Search result: 94 articles

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Article

Access_open Recht en politiek in de klimaatzaken

Een sleutelrol voor het internationaal recht in de argumentatie van de nationale rechter

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2020
Authors Vincent Dupont
AbstractAuthor's information

    Ever since it was published in 2015, the judgment of the The Hague court in the so-called Urgenda-case, and the subsequent decisions of the appellate and cassation courts confirming it, have been met with repeated and vivid critiques. By recognizing the necessity of the reduction in greenhouse gas emissions, and furthermore imposing a certain reduction level on the Dutch state, the judgments in the cases at hand gave rise to many questions concerning the position of the judiciary in the matter, and in Dutch society as a whole. This article attempts in the first place to situate the positions of the different actors intervening in the Urgenda-case within a legal-theoretical framework. The contribution subsequently explores the strategic possibilities that an alternative understanding of law could offer to the judges, focusing specifically on the use of legal instruments stemming from international law, brought into the reasoning of the national judge.


Vincent Dupont
Vincent Dupont studeerde in 2017 af als Master of Laws aan de KU Leuven en volgt momenteel een opleiding sociologie aan de Université libre de Bruxelles, Unicamp in São Paulo en de École des hautes études en sciences sociales in Parijs.
Article

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2019
Keywords onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Authors Nanda Oudejans and Antony Pemberton
AbstractAuthor's information

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.

Carl Devos
Carl Devos is gewoon hoogleraar, voorzitter van de vakgroep Politieke Wetenschappen van UGent en was vele jaren redactielid van Res Publica, van begin 2008 tot eind 2010 als hoofdredacteur.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de KU Leuven en was in 2003 en 2004 hoofdredacteur van Res Publica.

Bart van Leeuwen
Bart van Leeuwen is universitair docent politieke theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij verricht onderzoek naar thema’s die samenhangen met verstedelijking, waaronder intercultureel stadsburgerschap, segregatie en dakloosheid.

Michael Merry
Michael Merry is hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in ethiek en onderwijs.
Article

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2017
Keywords empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Authors Vincent Geeraets and Wouter Veraart
AbstractAuthor's information

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Domineren Brussel en Den Haag ook de Dorpsstraat?

Nationale en lokale determinanten van het succes van nationale partijen bij de Nederlandse en Vlaamse gemeenteraadsverkiezingen

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords second-order elections, municipal elections, local politics
Authors Sofie Hennau, Ramon van der Does and Johan Ackaert
AbstractAuthor's information

    This article investigates to what extent national and/or local factors influence the performance of national parties in the most recent Flemish and Dutch municipal elections of, respectively, 2012 and 2014.
    Our analyses underscore the impact of local factors on the municipal election results, both in Flanders and in the Netherlands. The number of parties and previous election results have a negative effect on the vote share of national political parties. Contrary to the expectations, participation in local government does not have any influence on the national lists’ elections results.
    Although local factors have to be taken into account to get a better estimation of the performance of national lists in municipal elections, national factors have significant effects as well. Parties doing well at the national elections, are less successful at the local level.


Sofie Hennau
Sofie Hennau is postdoctoraal onderzoeker aan de faculteit Rechten van de UHasselt. Zij doet onderzoek naar lokale institutionele hervormingen en lokale politiek.

Ramon van der Does
Ramon van der Does is werkzaam als onderwijs- en onderzoeksassistent aan de Universiteit Leiden. Ook doet hij zelfstandig onderzoek naar deliberatie, politieke participatie en lokale verkiezingen.

Johan Ackaert
Johan Ackaert is hoogleraar en decaan van de faculteit Rechten van de UHasselt. Zijn onderzoek richt zich op lokaal beleid en lokale politiek.

