Search result: 9 articles

x

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Essay

Wat te zeggen?

Tolerantie en vrijheid van meningsuiting na Parijs

Journal Res Publica, Issue 1 2016
Authors Floris Mansvelt Beck
Author's information

Floris Mansvelt Beck
Floris Mansvelt Beck is als docent politieke filosofie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar constitutionalisme en liberalisme in de (post)geseculariseerde samenleving.

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Article

China’s uitgaande investeringen

Instituties, beperkingen en uitdagingen

Journal Res Publica, Issue 1 2014
Keywords China, outward direct investment, investment policy, institutions
Authors Duncan Freeman
AbstractAuthor's information

    China’s outward investment policy has attracted attention not only for policy reasons, but also in academic debate on the role of source-country institutions in foreign investment. Formal institutions in the form of government policy and regulations have been central to China’s outward investment. This paper is based on a detailed analysis of Chinese policy and regulatory documents, which provide evidence of the motivations, substance and outcomes of investment policy. The paper argues that the factors determining investment policy are complex and evolving, and that elements of the policy may not be coherent and can be conflicting. It also argues that unintended outcomes are frequent, and that enterprises, including state-owned enterprises, attempt to escape the constraints of government policy and regulation. Thus, the relationship between institutions in China and enterprise behaviour is complex, and is not simply one of restriction or promotion of outward investment.


Duncan Freeman
Duncan Freeman is senior research fellow aan het Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS), Vrije Universiteit Brussel (VUB). Hij doet onderzoek naar China’s uitgaande investeringen.

    In 2006, the European Union was still suffering from a legitimacy crisis following the ill-fated referenda on the Constitutional Treaty in 2005. Nevertheless, this overview of different internal and external European initiatives in 2006 presents a more ambiguous picture. On the one hand, EU policy-makers failed to gather momentum for new and ambitious European initiatives; on the other hand the EU did make some progress in a number of new and running dossiers.
    The extended reflection period did not result in a solution for the institutional impasse, despite some limited proposals (‘Plan D’, a mini-Constitution) to turn the tide. In spite of clear signs of enlargement fatigue, two new member states (Romania and Bulgaria) acceded to the EU. The enlargement negotiations with Croatia and Turkey continued – even though the talks with Turkey were somewhat scaled down. In 2006 the energy issue reached the top of the European political agenda, with ambitious proposals from the European Commission, but this did not result in specific EU policy decisions. The EU did finally reach a compromise on other dossiers that had been stuck in the EU decision-making machinery for years, such as the Bolkestein directive on the liberalisation of services and the REACH regulation on chemicals. The EU’s external and foreign policies were characterised by the EU’s involvement in a number of crisis situations (Lebanon, Congo) and the elaboration of the European Neighbourhood Policy (Action Plans). EU initiatives in the areas of migration and energy also link up with Europe’s external policies – especially in relation to the EU’s neighbouring regions.


Hendrik Vos
Docent Vakgroep politieke wetenschappen UGent.

Jan Orbie
Doctor-assistent Vakgroep politieke wetenschappen UGent.

An Schrijvers
Assistent Vakgroep politieke wetenschappen UGent.

    On May 29th 2005, 54.8% of the French population rejected the Treaty establishing a Constitution for Europe in a referendum. Three days later, no less than 61.8% of the Dutch voters followed suit. In the following days, commentators wrote that the French non and the Dutch nee made the EU face its biggest crisis ever. EU President Juncker stated that the EU did no longer inspire “dreaming”. Commission President Barroso warned of “permanent crisis and paralysis” in the EU. At the European Council meeting of June 16th and 17th 2005, European leaders agreed to insert a one-year period of reflection in the ratification process. Moreover, the idea of a deadline for ratification was abandonned. After EU members states also failed to agree on the 2007-2013 budget, a higly disappointed Juncker concluded that the EU found itself in a “deep crisis”.
    In comparison to the spring of 2005, the problems the EU faced in 2004 looked relatively easy to solve. However, this is not to say that 2004 should be seen as the calm before the storm. Indeed, the accession of ten new member states and the political agreement on a constitutional treaty made 2004 a milestone in recent EU integration history. Starting from the policy measures taken by the EU members states in the aftermath of the terrorist attacks in Madrid, this contribution focuses on the major political and economic developments in the EU in 2004. Special attention is paid to the elections for a new European Parliament, the Barroso-Commission taking office and the approval of the Treaty establishing a Constitution for Europe.


Edith Drieskens
Assistente aan het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid van de Katholieke Universiteit Leuven.

Bart Kerremans
Hoogleraar aan het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid van de Katholieke Universiteit Leuven.
Book Review

Access_open G. Agamben, Etat d'exception.

Homo Sacer, II, 1, Parijs: Seuil 2003, 152 p.

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2004
Keywords bestuurder, bedreiging, gemeentebestuur, grondrecht, legaliteit, noodtoestand, opschorting, vermoeden, gedetineerde, idee
Authors T. Holterman

T. Holterman
Article

Access_open Past de Staat der Nederlanden in het verdachtenbankje?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2002
Keywords strafbaar feit, minister van justitie, openbaar ministerie, aansprakelijkheid, staat der nederlanden, strafbaarheid, strafrechtelijke aansprakelijkheid, algemeen belang, gemeente, opschorting
Authors N. Rozemond

N. Rozemond
Article

Access_open Little brother is watching you. Over multiculturalisme, gedogen en vreedzame conflictbeheersing

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 3 2002
Keywords tussenkomst, gedogen, geweld, handhaving, voorwaarde, conflictbemiddeling, dwang, eigen vermogen, belediging, herstel
Authors G. Oenen

G. Oenen
Showing all 9 results
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.