Search result: 52 articles

x
Article

Access_open De gewetensbeslissing in Scholtens rechtsmethodologie

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2021
Keywords Geweten, feiten, Scholten, Kierkegaard, naastenliefde
Authors Jos Vleugel
AbstractAuthor's information

    The role that Paul Scholten assigns to conscience in his legal methodology still leads to heated discussions in literature after almost 100 years. Recognizing that in case law the conscience of the judge can be of decisive importance is apparently problematic. It would facilitate political court rulings, make judicial judgment uncontrollable and could be arbitrary for the parties to the legal dispute. Not only Scholten’s view on the role of conscience in judicial decision making is “a stumbling block”. At least as great is the fuss about his representation of conscience. Only Christian lawyers could identify with this. This article attempts to shed new light on the above points of criticism by drawing attention to the following aspects of Scholten’s legal methodology: the role of the facts in establishing the law, the nature of the legal judgment and finally the grounds on which conscience may be determined.


Jos Vleugel
Jos Vleugel is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2020
Keywords Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Authors Jip Stam
AbstractAuthor's information

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Authors Thomas Jacobus de Jong
Abstract

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong
Article

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Authors Wim Borst
AbstractAuthor's information

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Research Note

Parlementarisering als tweerichtingsverkeer

Een verklaring voor voorafgaande parlementaire consultatie bij militaire operaties

Journal Res Publica, Issue 4 2018
Authors Daan Fonck and Yf Reykers
Author's information

Daan Fonck
Daan Fonck is doctoraatsonderzoeker aan het Leuven International and European Studies instituut (KU Leuven). Zijn onderzoek richt zich op de parlementaire diplomatie van het Europees Parlement, en bij uitbreiding de parlementaire controle van buitenlands en veiligheidsbeleid. Zijn werk werd gepubliceerd in tijdschriften als Cooperation and Conflict, Parliamentary Affairs, Contemporary Security Policy en Journal of Common Market Studies.

Yf Reykers
Yf Reykers is assistent-professor aan de faculty of Arts and Social Sciences van de Universiteit Maastricht. Hij is eveneens postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) Vlaanderen, met een project getiteld ‘Political Oversight of EU Military Forces’. Voordien was hij postdoctoraal onderzoeker aan het Leuven International and European Studies instituut (KU Leuven), waar hij ook zijn doctoraat behaalde in 2017. Zijn onderzoek richt zich op multinationale militaire operaties, snelle responsmechanismen en interorganisationele relaties in vrede en veiligheid. Zijn werd werd onder andere gepubliceerd in tijdschriften als Contemporary Security Policy, European Security, International Peacekeeping en Parliamentary Affairs.
Symposium

De afstand tussen wetenschap en beleid

Journal Res Publica, Issue 3 2016
Authors Bea Cantillon, Marleen Brans, Evelien Tonkens e.a.
Author's information

Bea Cantillon
Bea Cantillon is gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) – Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen.

Marleen Brans
Marleen Brans is hoogleraar aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven.

Evelien Tonkens
Evelien Tonkens is hoogleraar Burgerschap en humanisering van de publieke sector aan de Universiteit voor Humanistiek.

Corné van der Meulen
Corné van der Meulen is medewerker goed werk bij de Stichting Beroepseer. Voor de stichting doet hij onderzoek in voornamelijk de zorgsector en is hij verantwoordelijk voor de uitgeverij waarbij het boek Goed werk voor academici verschijnt.

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Article

Access_open Terug naar het begin: Een onderzoek naar het principe van constituerende macht

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2015
Keywords constituent power, legitimacy, representation, collective action, ontology
Authors Nora Timmermans Ph.D.
AbstractAuthor's information

    In dit artikel argumenteer ik dat er twee mogelijke invullingen zijn voor het principe van constituerende macht. De eerste mogelijkheid is deze van de klassieke basisveronderstelling van de constitutionele democratie, namelijk dat de gemeenschap zelf vorm kan en moet geven aan de fundamentele regels die die gemeenschap beheersen. Hans Lindahl maakt een interessante analyse van deze traditionele invulling, die ik kritisch zal benaderen. Lindahl heeft immers zelf scherpe kritiek op de invulling die Antonio Negri aan het concept constituerende macht geeft. Mijn interpretatie gaat er echter van uit dat Negri een fundamenteel andere inhoud geeft aan het principe van constituerende macht, waarbij constituerende macht niet alleen wordt losgemaakt van het constitutionalisme, maar meer algemeen van elk rechtssysteem en zelfs van elke vorm van finaliteit. Deze argumentatie werpt een nieuw licht op het debat rond Negri’s theorie van constituerende macht, waarin diens meest fundamentele uitgangspunt vaak over het hoofd wordt gezien.