    This paper analyses ministerial expertise of senior ministers and junior ministers (in Dutch: staatssecretarissen) who held office in the Netherlands between 1967 and 2015. Expertise is differentiated between two independent dimensions: technical knowledge with respect to the subject matter of the portfolio, and political knowledge and skills. Results indicate that both types of ministers have considerable political and technical expertise, but junior ministers have relatively and significantly more often technical expertise and senior ministers more often have political expertise. Furthermore, the complete outsider (lacking both technical and political skills) is a rather rare phenomenon in both types of ministers. Besides, although it follows from the watchdog junior minister theory that political expertise is needed to function effectively as a watchdog, there is not a significantly higher frequency of political expertise in the junior ministers when the junior minister and the senior minister are from different parties than when they are from the same party.


Astrid Elfferich
Astrid Elfferich is researchmasterstudent Political Science and Public Administration aan de Universiteit Leiden. Haar onderzoek betreft naast parlementaire geschiedenis intergenerationele rechtvaardigheid en daaraan gekoppelde politieke vraagstukken, zoals de opslag van nucleair afval en het vergrijzingsprobleem.

    Op 29 september 2015 werd te Antwerpen een studiedag georganiseerd getiteld, ‘Gezinstransities vanuit het perspectief van de kinderen’. Aangezien tegenwoordig steeds meer kinderen opgroeien in een nieuw samengesteld gezin, rijst de vraag hoe kinderen deze nieuwe gezinssamenstelling ervaren en welke functies de verschillende betrokken professionals daarbij vervullen. Tijdens de studiedag stond deze vraag centraal en werd het ontstaan van een dergelijk nieuw samengesteld gezin na echtscheiding vanuit verschillende invalshoeken onderzocht. Daarbij werden de ervaringen met het ouderschapsplan in Nederland eveneens toegelicht, en dit vanuit juridisch en sociologisch standpunt. Vervolgens werden een aantal workshops georganiseerd waar onder meer de pedagogische ouderschapsbelofte met de opvoedingspiramide aan bod kwam, het juridische ouderschapsplan, het plusouderschapsplan, alsook de rol van magistraten in de familie- en jeugdrechtbanken. Tot slot vond een debat plaats tussen verschillende panelleden, zijnde prof. Frederik Swennen, mevrouw Nancy Bleys, raadgever Justitie bij het Vlaams Ministerie van Welzijn, de federaal minister van Justitie, Koen Geens en een jongerenvertegenwoordiger, Thomas van Grinsven.
    On September 29th 2015 a conference was held in Antwerp. The title of the conference was ‘Family transitions from the perspective of the children’. Because nowadays an increasing number of children grow up in newly recomposed families, questions arise concerning the influence of these newly recomposed families on the wellbeing of children who live in these families. Moreover, questions arise about the part which different professionals play within this context. The family recomposition and its impact were studied from different perspectives. Since the Netherlands has introduced an ‘ouderschapsplan’ (‘parenting plan’) some time ago, several findings on such plans were presented from a legal and a sociological perspective. Thereafter, workshops were organised which concerned de ouderschapsbelofte (‘the parental promise’), het juridische ouderschapsplan (‘the legal parenting plan’), het plusouderschapsplan (the ‘plus parenting plan’) and the role played by magistrates confronted with conflicts in the family court. Finally, a debate was held between prof. Frederik Swennen, the Flemish Minister of Welfare, Nancy Bleys, the federal Minister of Justice Koen Geens and Thomas Van Grinsven as a representative of the youth.


Ulrike Cerulus
Ulrike Cerulus is a researcher at the law faculty of Hasselt University (Belgium), where she is preparing a PhD thesis with respect to parental rights and responsibilities within recomposed families.

Charlotte Mol
Charlotte Mol is a student assistant at the Utrecht Centre for European Research into Family Law (the Netherlands).
Symposium

De rekruteringsfunctie van partijen in gevaar?

Journal Res Publica, Issue 2 2016
Authors Gerrit Voerman, Bram Wauters, Jeroen van der Kolk e.a.
Author's information

Gerrit Voerman
Gerrit Voerman is hoogleraar Ontwikkeling en functioneren van het Nederlandse en Europese partijstelsel aan de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP).

