Search result: 55 articles

x

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Pending Cases

Case C-407/19, Free movement, fixed-term work

Katoen Natie Bulk Terminals NV, General Services Antwerp NV – v – Belgische Staat, reference lodged by the Raad van State (Belgium) on 24 May 2019

Journal European Employment Law Cases, Issue 4 2019
Keywords Free movement, fixed-term work
Article

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2019
Keywords oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Authors Corjo Jansen
AbstractAuthor's information

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.

    Hoe was het met de Nederlandse rechtsfilosofie gesteld in de eerste jaren na de bevrijding? In die periode lag binnen de Vereniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) het accent op de verhouding tussen recht en gerechtigheid in het licht van het recente verleden. Dit artikel bespreekt interventies van drie actieve VWR-leden in de jaren 1946-1949: C.M.O. van Nispen tot Sevenaer, I. Kisch en G.E. Langemeijer. Gelet op het sterke accent op de relatie tussen recht en moraal in deze periode, is het niet verwonderlijk dat de rechtsfilosofie van Gustav Radbruch destijds binnen de VWR veel bijval kreeg. Wat was Radbruchs invloed op deze drie rechtsfilosofen? Het artikel besluit met een bespreking van de herdenkingsrede die VWR-voorzitter M.P. Vrij in 1949 uitsprak bij het dertigjarig bestaan. Deze rede markeert het eindpunt van vier jaar van intensieve aandacht voor de rechtsfilosofische implicaties van de ervaring van juridisch onrecht.


Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open De Vlaamse inbreng in de VWR

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2019
Keywords rechtstheorie, rechtsfilosofie, universitair beleid, Vlaanderen, professionalisering
Authors Mark Van Hoecke
AbstractAuthor's information

    Na een beperkte Vlaamse participatie tussen 1935 en 1970, kwam er een geleidelijke verankering van de VWR in Vlaanderen, met een grote bloei in de jaren tachtig en negentig, met jonge professoren die voltijds actief waren op het gebied van de rechtsfilosofie en/of de rechtstheorie. Na 2000 vermindert de inbreng van Vlaanderen echter in belangrijke mate. Er wordt nog vrij veel gepubliceerd in R&R/NJLP, maar nauwelijks nog door professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. Institutioneel wordt de internationale (Engelstalige) dimensie van de VWR versterkt (redactieraad, sprekers), maar vermindert de Vlaamse aanwezigheid in redactie, redactieraad en bestuur. De Vlaamse aanwezigheden op VWR-vergaderingen zijn vaak eenmalig en steeds minder van professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. De afbouw van de leerstoelen en zelfs van het onderwijs in deze domeinen in Vlaanderen is de belangrijkste verklaring hiervoor.


Mark Van Hoecke
Mark Van Hoecke is hoogleraar Rechtsvergelijking aan de Queen Mary University of London.
Article

Access_open Commercial Litigation in Europe in Transformation: The Case of the Netherlands Commercial Court

Journal Erasmus Law Review, Issue 1 2019
Keywords international business courts, Netherlands Commercial Court, choice of court, recognition and enforcements of judgements
Authors Eddy Bauw
AbstractAuthor's information

    The judicial landscape in Europe for commercial litigation is changing rapidly. Many EU countries are establishing international business courts or have done so recently. Unmistakably, the approaching Brexit has had an effect on this development. In the last decades England and Wales – more precise, the Commercial Court in London - has built up a leading position as the most popular jurisdiction for resolving commercial disputes. The central question for the coming years will be what effect the new commercial courts in practice will have on the current dominance of English law and the leading position of the London court. In this article I address this question by focusing on the development of a new commercial court in the Netherlands: the Netherlands Commercial Court (NCC).


Eddy Bauw
Professor of Private Law and Administration of Justice at Molengraaff Institute for Private Law and Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht University. Substitute judge at the Court of Appeal of Arnhem-Leeuwarden and the Court of Appeal of The Hague.
Article

Access_open The Brussels International Business Court: Initial Overview and Analysis

Journal Erasmus Law Review, Issue 1 2019
Keywords international jurisdiction, English, court language, Belgium, business court
Authors Erik Peetermans and Philippe Lambrecht
AbstractAuthor's information

    In establishing the Brussels International Business Court (BIBC), Belgium is following an international trend to attract international business disputes to English-speaking state courts. The BIBC will be an autonomous business court with the competence to settle, in English, disputes between companies throughout Belgium. This article focuses on the BIBC’s constitutionality, composition, competence, proceedings and funding, providing a brief analysis and critical assessment of each of these points. At the time of writing, the Belgian Federal Parliament has not yet definitively passed the Bill establishing the BIBC, meaning that amendments are still possible.


