Search result: 114 articles

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Article

Access_open Invisible before the law

The legal position of persons with intellectual disabilities under the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd) in light of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD)

Journal Family & Law, June 2021
Keywords dicrimination, guardianship, incapacitated adults, legal (in)capacity
Authors F. Schuthof LLM
AbstractAuthor's information

    In the Netherlands, the use of involuntary treatment in the mental health care sector is governed by the Dutch Care and Compulsion Act (Wzd). This study examines the legal position of persons with intellectual disabilities under this Act. The Wzd is analyzed in light of the human rights standards of Article 12 of the Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD). The findings of this study show that the Wzd does not meet the standards of Article 12 in several cases. The Wzd does not recognize the legal capacity of persons with intellectual disabilities, it continues to allow for substituted decision-making and support measures are not complemented by adequate safeguards. From a theoretical point of view, an imbalance between the protection of and the respect for the autonomy of persons with intellectual disabilities can be observed. This article formulates several recommendations in order to restore this balance.
    ---
    De Nederlandse Wet zorg en dwang (Wzd) ziet toe op de rechten van mensen met een verstandelijke beperking bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname. Dit artikel onderzoekt de juridische positie van mensen met een verstandelijke beperking ten aanzien van deze wet. De Wzd wordt geanalyseerd in relatie tot artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (VRPH). De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de Wzd in verschillende gevallen niet voldoet aan de normen van artikel 12 VRPH. Zo wordt onder andere de handelingsbekwaamheid, ofwel ‘legal capacity’, van mensen met een verstandelijke beperking niet erkend en blijft plaatsvervangende besluitvorming mogelijk. Vanuit theoretisch oogpunt is er sprake van een disbalans tussen de bescherming van en het respect voor de autonomie van mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel doet daarom meerdere aanbevelingen om dit evenwicht te herstellen.


F. Schuthof LLM
Fiore Schuthof conducts research into better empowerment and protection of the elderly as a PhD student at Utrecht University (UU).
Article

Access_open Het classicistische politieke denken van Van Hogendorp

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2021
Keywords classicistisch politiek denken, constitutie, Van Hogendorp, Grondwet, politieke filosofie
Authors Alban Mik
AbstractAuthor's information

    Gijsbert Karel van Hogendorp is the auctor intellectualis of the 1818 Dutch constitution. It was his sketch for a new constitution that was used as a starting point for the deliberations of its original drafting committee. Van Hogendorp justifies his constitution as a restoration of the Burgundian constitution that applied before the Dutch Republic. In recent literature Van Hogendorp’s restorational argument is presented as an invention of tradition. In this article an alternative explanation is presented, namely that it is part of a form of classicist political thought that was common during the ancien régime. Van Hogendorp describes his constitution as a moderate monarchy, in which the three principles of monarchy, aristocracy and democracy are properly balanced. And he mainly defends this mixed regime by pointing out that it is a restoration of the old Burgundian constitution of the Netherlands. This way of reasoning is, as will be shown, typically classicistic.


Alban Mik
Alban Mik is onderzoeker aan de Afdeling Metajuridica, vakgroep Rechtsfilosofie van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Toegang tot het recht in de rechtsstaat

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 1 2021
Keywords rechtsstaat, toegang tot het recht, sociale dimensie, Nicholas Barber, Pierre Bourdieu
Authors Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
AbstractAuthor's information

    This paper considers access to the rule of law as a requirement for the well-functioning of the rule of law in society. In most rule of law debates, access to the rule of law is not a topic of discussion because these scholars focus themselves solely on the legalistic dimension of the rule of law. Barber was the first to mention the social dimension explicitly but without a theoretical framework. Based on the three capitals of Bourdieu, this paper offers a framework to determine the elements of the social dimension. With these capitals, barriers to the access to the rule of law for individuals can be identified, and solutions can be offered.


Nathalie Franziska Hendrika Schnabl
Nathalie Schnabl is promovenda aan de Faculteit Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Article

Access_open Moet de strafrechter ook de scheidsrechter zijn van het publieke debat?

De scheiding der machten in het licht van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers

Journal Netherlands Journal of Legal Philosophy, Issue 2 2020
Keywords Freedom of speech, Separation of powers, Criminal law, Hate speech, Legal certainty
Authors Jip Stam
AbstractAuthor's information

    This article contains a critical review of the provisions in the Dutch penal code regarding group defamation and hate speech. It is argued that not only these provisions themselves but also their application by the Dutch supreme court, constitutes a problem for the legitimacy and functioning of representative democracy. This is due to the tendency of the supreme court to employ special constraints for offensive, hateful or discriminatory speech by politicians. Because such a special constraint is not provided or even implied by the legislator, the jurisprudence of the supreme court is likely to end up in judicial overreach and therefore constitutes a potential – if not actual – breach in the separation of powers. In order to forestall these consequences, the protection of particularly political speech should be improved, primarily by a revision of the articles 137c and 137d of the Dutch penal code or the extension of parliamentary immunity.


