Search result: 15 articles

The search results will be filtered on:
Journal Res Publica x Year 2010 x Category Article x

Kabinetten als spil en het begijnhof voor de ambtenaren?

Een vergelijkende analyse van de beleidsinteracties van kabinetsmedewerkers en ambtenaren in de Vlaamse beleidsvorming

Journal Res Publica, Issue 4 2010
Keywords ministerial cabinets, political advisers, policy-making, civil servants, interactions, communication patterns
Authors Diederik Vancoppenolle and Marleen Brans
AbstractAuthor's information

    The Belgian politico-administrative relationship is known for its large ministerial cabinets who operate as interfaces between ministers and civil servants. According to Dierickx & Majersdorf (1994) ministerial cabinets are the central nodes in the Belgian policy-making networks, reducing the policy role of civil servants and shielding them from all relevant policy-making interactions. They found that pressure groups hardly ever turned to civil servants and stated that civil servants lived in an administrative beguinage. This article tests whether the conclusions of Dierickx & Majersdorf (1994) are still valid. Next, it seeks to explore the policy-making interactions of both actors in a more detailed way, since Dierickx & Majersdorf (1994) only measured the frequency of their contacts, not the direction, goal and/or content of the interactions. Based on a unique written survey-research among top civil servants and ministerial advisers, we discuss the role differences with regard to their interactions in four ‘arenas’

Diederik Vancoppenolle
Diederik Vancoppenolle (1975) is als doctor-assistent verbonden aan de vakgroep Bestuur & Beleid van het departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent. Hij verricht onderzoek naar de rol van diverse actoren (ambtenaren, kabinetsmedewerkers, belangengroepen) in de beleidsvorming en naar de bestuurlijke organisatie van de welzijnssector in Vlaanderen. Hij doceert de vakken Practicum Beleidskunde, Centrale Besturen, Welzijnsbeleid.

Marleen Brans
Marleen Brans (1965) is als hoofddocent verbonden aan het Instituut voor de Overheid van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Haar onderzoek handelt over de professionalisering en vermaatschappelijking van beleidsvoering.

Bepalende factoren voor een succesvolle bevoegdheidsoverdracht

Een analyse van de overheveling van landbouw naar het Vlaams Gewest n.a.v. de vijfde staatshervorming

Journal Res Publica, Issue 4 2010
Authors Dieter Vanhee and Annie Hondeghem
AbstractAuthor's information

    This paper analyzes the way the Flemish administration dealt with the competence transfer in the field of agriculture it experienced in 2001-2002. The main research question goes as follows: “Which factors have an impact on a successful competence transfer in the context of a state reform”. This research shows that the decision-making process has a negative impact on that success because of the difficulties the administration experiences with the translation of the vague political compromises in the law. On the other hand, there is evidence that the change management willingness and capacity of the ‘receiving’ Flemish and ‘losing’ federal administration have a positive influence on that success.

Dieter Vanhee
Dieter Vanhee (1981) is Licentiaat Politieke Wetenschappen (K.U.Leuven) en Master in de Beleidseconomie (K.U.Leuven). Hij werkt sinds 2008 als wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor de Overheid, een onderzoekseenheid van de K.U.Leuven. Daar werkt hij aan het project ‘Impact van de staatshervorming op de Vlaamse administratie (2007-2011)’. Dit onderzoeksproject kadert in een onderzoeksprogramma van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (SBOV).

Annie Hondeghem
Annie Hondeghem (1960) is hoogleraar aan het Instituut voor de Overheid (Faculteit Sociale Wetenschappen, K.U.Leuven). Ze is verantwoordelijk voor de permanente vorming van het Instituut voor de Overheid, ze coördineert de Leuvense afdeling van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen en is programmadirecteur van het postgraduaat diversiteitsmanagement. Haar onderzoeksdomeinen zijn: personeelsmanagement bij de overheid, veranderingsmanagement en beleid inzake gelijke kansen.

Anticipatie en reactie

Hoe en wanneer bestaande partijen voorstellen overnemen van nieuwe partijen

Journal Res Publica, Issue 4 2010
Keywords new political parties, party positions, Dutch politics, party strategy, party behaviour
Authors Simon Otjes
AbstractAuthor's information

    Downs (1957) has proposed that new political parties may be formed in order to change the policy positions of established parties. Rather than seeking to implement their own manifestos directly from government office, some new parties may seek to influence the manifestos of established parties in order to see their policy goals realized. While the notion is old, it has not been studied extensively. This paper seeks to find out under what conditions established parties take over policy positions specific to new parties. It looks at two points in time when an established party can do so: in anticipation, i.e., before a new party enters parliament, and in reaction, i.e., after a new party has entered parliament. To this end, the paper will study the anticipatory behaviour and reactions of all established parties to all new parties entering the Dutch political system since 1946.