Erik Peetermans
Erik Peetermans is a legal adviser at the Federation of Enterprises in Belgium (FEB).

Philippe Lambrecht
Philippe Lambrecht is the Director-Secretary General at the Federation of Enterprises in Belgium (FEB).
Article

Access_open Requirements upon Agreements in Favour of the NCC and the German Chambers – Clashing with the Brussels Ibis Regulation?

Journal Erasmus Law Review, Issue 1 2019
Keywords international commercial courts, the Netherlands Commercial Court (NCC), Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen), Brussels Ibis Regulation, choice of court agreements, formal requirements
Authors Georgia Antonopoulou
AbstractAuthor's information

    In recent years, the Netherlands and Germany have added themselves to the ever-growing number of countries opting for the creation of an international commercial court. The Netherlands Commercial Court (NCC) and the German Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen, KfiH) will conduct proceedings entirely in English and follow their own, diverging rules of civil procedure. Aspiring to become the future venues of choice in international commercial disputes, the NCC law and the legislative proposal for the establishment of the KfiH allow parties to agree on their jurisdiction and entail detailed provisions regulating such agreements. In particular, the NCC requires the parties’ express and in writing agreement to litigate before it. In a similar vein, the KfiH legislative proposal requires in some instances an express and in writing agreement. Although such strict formal requirements are justified by the need to safeguard the procedural rights of weaker parties such as small enterprises and protect them from the peculiarities of the NCC and the KfiH, this article questions their compliance with the requirements upon choice of court agreements under Article 25 (1) Brussels Ibis Regulation. By qualifying agreements in favour of the NCC and the KfiH first as functional jurisdiction agreements and then as procedural or court language agreements this article concludes that the formal requirements set by the NCC law and the KfiH proposal undermine the effectiveness of the Brussels Ibis Regulation, complicate the establishment of these courts’ jurisdiction and may thus threaten their attractiveness as future litigation destinations.


Georgia Antonopoulou
PhD candidate at Erasmus School of Law, Rotterdam.
Article

Ze halen hun slag wel thuis

Over particratie en het aanpassingsvermogen van Belgische partijen

Journal Res Publica, Issue 4 2018
Keywords dealignment, electoral support, federalism, gender, particracy, personalisation
Authors Jean-Benoit Pilet and Petra Meier
AbstractAuthor's information

    Particracy has been widely used to describe Belgian politics after World War II. Yet, Belgian politics has changed. We examine five changes – the federalisation of the state architecture, diversification of the demos, erosion of political support, party’s dealignment and personalisation of politics – to evaluate how they have affected particracy in Belgium. The answer is twofold: particracy is still very strong, but it has changed. The three traditional party families that had institutionalised particracy in Belgium (Christian-democrats, socialists and liberals) had to face new challengers. They co-opted the most moderate ones (greens, regionalists), while excluding others (radical right/left). Intraparty democracy/participatory/transparency reforms, or changes to the electoral system, all of them opening the political system, were also implemented, but parties were able to overcome them. Yet, the ever-growing gap between traditional parties and citizens and the growth of new parties building upon voters’ dissatisfaction with traditional parties, may put particracy more radically into question.


Jean-Benoit Pilet
Jean-Benoit Pilet is hoogleraar in de Politieke Wetenschappen aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Hij doet onderzoek naar politieke partijen, kiessystemen, kiesgedrag, de personalisering van de politiek en democratische vernieuwing. Over die thema’s publiceerde hij boeken bij Oxford University Press en Routledge en artikels in wetenschappelijke tijdschriften zoals European Journal of Political Reform, West European Politics, Party Politics, Electoral Studies, Environmental Politics, Representation, Journal of Elections, Public Opinion and Parties, Res Publica, Revue Française de Science Politique en Comparative European Politics.

Petra Meier
Petra Meier, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, focust op de representatie van gender, de reproductie van ongelijkheid en de constructie van normativiteit in politiek/beleid. Zij publiceerde recent een aantal special issues over de ontwikkeling van gender beleid (Journal of Women, Politics and Policies; met Emanuela Lombardo en Mieke Verloo), symbolische vertegenwoordiging (Politics, Groups, and Identities; met Tania Verge) en een boek over de professionalisering van de strijd voor gelijkheid (Academia L’Harmattan; met David Paternotte).
Research Note

N-VA: geboorte of verrijzenis?

