate amicable dispute resolution. The reform of 2013 focused solely on family cases, the one in 2018 was broader and designed for all civil cases. The legal tools consist firstly of an information provision regarding ADR for the family judge’s clerk, lawyers and bailiffs. The judges can hear parties about prior initiatives they took to resolve their conflict amicably and assess whether amicable solutions can still be considered, as well as explain these types of solutions and adjourn the case for a short period to investigate the possibilities of amicable conflict resolution. A legal framework has been created for a new method, namely collaborative law and the law also regulates the link between a judicial procedure and the methods of mediation and collaborative law to facilitate the transition between these procedures. Finally, within the Family Courts, specific ‘Chambers of Amicable Settlement’ were created, which framework is investigated more closely in this article. All of these legal tools are further discussed and assessed on their strengths and weaknesses.
    ---
    Alternatieve of minnelijke conflictoplossing is alomtegenwoordig. De Belgische wetgever heeft het gebruik van deze minnelijke oplossingsmethodes omarmd, in navolging van wereldwijde evoluties. Recente wetshervormingen implementeerden maatregelen ter promotie van minnelijke conflictoplossing die verder reiken dan ooit tevoren. Het betreft vooreerst de hervorming in 2013 met de wet betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank en vervolgens kwam er in 2018 de wet houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing. De ultieme doelstelling van deze hervormingen is een mentaliteitswijziging omtrent onze wijze van conflictoplossing teweegbrengen, waarbij de rechtbank het ultimum remedium dient te worden nadat alle overige opties faalden.De wetshervorming van 2013 focuste uitsluitend op familiale materies, de hervorming van 2018 was ruimer en had alle burgerlijke zaken voor ogen. De wettelijke mogelijkheden bestaan vooreerst uit een informatieverstrekking omtrent minnelijke conflictoplossing in hoofde van de griffier van de familierechtbank, advocaten en gerechtsdeurwaarders. Rechters kunnen partijen horen omtrent eerdere ondernomen initiatieven om hun conflict op een minnelijke manier op te lossen, zij beoordelen of minnelijke oplossingen alsnog kunnen worden overwogen, zij kunnen de diverse minnelijke mogelijkheden toelichten aan partijen alsook de zaak voor een korte periode uitstellen om partijen toe te laten de mogelijkheden aan minnelijke conflictoplossing te verkennen. Er werd voorts een wetgevend kader uitgewerkt voor een nieuwe oplossingsmethode, namelijk de collaboratieve onderhandeling. De wet creëert tevens een link tussen een gerechtelijke procedure en de methodes van bemiddeling en collaboratieve onderhandeling, om de overgang tussen deze procedures te vereenvoudigen. Tot slot werden er binnen de familierechtbanken specifieke kamers voor minnelijke schikking opgericht, waarvan het wetgevend kader in detail wordt bestudeerd in dit artikel. Al deze wettelijke opties worden nader besproken en beoordeeld aan de hand van hun sterktes en zwaktes.


Sofie Raes
Sofie Raes is a Ph.D. candidate at the Institute for Family Law of the University of Ghent, where she researches alternative dispute resolution, with a focus on the chambers of amicable settlement in Family Courts. She is also an accredited mediator in family cases.
Article

Twee handen op één buik?

Hoe en waarom de mediatisering van de Vlaamse politiek en particratie hand in hand gaan

Journal Res Publica, Issue 4 2018
Keywords mediatisation, particracy, media logic
Authors Peter Van Aelst
AbstractAuthor's information

    There is a growing consensus that politics have become mediatised. News media have become more independent and are more guided by their own routines and standards and less by what political actors deem important. However, this paper argues that this has not led to a decrease of the power of political parties. In Belgium, particracy and mediatisation seem to go hand in hand. There are mainly two reasons for this. Firstly, media attention focuses heavily on politicians with power and in that sense, media logic and party logic overlap. Secondly, parties have adjusted well to the media and their logic, among others by integrating journalists in the party organisation. We expect that social media will gradually become more important for politicians, but that this evolution too will change little to the central position of political parties in our democracy.