Simon Otjes
Simon Otjes (1984) is promovendus bij het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn promotie-onderzoek betreft het effect van nieuwe politieke partijen op bestaande politieke partijen. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar partijposities, partijsystemen en parlementair gedrag.

Kandidaatkeuze in advertenties

Wat bepaalt wie aandacht krijgt?

Journal Res Publica, Issue 3 2010
Keywords election campaigns, advertisements, agenda setting, content analysis
Authors Jonas Lefevere and Régis Dandoy
AbstractAuthor's information

    In the run up to the elections, parties have several ways of communicating with voters. In the current paper, we focus on one piece of the puzzle: advertisements of political parties in the mass media. More specifically, we are interested in the choice of candidates within these ads. In countries where parties are the dominant actor, they are faced with a choice: not all candidates can be promoted in the campaign, as this would be too costly and inefficient. Thus, the first question we want to answer is what factors determine candidate choice in political ads? Secondly, does candidate choice in political ads have an effect on the subsequent coverage in media as well? Agenda setting research has shown that as far as issues are concerned, ads do set the media agenda. We investigate whether this also holds for candidate choice. The results indicate that both internal party hierarchy, as well as external visibility of candidates determines candidate choice in political ads. Furthermore, the agenda setting effect of political ads is confirmed as well.

Jonas Lefevere
Jonas Lefevere (1981) is doctoraatsstudent en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn verkiezingscampagnes en hun effecten, en onderzoek naar publieke opinie.

Régis Dandoy
Régis Dandoy (1977) is onderzoeker aan de Université Libre de Bruxelles. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn Belgische en Europese politiek, agenda setting en federalisme.

Is het de moeite waard?

De karakteristieken en effectiviteit van partijwebsites in de campagne voor de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen van 2010

Journal Res Publica, Issue 3 2010
Keywords local elections, Netherlands, websites, interactivity, content analysis
Authors Rens Vliegenthart and Guda van Noort
AbstractAuthor's information

    In this article, the use of interactive features on the websites of Dutch local (branches of) political parties during the campaign for the 2010 local elections is investigated. We distinguish between features that are directed to increase political discussion and those that are used for political mobilisation. A content analysis of 1403 party websites demonstrates that websites of the social-liberal party D66 are the most interactive, followed by the Socialist Party. Furthermore, for elections in larger municipalities, more interactivity is used on the parties’ websites. Overall, the use of both types of interactive features is rather limited. Finally, a positive association between interactivity and election results, while controlling for previous elections and national trends, is established. These results point to the importance of (online) political campaigning in the context of local elections.

Rens Vliegenthart
Rens Vliegenthart (1980) is universitair docent politieke communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek gaat onder andere over de relatie tussen politici en journalisten, mediaeffecten en verkiezingscampagnes en het gebruik van econometrische tijdreeksanalyses in de communicatiewetenschap. Hij geeft les in politieke communicatie en methoden in de bachelor, master en research master Communicatiewetenschap.

Guda van Noort
Guda van Noort (1977) is universitair docent commerciële communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek is primair gericht op kwantitatieve onderzoeksmethoden in het domein van nieuwe media, online consumentengedrag en informatieverwerking. Naast haar onderzoek doceert zij seminars binnen het domein van de persuasieve communicatie en experimentele onderzoeksmethoden, zowel in de eindfase van de bachelor, als binnen de reguliere en research master Communicatiewetenschap.

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst (1974) is verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Zijn onderwijs en onderzoek situeert zich in het domein van de politieke communicatie en de politieke psychologie.

Negatieve verkiezingscampagnes en de gevolgen op kiesintenties

De Vlaamse regionale verkiezingen van juni 2009

Journal Res Publica, Issue 3 2010
Keywords negative campaigning, Flemish regional elections 2009, voter preferences
Authors Ruth Dassonneville
AbstractAuthor's information

    In this article we address two questions considering the Flemish regional elections of June 2009. First we determine whether this campaign can be called a negative campaign and what amount of negativity it contained. Second, we want to know what the consequences of negativity were on voter preferences. Our research, based on a newspaper analysis, shows that the campaign contained an average amount of negative campaign messages compared to campaigns in other political systems (United States, the Netherlands and Denmark). We calculated effects on voter preferences by means of the PartiRep Belgian Voter Survey of 2009, a survey with a unique three wave panel design. The results demonstrate that negative campaigning seems to have been effective in 2009. Parties with negative campaigns attracted more attention from voters and also seemed to gain during the campaign. Personal attacks on opponents, on the other hand, did not have an effect on the electoral appeal of a party. Incumbent parties even lost votes when they launched personal attacks. The results suggest that, in the Flemish context, an attack on the opponent’s program or governmental record can be effective, but that personal attacks are not rewarded by the voters.

Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville (1987) behaalde een master in de geschiedenis en een master in de vergelijkende en internationale politiek aan de KULeuven. Ze schreef een masterproef over negatieve campagnes met een focus op de Vlaamse verkiezingen van juni 2009. Zij is nu als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven.

Negatieve campagnevoering in de Nederlandse consensusdemocratie: de ontwikkelingen sinds Fortuyn

Journal Res Publica, Issue 3 2010
Keywords negative campaigning, consensus democracy, election campaign, political advertising, election debates
Authors Annemarie S. Walter
AbstractAuthor's information

    During the last decades, election campaigns in Western Europe have undergone major changes. In response to an altered electoral market, political parties have started to campaign more offensively, making use of campaign tactics such as negative campaigning. Negative campaigning strongly conflicts with the political culture of consensus and cooperation that is inherent to many West European political systems, especially in the Netherlands, in which coalition building has always been a necessity. Taking the Netherlands as a case-in-point, this article demonstrates that even in a consensual multiparty system like the Dutch one negative campaigning is on the rise. Indeed, by exploring the last four election campaigns this study demonstrates that negative campaigning is part-and-parcel of the Dutch electoral politics ever since 2002.

Annemarie S. Walter
Annemarie Walter (1985) is als promovenda verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam en schrijft een proefschrift over negatieve campagnevoering in West-Europa. Haar onderzoeksinteresses liggen op het gebied van politieke communicatie en partijgedrag.

Partijen in spagaat?

Eensgezindheid en meningsverschillen onder leden van Nederlandse politieke partijen

Journal Res Publica, Issue 2 2010
Keywords Political parties, party members, party members survey, unity within parties, representative democracy
Authors Josje den Ridder, Joop van Holsteyn and Ruud Koole
AbstractAuthor's information

    Political parties are the building blocks of representative democracy since they traditionally perform roles that are considered essential for the functioning and well-being of democracy. In the study and evaluation of the democratic system as a whole, as a general rule, parties are treated as unitary actors. Most political parties, however, are membership organizations and their external functioning is partly dependent on internal affairs, including the behavior and opinions of their members. In this paper we open the black box of parties and show on the basis of a 2008 survey among seven political parties how united or divided ordinary Dutch party members are with respect to various political issues and orientations. It is shown that most parties are rather united on most issues. They are least united on two of the most pertinent issues of today’s politics, i.e. the integration of ethnic minorities and European integration.

Josje den Ridder
Josje den Ridder (1982) is politicoloog en verbonden als onderzoekster aan het Sociaal en Cultureel Planbureau (project Continu Onderzoek Burgerperspectieven). Zij publiceert over verkiezingen en kiesgedrag, en over politieke partijen en partijleden. Zij werkt aan een dissertatieproject ‘Opvattingen en activisme van partijleden van Nederlandse politieke partijen rond de eeuwwisseling’.

Joop van Holsteyn
Joop van Holsteyn (1957) is neerlandicus en politicoloog. Hij is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden. Hij publiceert over politieke participatie en electoraal gedrag, publieke opinie, opiniepeilingen en opinieonderzoek, extreem-rechts in Nederland en politieke cartoons.

Ruud Koole
Ruud Koole (1953) is historicus en politicoloog. Hij is als hoogleraar Politicologie, in het bijzonder met betrekking tot de Nederlandse politiek en haar institutionele ontwikkeling, verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden. Van dat instituut is hij de wetenschappelijk directeur. Hij publiceert over politieke partijen, interne partijdemocratie, partijfinanciën, en populisme.

Tussen establishment en extremisme: populistische partijen in Nederland en Vlaanderen

Journal Res Publica, Issue 2 2010
Keywords Extremism, populism, political parties, democracy
Authors Paul Lucardie
AbstractAuthor's information

    Populist parties are often associated with extremism. However, the term ‘extremism’ is usually ill-defined and value-laden. Conceptual analysis will help to define populism as well as extremism in a more precise and value-neutral sense. Empirical analysis of the programmes of six Dutch and three Flemish parties suggests that populism does not entail extremism, even if it can be combined with it. The Centre Party and Centre Democrats as well as the Socialist Party and the Flemish Bloc may have displayed extremist as well as populist tendencies at some point. Yet the (more or less) populist parties Liveable Netherlands (Leefbaar Nederland), the List Pim Fortuyn, the Freedom Party, the movement Proud of the Netherlands (Trots op Nederland) and the List Dedecker should not be considered extremist.