Bram Wauters
Bram Wauters is hoogleraar aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is hoofd van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij bereidt momenteel een boek voor over partijleden in Vlaanderen, dat in het voorjaar van 2017 zal verschijnen.

Jeroen van der Kolk
Hoofd HRM & Ontwikkeling bij het CDA.

Martijn Brandenburg
HR-medewerker bij de PvdA.

    Op donderdag 12 en vrijdag 13 november 2015 vond het eerste internationale besloten expertenseminarie van RETHINKIN. plaats te Gent en Kortrijk. Dit seminarie is het initiatief van de Wetenschappelijke Onderzoeks Groep (WOG) RETHINKIN. (Rethinking legal kinship studies in the Low Countries). Deze WOG is het resultaat van de samenwerking tussen enerzijds de Vlaamse Vereniging voor Familie & Recht (V.Fam.) en anderzijds de Nederlandse Alliantie Familie & Recht. Het doel van RETHINKIN. is het herdefiniëren van het familierecht in de Lage Landen (www.rethinkin.eu).
    Op het seminarie debatteerden internationale experten gedurende twee dagen over twee thema’s: de vergoeding van huishoudelijke inspanningen in relaties enerzijds en de zorg voor ouderen anderzijds. Deze topics werden op de eerste dag geanalyseerd vanuit economisch standpunt. Hierna wordt enkel ingegaan op de tweede dag van het seminarie, waarop beide thema’s in juridisch en historisch perspectief werden geplaatst.
    On Thursday 12 and Friday 13 November 2015, the first international closed expert seminar of RETHINKIN. took place in Ghent and Kortrijk. This seminar was an initiative of the Scientific Research Group (WOG) RETHINKIN. (Rethinking legal kinship studies in the Low Countries). This WOG is the result of a cooperation between the Flemish Association of Family & Law (V.Fam.) and the Dutch Alliance Family & Law. RETHINKIN. steers the scientific redefinition of family law in the Low Countries and aims at taking a leading international role in this scientific discussion (www.rethinkin.eu).
    At this seminar, international experts discussed two themes: the remuneration of household production and informal elderly care. On the fhe first day these themes were analysed from an economic point of view. On the second day of the expert seminar, both of the themes were studied from a legal and a historical perspective. In this report, only the second day of the seminar will be discussed.


Katrien De Vos Ph.D.
Katrien De Vos is promovenda aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven.
Symposium

De publieke rol van politicologen

Journal Res Publica, Issue 1 2016
Authors Mark Bovens, Tom van der Meer and Marc Hooghe
Author's information

Mark Bovens
Mark Bovens is hoogleraar Bestuurskunde, Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie/Utrecht School of Governance, Universiteit Utrecht en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in Den Haag.

Tom van der Meer
Tom van der Meer is universitair hoofddocent politieke wetenschappen, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam. Hij is medeoprichter en mederedacteur van Stuk Rood Vlees (www.stukroodvlees.nl). Daarnaast is hij co-directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en het Lokaal Kiezersonderzoek (LKO) in Nederland.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan het Centre for Citizenship and Democracy van de KU Leuven, waar hij houder is van een ERC Advanced Grant om de verhoudingen tussen burgers en het politieke systeem in Europa te onderzoeken. Hij was van 2003 tot 2005 hoofdredacteur van Res Publica.