Over hoe politieke partijen op verschillende manieren ‘nieuw’ kunnen zijn

Journal Res Publica, Issue 2 2018
Authors Stefanie Beyens, Kris Deschouwer, Emilie van Haute e.a.
Author's information

Stefanie Beyens
Stefanie Beyens is universitair docent en postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Daar doet ze onderzoek naar succesvolle publieke organisaties: hoe worden/blijven ze effectief en legitiem, hoe dragen ze bij aan succesvol bestuur? Haar proefschrift, verdedigd in 2016, ging over de overlevingskansen van nieuwe politieke partijen en haar werk over partijen en verkiezingen is gepubliceerd in West European Politics, Party Politics en Journal of Elections, Public Opinion and Parties.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij verricht onderzoek over politieke partijen, verkiezingen, stemgedrag en het democratisch functioneren van verdeelde samenlevingen. Hij coördineert aan de VUB het Strategisch Onderzoeksprogramma EDGE (Evaluating Democratic Governance in Europe).

Emilie van Haute
Emilie van Haute is professor in de politieke wetenschappen aan de Université Libre de Bruxelles (ULB), waar ze ook adjunct-directeur is van het Centre d’étude de la vie politique (Cevipol). Ze is gespecialiseerd in politieke partijen, politieke participatie, verkiezingen en democratie.

Tom Verthé
Tom Verthé is postdoctoraal assistent aan het Centrum voor Lokale Politiek aan de Universiteit Gent en gastprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoek focust op partijen, verkiezingen en stemgedrag en verscheen onder meer in Party Politics, Journal of Elections, Public Opinion and Parties, Italian Political Science Review en Res Publica.

Sara de Jong
Sara de Jong is research fellow aan The Open University (Verenigd Koninkrijk), waar ze de co-coördinator is van de onderzoeksrichting Justice, Borders and Rights in de Strategic Research Area Citizenship & Governance. In verschillende projecten onderzoekt zij de politiek van ngo’s en hun medewerkers op het gebied van migratie, gender en internationale ontwikkeling. Haar boek Complicit Sisters: Gender and Women’s Issues Across North South Divides verscheen in 2017 bij Oxford University Press.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).

    Op 29 september 2015 werd te Antwerpen een studiedag georganiseerd getiteld, ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Aangezien tegenwoordig steeds meer kinderen opgroeien in een nieuw samengesteld gezin, rijst de vraag hoe kinderen deze nieuwe gezinssamenstelling ervaren en welke functies de verschillende betrokken professionals daarbij vervullen. Tijdens de studiedag stond deze vraag centraal en werd het ontstaan van een dergelijk nieuw samengesteld gezin na echtscheiding vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij werden de ervaringen met het ouderschapsplan in Nederland eveneens toegelicht, en dit vanuit juridisch en sociologisch standpunt. Vervolgens werden een aantal workshops georganiseerd waar onder meer de pedagogische ouderschapsbelofte met de opvoedingspiramide aan bod kwam, het juridische ouderschapsplan, het plusouderschapsplan, alsook de rol van magistraten in de familie- en jeugdrechtbanken. Tot slot vond een debat plaats tussen verschillende panelleden, zijnde prof. Frederik Swennen, mevrouw Nancy Bleys, raadgever Justitie bij het Vlaams Ministerie van Welzijn, de federaal minister van Justitie, Koen Geens en een jongerenvertegenwoordiger, Thomas van Grinsven.
    On September 29th 2015 a conference was held in Antwerp. The title of the conference was ‘Family transitions from the perspective of the children’. Because nowadays an increasing number of children grow up in newly recomposed families, questions arise concerning the influence of these newly recomposed families on the wellbeing of children who live in these families. Moreover, questions arise about the part which different professionals play within this context. The family recomposition and its impact were studied from different perspectives. Since the Netherlands has introduced an ‘ouderschapsplan’ (‘parenting plan’) some time ago, several findings on such plans were presented from a legal and a sociological perspective. Thereafter, workshops were organised which concerned de ouderschapsbelofte (‘the parental promise’), het juridische ouderschapsplan (‘the legal parenting plan’), het plusouderschapsplan (the ‘plus parenting plan’) and the role played by magistrates confronted with conflicts in the family court. Finally, a debate was held between prof. Frederik Swennen, the Flemish Minister of Welfare, Nancy Bleys, the federal Minister of Justice Koen Geens and Thomas Van Grinsven as a representative of the youth.