Paul Lucardie
Paul Lucardie (1946) is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar politieke partijen en ideologieën in Nederland (in mindere mate ook in Duitsland en Canada).

Politici aan het woord

Een onderzoek naar politici en hun taalstijlen

Journal Res Publica, Issue 2 2010
Keywords Political metaphor, Flemish-Belgian politics, political interviews, ideological style
Authors Christ’l De Landtsheer and Dieter Vertessen
AbstractAuthor's information

    This article details metaphor styles in Belgian-Flemish political discourse. Some scholars complain about uniformity and colorlessness of the modern political discourse. In this 'sound bite culture', metaphor plays, nevertheless, a major role. Sound bites were, in fact, found to rely upon these traditional elements of style. The present, empirical, article examines variety in metaphor used by Flemish politicians. The first part consists of a quantitative metaphor analysis of written press interviews with male and female politicians. The second part presents the results of in-depth interviews with politicians on the subject of their own and colleagues' political (metaphor) style strategies. The conclusion confronts politicians' impressions with our findings on political (metaphor) style in Flanders.

Christ’l De Landtsheer
Christ'l De Landtsheer (1956) is hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoeksdomein omvat linguïstische, psychologische, socialisatie- en nieuwe media aspecten van politieke communicatie.

Dieter Vertessen
Dieter Vertessen (1982) is lector aan de Karel De Grote-Hogeschool Antwerpen. Zijn interesse gaat uit naar politieke marketing en online communicatie.

Stemrecht, stemplicht, opkomstplicht: inleiding tot het debat

Journal Res Publica, Issue 1 2010
Keywords compulsory voting, turnout, electoral participation, electoral systems, types of democracy
Authors Arend Lijphart
AbstractAuthor's information

    Compulsory voting was abolished in the Netherlands in 1970 without a thorough debate about the likely consequences. On several occasions, I have recommended its retention in countries that have it and its introduction in countries that do not have it. Compulsory voting has a positive effect on turnout and is a guarantee for equal electoral participation by different groups in society. However, the debate is far from closed. In particular, the relationship between compulsory voting and type of democracy (majoritarian vs consensus democracy, majoritarian vs proportional electoral systems) requires further research.

Arend Lijphart
Arend Lijphart (1936) is als onderzoeksprofessor emeritus verbonden aan de Universiteit van Californië, San Diego, USA. In 1963 promoveerde hij aan Yale University. Hij is auteur van een groot aantal gezaghebbende boeken en artikelen in het bijzonder op het terrein van de vergelijkende politicologie. In 1995-1996 was hij president van de American Political Science Association. In 2001 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit Leiden, in 2009 van de Universiteit Gent.

Opkomstplicht: stimulans of frustratie?

Een landenvergelijkende studie naar de gevolgen van opkomstplicht op politieke participatie

Journal Res Publica, Issue 1 2010
Keywords compulsory voting, political participation, turnout, elections
Authors Tom van der Meer and Jan van Deth
AbstractAuthor's information

    Compulsory voting does not only increase voting turnout; it is also expected to have positive spill-over effects. Supposedly, citizens who are obliged to cast a vote will be more engaged in politics than citizens who are allowed to avoid politics. This article reviews the main arguments for this expectation. A rival expectation is formulated based on the idea that enforcements, duties and sanctions are likely to decrease the willingness of citizens to participate politically. A cross-national multi-level empirical test – covering turnout and political participation in twenty established democracies – shows that compulsory voting indeed increases voting turnout. Yet neither positive nor negative spill-over effects for other modes of political participation can be detected. Apparently, the consequences of compulsory voting are restricted to turnout.

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (IMES) en aan het Sociaal Cultureel Planbureau (onderzoeksgroep Participatie & Bestuur). In 2009 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een vergelijkend onderzoek naar de relatie tussen staat en burgers, in het bijzonder de invloed van de staat op (vormen van) burgerparticipatie. In zijn onderzoek richt hij zich onder meer op vragen rondom burgerparticipatie, civil society, (etnische diversiteit en) sociale cohesie, politiek vertrouwen en politieke voorkeuren.