Jip Stam
Jip Stam is onderzoeker en docent bij de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Leidse rechtenfaculteit.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Journal Family & Law, February 2019
Authors H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman and prof. dr. M.V. Antokolskaia
AbstractAuthor's information

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Ze halen hun slag wel thuis

Over particratie en het aanpassingsvermogen van Belgische partijen

Journal Res Publica, Issue 4 2018
Keywords dealignment, electoral support, federalism, gender, particracy, personalisation
Authors Jean-Benoit Pilet and Petra Meier
AbstractAuthor's information

    Particracy has been widely used to describe Belgian politics after World War II. Yet, Belgian politics has changed. We examine five changes – the federalisation of the state architecture, diversification of the demos, erosion of political support, party’s dealignment and personalisation of politics – to evaluate how they have affected particracy in Belgium. The answer is twofold: particracy is still very strong, but it has changed. The three traditional party families that had institutionalised particracy in Belgium (Christian-democrats, socialists and liberals) had to face new challengers. They co-opted the most moderate ones (greens, regionalists), while excluding others (radical right/left). Intraparty democracy/participatory/transparency reforms, or changes to the electoral system, all of them opening the political system, were also implemented, but parties were able to overcome them. Yet, the ever-growing gap between traditional parties and citizens and the growth of new parties building upon voters’ dissatisfaction with traditional parties, may put particracy more radically into question.


Jean-Benoit Pilet
Jean-Benoit Pilet is hoogleraar in de Politieke Wetenschappen aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Hij doet onderzoek naar politieke partijen, kiessystemen, kiesgedrag, de personalisering van de politiek en democratische vernieuwing. Over die thema’s publiceerde hij boeken bij Oxford University Press en Routledge en artikels in wetenschappelijke tijdschriften zoals European Journal of Political Reform, West European Politics, Party Politics, Electoral Studies, Environmental Politics, Representation, Journal of Elections, Public Opinion and Parties, Res Publica, Revue Française de Science Politique en Comparative European Politics.

Petra Meier
Petra Meier, hoogleraar Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, focust op de representatie van gender, de reproductie van ongelijkheid en de constructie van normativiteit in politiek/beleid. Zij publiceerde recent een aantal special issues over de ontwikkeling van gender beleid (Journal of Women, Politics and Policies; met Emanuela Lombardo en Mieke Verloo), symbolische vertegenwoordiging (Politics, Groups, and Identities; met Tania Verge) en een boek over de professionalisering van de strijd voor gelijkheid (Academia L’Harmattan; met David Paternotte).

Wilfried Dewachter
Wilfried Dewachter is een Belgisch politicoloog en gewoon hoogleraar emeritus van de KU Leuven. Hij publiceerde decennialang vooral over verkiezingen, politieke partijen en de rol van de elite, leidde generaties politicologen op en was van 1970 tot 1993 en van 1997 tot 2000 hoofdredacteur van Res Publica. Als politicoloog was Dewachter vaak een aanspreekpunt van de media.
Article

Als je wint, heb je vrienden

Een verkenning van de pre-electorale aantrekkelijkheid van politieke partijen aan de hand van de verspreiding van verkiezingsmemoranda van belangengroepen

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords political parties, interest groups, election memoranda, rational choice, political effectiveness
Authors Tom Schamp and Nicolas Bouteca
AbstractAuthor's information

    In this paper we look at the way in which a wide range of interest groups have tried to influence political parties in Flanders. In order to test both aspects of the historic-institutional perspective and the rational choice perspective on party-group relations, we have analyzed the dissemination of in total 1569 memoranda by 616 interest groups over the six represented Flemish political parties in the 2013-2014 election year. We find that interest groups are very selective in the distribution of their memoranda to the different parties. Traditional parties seem more popular than new parties and political effectiveness seems to be the driver behind the selectivity of the large majority of the interest groups studied in this paper.


Tom Schamp
Tom Schamp is als doctoraatsstudent betrokken bij de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over het effect van kiessystemen op de vertegenwoordiging van politieke partijen en over de relatie tussen politieke partijen en belangengroepen in Vlaanderen.

Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca is professor aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de UGent en lid van de Ghent Association for the Study of Parties and Representation (GASPAR). Hij publiceerde eerder over ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgische federalisme.
Article

De draaideur: van impasse naar uitweg

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords revolving door, lobbying, integrity, public values, polder democracy, regulatory solutions
Authors Toon Kerkhoff and Arco Timmermans
AbstractAuthor's information

    The revolving door is an ambiguous concept evoking strong opinions, and often is seen to lead to a decline in trust and legitimacy of the policy-making system of the Netherlands. But the different moral objections against the revolving door between functions and jobs in public and private organizations are barely matched with systematic empirical evidence of negative effects on the policy-making system. In this article, a definition of the concept is presented in order to help focusing the discussion on moral objections and practical implications of the revolving door. Two fundamental contradictions emerge from the panoply of arguments and assertions about this phenomenon. With our definition as a basis, we consider the different forms of the revolving door and discuss conditions under which it may be contained without solutions that are disproportionate to the problem. The way out is to develop clearer norms and integrity-enhancing mechanisms with which negative effects may be avoided and positive effects strengthened.


Toon Kerkhoff
Toon Kerkhoff is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij geeft leiding aan het Centre for Public Values & Ethics aan de Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden, waar wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar normatieve vraagstukken in de publieke sector en kennis daarover breder toegankelijk wordt gemaakt. Het onderzoek van Kerkhoff richt zich in het bijzonder op good governance en bestuurlijke ethiek, waarover hij ook onderwijs geeft in bachelor- en masteropleidingen.

Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.
Introduction

Lobbyen in de Lage Landen

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Authors Arco Timmermans
Author's information

Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.
Article

Formele bestuurslaag of informele belangengroep?

Een literatuurstudie over de rol en invloed van lokale besturen in het Europese multilevel governance systeem

Journal Res Publica, Issue 3 2018
Keywords local government, Europeanization, multilevel governance, interest group politics, European decision-making, literature review
Authors Tom Verhelst
AbstractAuthor's information

    Should we consider local authorities and their associations as a formal government layer when they interact with the European institutions in order to influence EU legislation, or should this be classified as informal territorial interest group behaviour? This paper discusses the role and the influence of local authorities in the European decision-making process. Based on a literature review, the paper contrasts both positions in terms of theoretical underpinning, practical implementation and academic state of affairs. The paper demonstrates that whilst the formal perspective has gained more leeway in the official European policy discourse and subsequent institutionalisation in recent decades, it is often insufficient to guarantee the effective inclusion of local authorities in EU policy-making. Interest group action, i.e. lobbying, might therefore still be a more practical and powerful way of promoting local political interests in the European policy arena.


Tom Verhelst
Tom Verhelst is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek van de Universiteit Gent. Hij schreef een proefschrift over de rol en positie van de gemeenteraad en de gemeenteraadsleden in België. Zijn huidig onderzoek heeft hoofdzakelijk betrekking op de Europeanisering van lokale besturen en de functie van lokale besturen in het Europese multilevel governance systeem. In het bijzonder buigt hij zich over de vraag hoe lokale besturen invloed kunnen uitoefenen op Europese besluitvorming.
Article

TTIP, business as usual?

Europees handelsbeleid en zijn democratische legitimiteit

Journal Res Publica, Issue 2 2018
Keywords Democratic legitimacy, input legitimacy, throughput legitimacy, European Union, trade policy, TTIP
Authors Joke Matthieu
AbstractAuthor's information

    The Transatlantic Trade and Investment partnership (TTIP) can be considered a game changer among trade agreements. TTIP not only aims to shape tomorrow’s trade policy, but has also had a huge influence on the democratic legitimacy of the EU. Based on recent literature on democratic legitimacy in the EU, this paper studies how the TTIP negotiations score in terms of input and throughput legitimacy. Our results show that these negotiations have had their fair share of problems, such as the disproportionally large influence of corporations and a lack of transparency and accountability. However, these legitimacy problems occurred mainly in the first months of the negotiation process. Due to large scale protests and critiques from civil society, measures were taken to boost the legitimacy of the process.


Joke Matthieu
Joke Matthieu studeerde politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) waar ze in 2016 afstudeerde met grootste onderscheiding. Voor haar masterproef onderzocht ze de democratische legitimiteit van de TTIP-onderhandelingen en daarvoor kreeg ze de prijs voor de beste masterproef van de faculteit Economische en Sociale wetenschappen. Ze zette haar academische carrière verder aan de VUB, waar ze momenteel werkt als onderwijsassistent en doctoraatsonderzoeker. Haar voornaamste onderzoeksinteresses zijn democratische innovatie, politieke socialisatie en burgerschap. Ze bereidt momenteel een doctoraat voor over de effecten van deliberatie op het burgerschap van jongeren.
Essay

Politieke volksinvloed en christendemocratie

Een historische verkenning naar aanleiding van de Oekraïne- en sleepwetreferenda (2016-2018)