Nora Timmermans Ph.D.
Nora Timmermans is Master in Philosophy and currently a Ph.D. Student.

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Article

Leidt meer kennis over de Europese Unie tot een sterkere Europese identiteit?

Een vergelijkend onderzoek bij adolescenten in 21 lidstaten

Journal Res Publica, Issue 4 2012
Keywords European identity, European Union, ICCS 2009, political knowledge
Authors Soetkin Verhaegen, Marc Hooghe and Yves Dejaeghere
AbstractAuthor's information

    Strengthening European citizenship is often considered as a ‘cure’ for the democratic deficit and the lack of legitimacy of the European Union. The present article focuses on the identity component of European citizenship, which is a core component of European citizenship. We distinguish two possible ways to strengthen European identity: a cognitive one (more knowledge about the EU leads to a stronger identity) and a utilitarian one (living in a member state that benefits more from its EU-membership leads to a stronger European identity). We test both explanatory models using a multilevel analysis on the data of the International Civic and Citizenship Education Study. 70,502 adolescents from 21 European member states were questioned in this study. Results indicate that knowledge about the EU only has a limited effect on European identity. The degree in which a member state contributes to the European budget does not seem to have an effect on the strength of European identity at all.


Soetkin Verhaegen
Soetkin Verhaegen is onderzoeker aan het Center for Citizenship and Democracy van de KULeuven. Zij is verbonden aan de Parent Child Socialization Study en bereidt een doctoraat voor over de ontwikkeling van Europese identiteit.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar aan de KULeuven en visiting professor aan de Université Lille-II en de Universität Mannheim. Hij bekleedt dit jaar de Francqui-leerstoel aan de Vrije Universiteit Brussel.

Yves Dejaeghere
Yves Dejaeghere is doctor in de politieke wetenschappen, verbonden aan het Center for Citizenship and Democracy van de KULeuven. Hij was medeverantwoordelijk voor de Belgian Political Panel Study (BPPS, 2006-2011).
Article

Access_open De Drittwirkung van grondrechten

Retorisch curiosum of vaandel van een paradigmatische omwenteling in ons rechtsbestel?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2012
Keywords Drittwirkung, horizontal effect of human rights, constitutionalisation of private law
Authors Stefan Somers
AbstractAuthor's information

    This article discusses whether the horizontal effect of human rights marks a new paradigm in legal systems or is merely a new style in legal rhetoric. In doing so, much attention is paid to the differences between direct and indirect horizontal effect. Departing from social contract theory the article explains that the protection of human right values in horizontal relations is an essential feature of modern constitutionalism. It also analyses whether these values in horizontal relations should be protected by private law or by human rights. This question is looked at from a substantial, a methodological and an institutional perspective. In the end, because of institutional power balancing, the article argues in favor of an indirect horizontal effect of human rights.


Stefan Somers
Stefan Somers is a researcher at the Department of Interdisciplinary Studies at the VUB (Free University of Brussels) and prepares a PhD on the relationship between human rights and tort law.
Introduction

Subsidiariteit in de EU en verder

Journal Res Publica, Issue 1 2012
Keywords European Union, subsidiarity, multilevel governance, complexity, power
Authors Ferdi De Ville and Jan Loisen
AbstractAuthor's information

    This introductory article sketches the problématique of this special issue on ‘Subsidiarity in the European Union and beyond’. It starts with a short historical overview of the origins, meanings and implementation of the subsidiarity principle within the EU. Subsequently, it problematizes the concept and application of subsidiarity in a multilevel governance context by examining two fundamental characteristics of this essentially contested concept that render it fascinating to study: its complexity and power-relevance. The relatively new concept of global subsidiarity is briefly discussed to situate the intra-EU discussion in a wider context. This introduction ends by discussing some of the findings of the special issue’s two substantial articles – that both deal with policy topics in which different competence regimes meet – in light of the subsidiarity problématique.