Peter Van Aelst
Peter Van Aelst is onderzoeksprofessor aan het departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de mediatisering van de politiek, verkiezingscampagnes, nieuwe media en politiek nieuws. Zijn onderzoek verschijnt in toonaangevende internationale tijdschriften, maar ook in publicaties voor een breder publiek.

    In deze bijdrage wordt een reactie gegeven op de publicatie van Van Montfoort (2018), ‘Beschuldigingen van kindermishandeling en echtscheidingsconflicten. Reactie op De Ruiter & Van Pol (2017)’. Van Montfoort richt zich in zijn reactie exclusief op onze vraag over de prevalentie van valse beschuldigingen van kindermishandeling in onze websurvey bij meer dan 800 juridische en sociale professionals in Nederland die in hun werk met conflictscheidingen te maken hebben. Wij delen zijn standpunten niet en betogen dat het voor juridische en sociale professionals noodzakelijk is om kennis te hebben van prevalentieschattingen om tunnelvisie te vermijden. Daarnaast geven wij aan dat verbetering van het feitenonderzoek in omgangszaken noodzakelijk is.
    ---
    This contribution is a response to Van Montfoort (2018), ‘Allegations of child abuse in conflictual divorce cases. Response to De Ruiter & Van Pol (2017)’ . Van Montfoort focusses his response exclusively on the question concerning the prevalence of false allegations of child abuse from our websurvey among more than 800 legal and social professionals in the Netherlands who are dealing with high conflict divorce cases in their work. We do not share his viewpoints and argue that both legal and social professionals need to have knowledge of prevalence estimations (‘base rates’) in order to avoid tunnel vision. We also emphasize the need for improvements in fact finding in child custody cases in our country and provide examples of recent initiatives to this end.


Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. Corine de Ruiter is a licensed clinical psychologist (BIG) in The Netherlands. She serves as professor of Forensic Psychology at Maastricht University. She also has a private practice. Her research focuses on the interface between psychopathology and crime. She has a special interest in the prevention of child abuse and intimate partner violence because they are both very common and often overlooked in practice.
Article

Voorstel tot een historische kritiek van het neoliberalisme

Journal Res Publica, Issue 2 2018
Keywords Neoliberalism, Friedrich Hayek, Walter Eucken, classical liberalism, Michel Foucault
Authors Lars Cornelissen
AbstractAuthor's information

    In this article I argue that the commonplace interpretation of neoliberalism in the Netherlands is mistaken. According to this interpretation the term ‘neoliberalism’ refers to a series of policies, including privatisation and deregulation, that were implemented in the Netherlands in the 1980’s in imitation of Thatcher and Reagan. I argue that it is not this series of policies but the justification underpinning them that is of a neoliberal nature. To support this claim I offer a brief genealogical history of neoliberal thought, which developed in the interwar period, by explicitly distinguishing itself from both 19th-century classical liberalism and contemporary modern liberalism. On the basis of this historical account I assert that neoliberalism adopts the foundational principles of classical and modern liberalism, but that it prescribes different formal principles of rational government. I conclude that this diction makes it possible to write a critical history of neoliberalism.


Lars Cornelissen
Lars Cornelissen doet doctoraal onderzoek aan de University of Brighton (Verenigd Koninkrijk). Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het neoliberalisme en schrijft zijn dissertatie over het antidemocratische aspect van neoliberale politieke economie.
Editorial

Access_open De gevoelstemperatuur van het strafrecht

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2017
Authors Anne Ruth Mackor, Jeroen ten Voorde and Pauline Westerman
Author's information

Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is als hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies, verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jeroen ten Voorde
Jeroen ten Voorde is bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen en universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.

Pauline Westerman
Pauline Westerman is als hoogleraar rechtsfilosofie verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijkuniversiteit Groningen.
Article

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2017
Keywords empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Authors Vincent Geeraets and Wouter Veraart
AbstractAuthor's information

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Burgemeester (m/v) in de Lage Landen

Zelfde job? Zelfde rol? Zelfde vragen?