    Dit is een verslag van het symposium over de knelpunten van de invoering van de beperkte gemeenschap van goederen, dat op 22 mei 2015 aan de Universiteit Utrecht werd gehouden. Het wetsvoorstel houdt - kort samengevat - in, dat voorhuwelijks vermogen, erfenissen en giften niet langer in de huwelijksgoederengemeenschap vallen. Op dit symposium werd het wetsvoorstel besproken en de daarop gerichte kritiek samengevat in 4 knelpunten. Ook werd het wetsvoorstel in internationaal perspectief geplaatst door sprekers uit Duitsland, Zweden en België. In internationaal opzicht is de algehele gemeenschap uniek en zowel in binnen- als buitenland wordt zij als ouderwets beschouwd.
    Als probleem van het voorgestelde stelsel wordt ervaren dat men tijdens het huwelijk geen administratie bijhoudt en dat dat bij de afwikkeling na ontbinding problemen gaat opleveren. Echter, het huidige bewijsvermoeden, zoals dat is neergelegd in art. 1:94 lid 6 BW, blijft van kracht in het wetsvoorstel. De zaaksvervangingsregel van 1:95 lid 1 BW wordt ook gehandhaafd. Besproken is de Belgische oplossing voor mogelijke problemen, inhoudende dat een goed dat voor meer dan de helft van de prijs uit eigen vermogen is gefinancierd alleen dan buiten de gemeenschap valt als partijen dat verklaren bij notariële akte.
    Het wetsvoorstel geeft een regeling om de echtgenoot mee te laten profiteren van het ondernemingsvermogen dat de ander buiten de gemeenschap opbouwt. De moeilijkheid hierbij is hoe de vergoeding jegens de niet-werkende echtgenoot berekend moet worden. Ten slotte is in het nieuwe wetsvoorstel geprobeerd tegemoet te komen aan het probleem dat een echtgenoot geconfronteerd wordt met schuldeisers van de andere echtgenoot. Om dit te bereiken zijn art. 1:96 BW en art. 61 Fw gewijzigd met als gevolg dat de positie van de schuldeiser tot normale proporties wordt teruggebracht.
    Een grote meerderheid van de aanwezigen bleek positief te zijn over het nieuwe wetsvoorstel: ongeveer 90 procent was voor invoering in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
    This is a conference report on a symposium held at the University of Utrecht on the 22nd of May on the legislative proposal for the introduction of a limited community of property in the Netherlands. The legislative proposal entails – in a nutshell – that pre-matrimonial property, inheritances and gifts no longer form a part of the community of property. During this symposium, the legislative proposal was discussed and the critique was summarized into four key issues. The legislative proposal was also placed in an international perspective by speakers from Germany, Sweden and Belgium. In the international perspective the Dutch community of property regime is unique and it is regarded as outdated in both the Netherlands and abroad. In the proposed new regime it is considered that spouses do not keep an administration of their assets during their marriage, which can cause problems after dissolution of the community. However, the rebuttal presumption of Article 1:94 para. 6 Dutch Civil Code, is upheld in the new proposal. The current rule of substitution as stated in Article 1:95 Dutch Civil Code is also maintained. The Belgian solutions to possible difficulties is discussed, in which property is only excluded from the community of property when more than half of the price has been financed by personal assets and this is declared in a notarial deed.Furthermore, the legislative proposal allows the non-working spouse to share in the profits of the business assets acquired by the work of the other spouse which are built up outside the community. The remaining difficulty is how the reimbursement claim should be calculated. Lastly, the legislative proposal attempts to prevent a spouse from being confronted by creditors of the other spouse. In order to achieve this, Article 1:96 Dutch Civil Code and Art. 61 Insolvency Law are amended in such a way that the position of the creditor is brought back tonormal proportions.A great majority of those present appeared to be positive about the legislative proposal; 90 percent voted in favour of incorporating it into Book 1 of the Dutch Civil Code.


Bas Legger
Bas Legger is student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.