Jan van Deth
Jan van Deth (1950) bekleedt de Lehrstuhl für Politische Wissenschaft und International Vergleichende Sozialforschung aan de Universiteit van Mannheim, Duitsland. Hij promoveerde in 1984 aan de Universiteit Twente op een onderzoek naar politieke waarden. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op politieke cultuur, maatschappelijke ontwikkelingen alsook vergelijkende onderzoeksmethoden.

Opkomstplicht in Vlaanderen: een gespreide slagorde?

Onderzoek naar de gelaagdheid van houdingen ten aanzien van de opkomstplicht

Journal Res Publica, Issue 1 2010
Keywords compulsory voting, Belgium, turnout, multi level context
Authors Dries Verlet, Ann Carton and Marc Callens
AbstractAuthor's information

    Belgium is one of the advanced Western democracies with compulsory voting. There is continuing scholarly and societal debate on this feature of the electoral system, however, both form a normative and an empirical perspective. One argument in favor of compulsory voting is that it more or less guarantees the inclusion of all citizens of the political system, at least at election time. This paper addresses this argument in an empirical way on the basis of a 2007 survey from Flanders, by analyzing the potential drop outs at various layers of the political system and in different geographical locations in the case of the abolition of compulsory voting. It concludes that without the system of compulsory voting some particular groups of citizens will turn out in lower numbers than other groups. In the explanation of these diverging levels of turnout individual level characteristics are most important, e.g. political powerlessness, level of education, gender, age, as well as societal involvement and political preference. As a result of the abolition of compulsory voting the Flemish electorate will show itself in a differing electoral order of battle.

Dries Verlet
Dries Verlet (1977) is doctor in de politieke en sociale wetenschappen (Universiteit Gent) en sinds eind 2007 adviseur beleidsevaluatie aan de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Daarnaast is hij ook actief als gastdocent aan de Hogeschool Gent (Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde). Tot 2007 was hij doctor-assistent aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek en onderwijs omvat de volgende onderzoeksdomeinen: beleidsevaluatie, methodologie, statistiek, politieke participatie en subjectief welzijn.

Ann Carton
Ann Carton is doctor in de sociale wetenschappen (K.U.Leuven, departement Sociologie) en is momenteel adviseur-coördinator van het Team kwaliteit statistiek, survey, toekomstverkenningen en beleidsevaluatie op de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Ze is eveneens verantwoordelijk voor de organisatie van en kwaliteitszorg over de survey ‘Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen’ en de contactpersoon voor ISSP (International Social Survey Programme) in Vlaanderen.

Marc Callens
Marc Callens (1958) is als senior onderzoeker verbonden aan de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Hij promoveerde aan de Katholieke Universiteit Leuven op een onderzoek naar multiniveau logistische regressie. Hij doet voornamelijk onderzoek naar toegepaste statistiek, kwaliteit van het leven, armoededynamiek en surveymethodologie.

Nieuwe vragen, oude antwoorden

Het debat over de opkomstplicht in Nederland

Journal Res Publica, Issue 1 2010
Keywords compulsory voting, proportional representation, turnout, Dutch parliamentary debate
Authors Galen Irwin and Joop van Holsteyn
AbstractAuthor's information

    Arend Lijphart has generated recent discussion on the topic of compulsory voting within political science. He also notes that there was not a broad discussion in The Netherlands concerning the repeal of compulsory voting in 1970 and asks whether there would have been more discussion if the members of Parliament had been aware of the consequences of repeal (i.e. lower turnout, class and age discrepancies in turnout). And could political scientists have warned members of parliament of these consequences? Our contribution examines the contents of the parliamentary debates over compulsory voting, in particular at the time of repeal. It concludes that the arguments in Parliament centered on the rights and duties of a citizen in the state and that there was little or no discussion of the consequences of repeal. Data were available that could have made it possible for political scientists to make fairly accurate predictions concerning the consequences of appeal. This, however, was not an element of the parliamentary debate.

Galen Irwin
Galen Irwin (1942) is emeritus hoogleraar politiek gedrag en de methodologie van politicologisch onderzoek aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij studeerde aan de University of Kansas en Florida State University. In zijn onderzoek houdt hij zich vooral bezig met vraagstukken van politieke participatie, electoraal gedrag, opiniepeilingen en opinieonderzoek.

Joop van Holsteyn
Joop van Holsteyn (1957) is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar en publiceert over politieke participatie en electoraal gedrag, publieke opinie, opiniepeilingen en opinieonderzoek, extreem-rechts in Nederland en politieke cartoons.
Showing all 15 results
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.