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords mayoralty, mayors, Flanders, Netherlands, institutional change, selection procedure
Authors Niels Karsten, Koenraad De Ceuninck and Herwig Reynaert
AbstractAuthor's information

    This article compares the mayoralties of the Netherlands and Flanders, with a particular focus on the changes since 2010. The results show that the mayors of these two historically and culturally connected Low Countries form particularly homogeneous groups of people. This has not changed much over the last few years. The role and function of mayors in both Flanders and the Netherlands, however, have gradually changed substantially. In particular, both mayors’ responsibilities in the field of safety and security have increased. At the same time, the two mayoralties show considerable differences. The Flemish mayor has long been and still is a far more political figure than the Dutch mayor is. The Dutch mayoral office, however, is politicising, which has resulted in more debate about its role in local government than in Flanders. The comparison shows how the local political culture can strongly influence how public offices take shape.


Niels Karsten
Niels Karsten, MA, is als universitair docent verbonden aan de Tilburg School of Governance. Hij doet vooral onderzoek naar lokaal politiek-bestuurlijk leiderschap. Als promovendus deed hij onderzoek naar de verantwoording door burgemeesters en wethouders van controversiële beslissingen. Tussen 2013 en 2014 was hij projectleider van een uitgebreid empirisch onderzoek naar het Nederlandse burgemeestersambt, dat resulteerde in het boek Majesteitelijk & Magistratelijk. Sindsdien is hij betrokken geweest bij verschillende onderzoeken naar politieke ambtsdragers in binnen- en buitenland. Over het Nederlandse burgemeestersambt publiceerde hij onder andere in Bestuurswetenschappen, Lex Localis, Leadership en het Oxford Handbook of Political Leadership.

Koenraad De Ceuninck
Koenraad De Ceuninck is als docent verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is lid van het Centrum voor Lokale Politiek. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn schaal en lokale politiek, gemeentelijke fusies en hervormingen op lokaal niveau. Zijn doctoraatsonderzoek was een studie naar de politieke besluitvorming tijdens de gemeentelijke fusies in België in 1976. Hij publiceert rond meerdere onderwerpen met betrekking tot lokaal beleid en lokale politiek. Hij is betrokken bij het vak Actuele vraagstukken van de lokale politiek en is verantwoordelijk voor de stages binnen de opleiding politieke wetenschappen.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is als gewoon hoogleraar verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is voorzitter van het vakgebied Lokale en Regionale Politiek en voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek. Sinds 2009 is hij decaan van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur tientallen boeken, wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken. Zijn publicaties hebben vooral de lokale politiek als onderwerp. Tevens is hij organisator van zowel nationale als internationale congressen over (vergelijkende) lokale politiek. Hij doceert de vakken lokale politiek, actuele vraagstukken van de lokale politiek, interne Belgische politiek en Belgische binnenlandse politiek. Hij maakt deel uit van diverse wetenschappelijke redactieraden.
Article

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2017
Keywords rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Authors Robert Jan Witpaard
AbstractAuthor's information

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    In recent years, there has been a strong diffusion of the concept of the G1000 in the Low countries. Yet, empirical research that concerns the democratic value of these mini-publics is sparse. This raises the question as to how democratic the G1000 initiatives in Belgium and the Netherlands are. To answer this question, we compare the Belgian and the Dutch G1000’s and assess these against a set of deliberative democratic criteria. We conclude that the G1000’s to a large extent meet the process criteria of deliberation. At the same time, the connection with the formal decision-making process appears to be weak. Another lesson to be drawn is that deliberative democratic criteria often seem to conflict with each other, which points to continuing tensions within the ideal of deliberative democracy.


Ank Michels
Ank Michels is politicoloog en als universitair docent verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek houdt zij zich bezig met nieuwe vormen van besturen en democratie, burgerparticipatie en deliberatie. Ze is mede-auteur van het boek G1000. Ervaringen met burgertoppen (2016) en auteur van onder meer ‘Innovations in democratic governance. How does citizen participation contribute to a better democracy’ (2011) en ‘Participation in citizens’ summits and public engagement’ (2017), beide in International Review of Administrative Sciences.