Tiddo Bos
Tiddo Bos is research master student Notarial and Civil Law at the University of Groningen.
Article

De multiculturele herverdelingsstaat

Over gelijkheid en solidariteit in de multiculturele samenleving

Journal Res Publica, Issue 3 2015
Keywords multiculturalism, socio-economic equality, social cohesion, solidarity, welfare state
Authors François Levrau
AbstractAuthor's information

    For many reasons multiculturalism has become a convenient punching bag. One of the criticisms is that multiculturalism undermines social cohesion and therefore erodes the basis for a redistribution policy. Closely related to this critique is that multiculturalism pushes immigrants into unemployment and makes them dependent on the welfare state. In this article, both criticisms are evaluated. We clarify why multiculturalism does not necessarily undermine the (support for) welfare state nor impede the socioeconomic equality of immigrants. What is needed and what remains necessary is the outline of a multicultural welfare state.


François Levrau
François Levrau is doctor in de Sociale Wetenschappen en als senior onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Article

Tussen partij en parlement: het profiel van de fractievoorzitter in België

Journal Res Publica, Issue 2 2015
Keywords political party, parliament, parliamentary party, leader, political elites, Belgium
Authors Benjamin de Vet and Bram Wauters
AbstractAuthor's information

    The leader of the parliamentary party in Belgium occupies a very specific position, which differs from that of the political leader and that of the organizational leader of a party. This person acts as a crucial linking pin between ‘the party in central office’ and ‘the party in public office’. Owing to an increase in power of ‘the party in central office’ in modern ‘cartel parties’, we expect repercussions on the profile, selection and functioning of parliamentary party leaders. In this first, exploratory analysis based on a new dataset, we sketch the profile of these leaders in terms of experience and career, and based on these characteristics, we develop a typology. We also investigate whether these variables vary over time and by government status.
    Our results show for most of the indicators a weakening of the parliamentary party leader over time, whereas government parties appear to prefer a stronger parliamentary party leader than opposition parties.


Benjamin de Vet
Benjamin de Vet is masterstudent Politieke Wetenschappen (nationale politiek) aan de UGent, en schrijft zijn masterproef over de selectie van fractieleiders in het Belgisch federaal en Vlaams Parlement.

Bram Wauters
Bram Wauters is als docent verbonden aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de UGent, waar hij de onderzoeksgroep GASPAR (www.gaspar.ugent.be) leidt. Zijn onderzoek gaat over verkiezingen, partijen en politieke representatie, met bijzondere aandacht voor ondervertegenwoordigde groepen.
Article

Access_open Samenlevingsovereenkomsten in de notariële praktijk

Journal Family & Law, November 2014
Authors Petra Kuik, Wendy Schrama and Prof. dr. Leon Verstappen
Abstract

    In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. In deze bijdrage worden de resultaten van een empirisch onderzoek dat in 2013 is verricht naar de inhoud van gemaakte samenlevingsovereenkomsten gepresenteerd. De beroepsgroep die zich met het maken van samenlevingsovereenkomsten bezig houdt - het notariaat - is bevraagd over deze praktijk aan de hand van een digitale vragenlijst. Daarmee is het qua opzet een verkennend onderzoek, dat een eerste beeld geeft van de notariële praktijk. De inhoud van de doorsnee samenlevingsovereenkomst verschilt aanzienlijk van die van huwelijkse voorwaarden. Bedingen waaruit vermogensrechtelijke solidariteit tussen ongehuwd samenwonenden blijkt (inkomens- of vermogensverrekening of alimentatiebedingen), komen slechts zeer beperkt voor in samenlevingsovereenkomsten, terwijl die juist in huwelijkse voorwaarden zeer frequent voorkomen. Ook op andere onderdelen verschaft dit onderzoek interessante bevindingen. Nader onderzoek is gewenst om meer inzicht te krijgen in de praktijk van het maken van samenlevingsovereenkomsten. --- In this paper, the authors present an empirical research on the content of cohabitation contracts in the Netherlands, conducted in 2013. The legal professionals who mostly deal with cohabitation contracts - the notaries - have been asked to fill in a digital questionnaire. The format of this research is exploratory, painting a first picture of legal practice on making cohabitation contracts. The content of the average cohabitation contract differs very much compared to the content of the average marriage contract. Clauses that express solidarity between cohabitants (sharing income or property values or maintenance) are rare in cohabitation contracts, whereas they are rather popular in matrimonial property contracts. Further research is necessary to gain more insight into the legal practice of making cohabitation contracts.