Ulrike Cerulus
Ulrike Cerulus is a researcher at the law faculty of Hasselt University (Belgium), where she is preparing a PhD thesis with respect to parental rights and responsibilities within recomposed families.

Charlotte Mol
Charlotte Mol is a student assistant at the Utrecht Centre for European Research into Family Law (the Netherlands).
Research Note

Beleidscoherentie voor ontwikkeling: een multicausale aanpak

Journal Res Publica, Issue 2 2016
Authors Joren Verschaeve, Sarah Delputte and Jan Orbie
Author's information

Joren Verschaeve
Joren Verschaeve is doctorassistent in het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek focust voornamelijk op het EU-ontwikkelingsbeleid.

Sarah Delputte
Sarah Delputte is doctorassistent in het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Haar onderzoek focust op het ontwikkelingsen klimaatbeleid van de EU.

Jan Orbie
Jan Orbie is hoofddocent aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen en directeur van het Centrum voor EU-Studies aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek focust voornamelijk op het externe beleid van de EU.

Leni Franken
Leni Franken is als postdoctoraal onderzoekster van het FWO verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek richt zich voornamelijk op hedendaagse politieke filosofie, overheidsneutraliteit, kerk-staatverhoudingen en levensbeschouwelijk onderwijs. In 2016 zal haar boek Liberal Neutrality and State Support for Religion: a Philosophical Analysis verschijnen.
Essay

Waarom sport een prominente plaats verdient binnen de Commissie-Juncker

Opportuniteiten en beperkingen voor EU-invloed op de FIFA

Journal Res Publica, Issue 2 2015
Authors Arnout Geeraert
Author's information

Arnout Geeraert
Arnout Geeraert is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Leuven International and European Studies (LINES), KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op het analyseren van de rol van de Europese Unie in de internationale sport en goed bestuur in internationale sportorganisaties.

Sanne Taekema
Sanne Taekema is Professor of Jurisprudence, Erasmus School of Law, Erasmus University of Rotterdam. Her current research is oriented to the rule of law in a global context and to methodological and conceptual issues pertaining to interdisciplinary rule of law.

Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology at the VU University Amsterdam.
Article

Politieke theorie en de Europese Unie: het braakliggend terrein van het normatief programma

Journal Res Publica, Issue 4 2014
Keywords European Union, political theory, integration theory, European Studies, ideal theory
Authors Erik De Bom
AbstractAuthor's information

    In this article it will be argued that the contribution of political theory to European studies is rather one-sided and could be enriched by broadening the spectrum. To make this clear, the first part of this article will offer an overview of the contribution of political theory to European integration studies up to the present day. In the second part, avenues for further research will be presented with special attention to the importance of theories of justice for the EU. In close connection to this program, the value of ideal theory will be highlighted as a means to think about the further development of the EU and to critically assess the present functioning of the EU.


Erik De Bom
Erik De Bom verricht postdoctoraal onderzoek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven en is als senior onderzoeker verbonden aan het Leuven Centre for Global Governance Studies. Zijn onderzoek richt zich op het vroegmoderne politieke denken (16de-17de eeuw) en contemporaine politieke filosofie met bijzondere aandacht voor de Europese Unie.
Article

Welke eurocrisis? Een vergelijkende analyse van de nieuwsverslaggeving in de Lage Landen

Journal Res Publica, Issue 4 2014
Keywords content analysis, euro crisis, newspapers, EU news, framing
Authors Willem Joris and Leen d’Haenens
AbstractAuthor's information

    This article presents a comparative analysis of the news coverage on the euro crisis in Flanders (Dutch-speaking Belgium) and the Netherlands. The aim of the research was to identify how newspapers in the Low Countries have portrayed the roots of the crisis, the main victims, and those held responsible to solve the crisis, and ways to do so. This study also analyzed the differences across geographical contexts and types of newspapers. Furthermore, it examined how the coverage changed as the crisis continued. Research findings include that Flemish newspapers more often reported about the causes of the crisis, whereas the Dutch newspapers published more articles discussing the responses to it. Furthermore, financial newspapers provided more news stories searching for a solution, while popular newspapers usually published short, factual descriptions.


Willem Joris
Willem Joris is wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Hij doet een doctoraatsonderzoek over de ‘eurocrisis in het nieuws’.

Leen d’Haenens
Leen d’Haenens is gewoon hoogleraar aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsinteresses omvatten westers mediabeleid, jongeren en (sociale) media, media en sociale bewegingen, mediadiversiteit, en journalism studies.
Showing 1 - 20 of 55 results
« 1 3
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.