Didier Caluwaerts
Didier Caluwaerts is als docent verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoek handelt over democratische innovatie, met een specifieke focus op deliberatieve democratie. In 2011 was hij mede-organisator van de G1000 Burgertop in België. Hij is ook mede-auteur van Democratic deliberation in deeply divided societies: From conflict to common ground (Palgrave, 2014) en publiceerde onlangs ‘Generating democratic legitimacy through deliberative innovations: The role of embeddedness and disruptiveness (2016, Representation) en ‘Coproduction in health planning: Challenging the need for “open” policy-making processes’ (2016, International Journal of Public Administration).
Article

Democratische politiek: ‘minder, minder, minder’ of anders?

Journal Res Publica, Issue 1 2017
Authors Frank Hendriks, Koen van der Krieken and Sabine van Zuydam
AbstractAuthor's information

    This article looks at indications and counterindications in Dutch democracy for the popular claim that citizens, while still valuing representative democracy, are fed up with representative politics. Using available large-scale surveys, citizen attitudes are analysed at the levels of specific political actors (politicians, officials), central political institutions (political parties, parliament, government) and the general system of representative democratic politics (the way it works in the Netherlands, with multiparty coalitions, etc). While specific legitimacy problems exist, the evidence for a general legitimacy crisis in Dutch democracy is comparatively weak and highly mixed. More specifically, the evidence suggests that Dutch citizens do not so much want less representative politics, but rather representative politics of a somewhat different kind: less exclusively organized via party-political channels; more geared at recognizable and accountable political authority. Dutch citizens want to seriously influence but not supplant selectionistic representative politics, the evidence suggests.


Frank Hendriks
Frank Hendriks is als hoogleraar comparative governance verbonden aan Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in de vergelijkende analyse van democratische modellen en hervormingen. Hierover publiceerde hij onder meer Vital Democracy (Oxford University Press, 2010) en, meer toegespitst op Nederland, Democratie onder druk (Van Gennep, 2012).

Koen van der Krieken
Koen van der Krieken is als promovendus en onderzoeker verbonden aan Tilburg School of Governance (TSG). Hij werkt aan een dissertatie over het lokale referendum in Nederland. In 2015 schreef hij, in opdracht van het Ministerie van BZK, een rapport over heden, verleden en toekomst van de lokale referendumpraktijk in Nederland.

Sabine van Zuydam
Sabine van Zuydam is onderzoeker bij Tilburg School of Governance (TSG). In haar proefschrift onderzoekt zij wat lijsttrekkers in verkiezingen, ministers en fractieleiders geloofwaardig maakt in de ogen van burgers. Ze deed mede-onderzoek naar het Nederlandse burgemeestersambt, de vermaatschappelijking van overheidstaken en de rol van de raad bij controversiële besluitvorming.
Introduction

Inleiding

Journal Res Publica, Issue 1 2017
Authors Margo Trappenburg and Ank Michels
Author's information

Margo Trappenburg
Margo Trappenburg is universitair hoofddocent bestuurs- en organisatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. Haar onderzoek gaat over veranderingen in de verzorgingsstaat en de gevolgen daarvan voor kwetsbare groepen, andere burgers en professionals.

Ank Michels
Ank Michels is politicoloog en als universitair docent verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek houdt zij zich bezig met nieuwe vormen van besturen en democratie, burgerparticipatie en deliberatie. Ze is mede-auteur van het boek G1000. Ervaringen met burgertoppen (2016) en auteur van onder meer ‘Innovations in democratic governance. How does citizen participation contribute to a better democracy’ (2011) en ‘Participation in citizens’ summits and public engagement’ (2017), beide in International Review of Administrative Sciences.
Article

Benadrukken partijen eigen thema’s in verkiezingstijd?