Journal Res Publica, Issue 2 2018
Authors Tom-Eric Krijger
Author's information

Tom-Eric Krijger
Tom-Eric Krijger studeerde geschiedenis (met een minor in bestuurs- en organisatiewetenschappen) en religiewetenschappen te Utrecht en Brussel. In 2017 voltooide hij aan de Rijksuniversiteit Groningen een promotieonderzoek naar de geschiedenis van het Nederlandse vrijzinnig-protestantisme tussen 1870 en 1940, in het kader waarvan hij in 2015 onder andere enkele maanden als gastonderzoeker aan Harvard University heeft doorgebracht. Krijger is momenteel werkzaam als docent Nederlandse godsdienstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden en publiceert over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van de kerkelijke, theologische, politieke en sociaal-culturele geschiedenis van het Nederlandse christendom.

Sara de Jong
Sara de Jong is research fellow aan The Open University (Verenigd Koninkrijk), waar ze de co-coördinator is van de onderzoeksrichting Justice, Borders and Rights in de Strategic Research Area Citizenship & Governance. In verschillende projecten onderzoekt zij de politiek van ngo’s en hun medewerkers op het gebied van migratie, gender en internationale ontwikkeling. Haar boek Complicit Sisters: Gender and Women’s Issues Across North South Divides verscheen in 2017 bij Oxford University Press.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Article

Intersectionaliteit in de media: representatie van Nederlandse Kamerleden met een migratieachtergrond in dagbladen, 1986-2016

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords intersectionality, media, political representation, gender, ethnicity, categories
Authors Liza Mügge and Anne Louise Schotel
AbstractAuthor's information

    The media are key actors in political inclusion and exclusion. Existing research has shown that women and racial minorities receive less coverage and are portrayed more negatively than white males. Yet, less is known about differences in media coverage within and between groups. This study disentangles such variation with an intersectional lens. Drawing on newspaper analysis of all 55 politicians with a migration background who ever held a seat in Dutch parliament (1986-2016) we analyze the quantity and tone of media coverage and examine how they are identified. Our findings show that although women receive more coverage than men, this is no advantage. Women are framed more often and in more variety as ‘different’ compared to their male minority colleagues. The most visible politicians are particularly negatively described in terms of their different identities when they aim to achieve a higher position of power in the party.


Liza Mügge
Liza Mügge is universitair hoofddocent aan de afdeling politicologie en directeur van het Amsterdam Research Centre for Gender & Sexuality van de Universiteit van Amsterdam. Zij is medeoprichter en redacteur van het European Journal of Politics and Gender. Haar expertise en onderzoeksinteresses zijn politieke vertegenwoordiging, diversiteit en transnationalisme.

Anne Louise Schotel
Anne Louise Schotel behaalde haar masterdiploma in de sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en werkt nu aan haar PhD-voorstel bij het departement politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Silvia Erzeel
Silvia Erzeel doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek en recente publicaties spitsen zich toe op gender en politieke vertegenwoordiging, rechts populisme, intersectionaliteit in politieke partijen, en economische ongelijkheid. Haar onderzoek is vaak vergelijkend, met een geografische focus op West-Europa.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Article

Hoop en verraad: wat moslimjongeren verwachten van vertegenwoordigers met een etnische minderheidsachtergrond

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords social group representation, focus group methods, feelings of (not) being represented, Muslim youth
Authors Soumia Akachar, Karen Celis and Eline Severs
AbstractAuthor's information

    This paper employs focus group data with Flemish muslim youth to explore how they deal with the visible emergence of ethnic minority representatives (EMRs) in Belgian elected bodies. The focus groups tap into their shared identity experiences and subsequent expectations vis-à-vis EMRs. Using grounded theory to analyse our data, we distinguish three different EMR typologies: those who are autonomous yet loyal to the group, those who are responsive to ethnic/religious issues but perceived as reductive, and those who sell-out to mainstream politics. These typologies challenge approaches presuming the extent to which representatives advance policies responsive to group members’ interests as ideal or desirable.


Soumia Akachar
Soumia Akachar promoveert bij de Afdeling Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze doet onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van moslimjongeren in Vlaanderen en de mate waarin ze zich al dan niet vertegenwoordigd voelen. Soumia maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Evaluating Democratic Governance in Europe’ en is ook lid van RHEA, het Expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit aan de VUB.

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en is codirecteur Onderzoek van RHEA het VUB-expertisecentrum Gender, Diversiteit, Intersectionaliteit. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de kwaliteit van democratische vertegenwoordiging vanuit het perspectief van achtergestelde groepen. Ze is coredacteur van de European Journal of Politics and Gender en de Routledge-boekenreeks Gender and Comparative Politics.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Showing 1 - 20 of 114 results
« 1 3 4 5 6
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.