Petra Kuik

Wendy Schrama

Prof. dr. Leon Verstappen
Research Note

De Europese Unie en representatie

Kan de EU de onevenwichtigheden in het systeem van belangengroepen aanpakken?

Journal Res Publica, Issue 4 2014
Authors Rosa Sanchez Salgado
Author's information

Rosa Sanchez Salgado
Rosa Sanchez Salgado is universitair docent aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de participatie van ngo’s in het Europese beleidsproces. In het bijzonder analyseert zij de inspanningen van Europese instellingen om ngo’s vorm te geven.
Article

Hoe tweederangs zijn lokale verkiezingen?

Een analyse van de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen 2010 vanuit het perspectief van second-order elections

Journal Res Publica, Issue 3 2014
Keywords Second-order elections, Netherlands, municipal elections, aggregate studies
Authors Herman Lelieveldt and Ramon van der Does
AbstractAuthor's information

    Studies of second-order elections using aggregate data have predominantly focused on examining the extent to which European parliament elections and regional elections are dominated by the national, first-order arena, and paid scarce attention to the analysis of municipal elections. In addition the study of second-order elections is dominated by looking at the impact of first-order factors whilst ignoring the impact of arena-specific factors. This article addresses these shortcomings by analyzing the impact of national and local factors on the performance of national parties in the Dutch municipal elections of 2010. Our analysis shows that there are significant effects of local factors. Most parties lose votes when having been in local government and in some cases as well when having in addition lost an alderman as a result of a political crisis. Parties also lose vote share as a result of the entrance of new national and local parties in a local election, with the effect of new national entrants being larger than that of new local entrants. Our analysis corroborates earlier findings that point to a dominance of national factors, while at the same time showing that it is vital to include local, arena specific factors in order to get to a better estimation of the second-orderness of non-national elections. We discuss our results with respect to the recurring debate about the nationalisation of the Dutch municipal elections.


Herman Lelieveldt
Herman Lelieveldt doceert politicologie aan het University College Roosevelt, het liberal arts and honours college van de Universiteit Utrecht gevestigd in Middelburg.

Ramon van der Does
Ramon van der Does studeerde in 2014 als BA in de Social Sciences af aan het University College Roosevelt en doet momenteel de onderzoeksmaster politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Symposium

Het electorale succes van het euroscepticisme

Journal Res Publica, Issue 3 2014
Authors André Krouwel, Yordan Kutiyski, Nathalie Brack e.a.
Author's information

André Krouwel
André Krouwel is docent vergelijkende politiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceert over presidentialisering, politieke partijen, sociale bewegingen en democratisering in West- en Oost-Europa. Daarnaast verricht hij verkiezingsonderzoek, ook m.b.t. Nederland, o.a. via Kieskompas waar hij wetenschappelijk directeur is.

Yordan Kutiyski
Yordan Kutiyski studeerde politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is momenteel coördinator van het wetenschappelijk onderzoek bij Kieskompas.

Nathalie Brack
Nathalie Brack is Wiener Anspach postdoctoraal onderzoeker aan het European Studies Center van het Saint Antony’s College (Oxford University). Zij promoveerde aan de Université libre de Bruxelles met een proefschrift over euroscepticisme en heeft sindsdien talrijke internationale publicaties in dit domein verzorgd.

Wouter Wolfs
Wouter Wolfs studeerde geschiedenis, politieke wetenschappen en Europees beleid aan de KU Leuven en de Corvinus University in Boedapest. Na twee jaar praktijkervaring in het Europees Parlement werkt hij sinds september 2013 als wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven. Hij verricht onderzoek naar euroscepticisme en de rol van nationale parlementen in de EU.
Showing 1 - 20 of 94 results
« 1 3 4 5
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.