Een onderzoek naar thematische aandacht van Nederlandse partijen rond de verkiezingen van 1994 tot en met 2012

Journal Res Publica, Issue 3 2016
Keywords issue ownership, elections, Netherlands, political parties, issue convergence
Authors Fleur Vis and Jonas Lefevere
AbstractAuthor's information

    Issue ownership theory argues that the public considers some parties as more capable to handle certain issues. Issue ownership is important, because parties tend to receive more votes if their owned issues dominate the campaign. Consequently, issue ownership theory expects parties to emphasize issues they own, while ignoring issues owned by their competitors. This study investigates to what extent Dutch parties emphasized issues they own, before and after the seven Dutch national elections held between 1994 and 2012. It uses a detailed content analysis of four Dutch newspapers, that tracked parties’ issue attention. The results show that parties tend to emphasize owned issues more, both compared to other issues and compared to their competitors. A surprising finding is that parties tend to emphasize owned issues more during the formation period compared to the campaign. Moreover, government parties emphasize owned issues less than opposition parties.


Fleur Vis
Fleur Vis is student Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Zij heeft zich tijdens haar afstudeeronderzoek gericht op het domein van de politieke communicatie en doet onderzoek naar issue ownership.

Jonas Lefevere
Jonas Lefevere is universitair docent aan de Amsterdam School of Communications Research (Universiteit van Amsterdam). Hij doet onderzoek naar de mate waarin verkiezingscampagnes kiezers beïnvloeden en strategische partijcommunicatie. Hij publiceerde over deze onderwerpen in onder meer Party Politics, Political Communication en Communication Research.
Article

De invloed van verkiezingen op politiek vertrouwen

Een analyse van een verkiezingspanel in België, 2009-2014

Journal Res Publica, Issue 3 2016
Keywords procedural fairness theory, political trust, internal political efficacy, elections, Belgium
Authors Dieter Stiers and Marc Hooghe
AbstractAuthor's information

    Elections are routinely investigated with a focus on the way in which winners or losers of the elections are different in their attitudes towards the political system. There is no previous research on the general impact of participation in the electoral process on support for the political system. In this study, we hypothesize – based on the procedural fairness theory – that participating in elections raises the voter’s political trust, irrespective of the result of the party s/he voted for. Furthermore, we expect this impact to be largest for voters with the lowest level of internal political efficacy. These expectations are investigated using the Belgian election panel (2009-2014) study, observing political trust before and after the elections in two consecutive electoral cycles. The results provide support for all proposed hypotheses, highlighting the importance of general participation in elections for democratic legitimacy.


Dieter Stiers
Dieter Stiers is FWO-aspirant verbonden aan het Centre for Citizenship and Democracy van de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op verkiezingsgedrag en in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van electorale volatiliteit.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centrum voor Politicologisch Onderzoek van de KU Leuven. Hij is houder van een ERC Advanced Grant.

Ben Crum
Ben Crum is hoogleraar politicologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en co-directeur van ACCESS EUROPE, het Amsterdam Centre for Contemporary European Studies. Zijn onderzoek richt zich op de normatieve implicaties van de internationalisering van de politiek, met een focus op de Europese Unie.
Article

Impact en haalbaarheid in politieke theorieën

Journal Res Publica, Issue 1 2016
Keywords feasibility, impact, theory parts, practical application of theory
Authors Stijn Koenraads
AbstractAuthor's information

    Feasibility considerations are important for political theories. An infeasible theory may contain valuable ideals, but is not suited to reality. Utilizing a precise and complete conceptualization of feasibility is essential to considering the feasibility of theories. An existing definition of feasibility is presented here. It is argued that this conception of feasibility is incomplete. The impact of parts of a theory as well as the feasibility of the parts of a theory themselves should be considered as well – something that has not been addressed in the literature thus far. A new feasibility framework is developed, in which the impact of parts of a theory, the feasibility of the parts of a theory as well as the feasibility of the preferred outcome of a theory have a place. Thus, the notion of feasibility is conceptualized in a more complete way.


Stijn Koenraads
Stijn Koenraads heeft aan de Radboud Universiteit een BSc in de Politicologie en een MSc in Political Science/Political Theory behaald. Zijn onderzoeksinteressen zijn politieke haalbaarheid en milieuethiek.

Ferdi De Ville
Ferdi De Ville is docent Europese Politiek aan het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Zijn onderzoeksbelangstelling gaat voornamelijk uit naar Europees handelsbeleid en de politiek-economische gevolgen van de eurocrisis.
Showing 1 - 20 of 85 results
« 1 3 4 5
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.