Ferdi De Ville
Ferdi De Ville is als doctor-assistent verbonden aan het Centrum voor EU-Studies, Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent. Hij doceert over en doet onderzoek naar Europese economische en monetaire integratie en Europees handelsbeleid.

Jan Loisen
Jan Loisen is als senior onderzoeker verbonden aan IBBT-SMIT, een onderzoekscentrum van de Vrije Universiteit Brussel, en als docent aan de vakgroep communicatiewetenschappen van dezelfde universiteit. Zijn onderzoek richt zich op de vormgeving van media- en cultuurbeleid in internationale instellingen en de Europese Unie en op vraagstukken over handels- en mediabeleid in het bijzonder.
Essay

Heeft het klimaat nood aan consensus?

Pleidooi voor een politiek van het denkbare

Journal Res Publica, Issue 4 2011
Keywords UN climate policy, constructivism, politics of the imaginable, politics of science, post-politics, matter of concern
Authors Gert Goeminne
AbstractAuthor's information

    In this essay, I argue that the alleged failure of the Copenhagen climate summit in December 2009, rather than labelling it as the collapse of climate politics, should be embraced as an essential political fact. Admittedly, Copenhagen was a failure, albeit of a populist consensual policy practice that invokes an apocalyptic doomsday scenario to make everybody toe the neo-liberal line. In my view, consensus-driven UN policy is running into its own limits as was clearly illustrated at the climate summit in Cancun (December 2010) where the blame was pinned on Bolivia for its fierce resistance against a weak agreement. The time has come to revive the climate and, by extension, the environment as a matter of genuine political concern, open to struggle and contestation, in this way constituting an essential component of social change.


Gert Goeminne
Gert Goeminne is als postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen verbonden aan het Centrum Leo Apostel (VUB) en het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (UGent). In zijn onderzoek focust hij op de relatie tussen wetenschap en democratie.
Book Review

Access_open George Pavlakos, Our Knowledge of the Law - Objectivity and Practice in Legal Theory.

Oxford: Hart Publishing 2007, 267 p.

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2008
Keywords auteur, kenbaarheid, identificatieplicht, noodzakelijkheid, onrechtmatigheid, afzet, belofte, bemiddeling, bewijslast, claim
Authors O. Tans

O. Tans
Article

Access_open Lettres persanes 11

Omstreden democratie in mondiaal perspectief

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2008
Keywords democratie, idee, model, verkiezing, levering, baattrekking, discriminatie, noodzakelijkheid, voorwaarde, ambtenaar
Authors P.B. Hensbroek

P.B. Hensbroek
Book Review

Access_open Olivier Beaud, Théorie de la Fédération.

Paris: Presses universitaire de France 2007, 433 p.

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2008
Keywords Europese unie, idee, lidstaat, merk, akkoord, eindproduct, fout, levering, munitie, noodzakelijkheid
Authors T. Holterm

T. Holterm
Article

Access_open Het voorzorgbeginsel: over ideologie en onzekerheid

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2008
Keywords voorzorgsbeginsel, schade, risico, milieubescherming, milieurecht, bedreiging, idee, noodzakelijkheid, pleidooi
Authors R. Pieterman and T. Arnoldussen

R. Pieterman

T. Arnoldussen
Article

Access_open De filosofie van Legal Realism

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2008
Keywords claim, contract, verhaal, getuige, idee, noodzakelijkheid, verlies, aansprakelijkheid, gebrek
Authors B. Goetschalckx

B. Goetschalckx
Book Review

Access_open Maurice Adams & Willem Lemmens (red.), Hobbes. In de schaduw van Leviathan.

Kapellen: Uitgeverij Pelckmans 2007, 191 p.

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2008
Keywords politieke filosofie, contract, legaliteit, geweld, menselijke gedraging, auteur, noodzakelijkheid, dwang, machine, overeenkomst
Authors L. Logister

L. Logister
Showing 1 - 20 of 52 results
« 1 3
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.