Search result: 14 articles

x
The search results will be filtered on:
Journal Res Publica x Year 2017 x Category Article x
Article

Intersectionaliteit in de media: representatie van Nederlandse Kamerleden met een migratieachtergrond in dagbladen, 1986-2016

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords intersectionality, media, political representation, gender, ethnicity, categories
Authors Liza Mügge and Anne Louise Schotel
AbstractAuthor's information

    The media are key actors in political inclusion and exclusion. Existing research has shown that women and racial minorities receive less coverage and are portrayed more negatively than white males. Yet, less is known about differences in media coverage within and between groups. This study disentangles such variation with an intersectional lens. Drawing on newspaper analysis of all 55 politicians with a migration background who ever held a seat in Dutch parliament (1986-2016) we analyze the quantity and tone of media coverage and examine how they are identified. Our findings show that although women receive more coverage than men, this is no advantage. Women are framed more often and in more variety as ‘different’ compared to their male minority colleagues. The most visible politicians are particularly negatively described in terms of their different identities when they aim to achieve a higher position of power in the party.


Liza Mügge
Liza Mügge is universitair hoofddocent aan de afdeling politicologie en directeur van het Amsterdam Research Centre for Gender & Sexuality van de Universiteit van Amsterdam. Zij is medeoprichter en redacteur van het European Journal of Politics and Gender. Haar expertise en onderzoeksinteresses zijn politieke vertegenwoordiging, diversiteit en transnationalisme.

Anne Louise Schotel
Anne Louise Schotel behaalde haar masterdiploma in de sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en werkt nu aan haar PhD-voorstel bij het departement politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Article

Hoop en verraad: wat moslimjongeren verwachten van vertegenwoordigers met een etnische minderheidsachtergrond

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords social group representation, focus group methods, feelings of (not) being represented, Muslim youth
Authors Soumia Akachar, Karen Celis and Eline Severs
AbstractAuthor's information

    This paper employs focus group data with Flemish muslim youth to explore how they deal with the visible emergence of ethnic minority representatives (EMRs) in Belgian elected bodies. The focus groups tap into their shared identity experiences and subsequent expectations vis-à-vis EMRs. Using grounded theory to analyse our data, we distinguish three different EMR typologies: those who are autonomous yet loyal to the group, those who are responsive to ethnic/religious issues but perceived as reductive, and those who sell-out to mainstream politics. These typologies challenge approaches presuming the extent to which representatives advance policies responsive to group members’ interests as ideal or desirable.


Soumia Akachar
Soumia Akachar promoveert bij de Afdeling Politieke Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze doet onderzoek naar de politieke vertegenwoordiging van moslimjongeren in Vlaanderen en de mate waarin ze zich al dan niet vertegenwoordigd voelen. Soumia maakt deel uit van het onderzoeksprogramma ‘Evaluating Democratic Governance in Europe’ en is ook lid van RHEA, het Expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit aan de VUB.

Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel en is codirecteur Onderzoek van RHEA het VUB-expertisecentrum Gender, Diversiteit, Intersectionaliteit. Ze verricht theoretisch en empirisch onderzoek naar de kwaliteit van democratische vertegenwoordiging vanuit het perspectief van achtergestelde groepen. Ze is coredacteur van de European Journal of Politics and Gender en de Routledge-boekenreeks Gender and Comparative Politics.

Eline Severs
Eline Severs doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek concentreert zich voornamelijk op vraagstukken van democratische vertegenwoordiging, de betekenis van legitimiteit, en democratische inclusie. Recent redigeerde ze, samen met Suzanne Dovi (University of Arizona), een symposium over de ethiek van vertegenwoordigers in PS: Political Science and Politics (2018, forthcoming).
Article

Het electorale succes van etnische minderheden in Brussel: de rol van kiezers en partijen

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords Brussels, electoral system, ethnic minorities, political representation
Authors Chloé Janssen, Régis Dandoy and Silvia Erzeel
AbstractAuthor's information

    European democracies have grown ethnically diverse in the recent years. Yet, ethnic minorities remain underrepresented in politics. Despite the theoretical argument asserting that ethnic minorities should perform better in systems allowing voters to cast intra party preferences, empirical studies bring mixed results. In particular, scholars highlight the role of both parties and voters in explaining the electoral success or failure of ethnic minority candidates. Using data on regional elections between 1995 and 2014 in Brussels, our study shows that even though parties have made gradual efforts to include ethnic minorities on their lists, voters appear to be an important force behind the election of ethnic minorities. We find variations according to party ideology, with socialist and – to a lesser extent – Christian democratic candidates benefiting the most from preferential voting. However, the positive impact of preference votes seems to decrease over time, as parties themselves become more inclusive and tend to allocate more realistic positions to their ethnic minority candidates in recent elections.


Chloé Janssen
Chloé Janssen is als doctoraal onderzoekster verbonden aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Daarvoor werkte ze als FNRS research fellow aan de Université catholique de Louvain. Haar onderzoek handelt over de politieke vertegenwoordiging van etnische minderheden en vrouwen, en focust in het bijzonder op het effect van het kiessysteem en de rol van politieke partijen.

Régis Dandoy
Régis Dandoy is docent aan de Waseda University (Tokio, Japan) en gastdocent aan de Université catholique de Louvain. Zijn belangrijkste onderzoeksinteresses zijn Belgische politiek, vergelijkend federalisme, regionale politiek en party manifestos. Hij publiceerde hierover in internationale tijdschriften en is tevens coredacteur van verschillende boeken over Belgische politiek.

Silvia Erzeel
Silvia Erzeel doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek en recente publicaties spitsen zich toe op gender en politieke vertegenwoordiging, rechts populisme, intersectionaliteit in politieke partijen, en economische ongelijkheid. Haar onderzoek is vaak vergelijkend, met een geografische focus op West-Europa.
Article

De etnische politieke elite van Nederland: gewoon geworden door ongewoon te zijn?

Journal Res Publica, Issue 4 2017
Keywords ethnic minorities, political representation, the Netherlands, compensation, similarity
Authors Roos van der Zwan and Tomas Turner-Zwinkels
AbstractAuthor's information

    This article compares the study and professional backgrounds of ethnic minority and native Dutch MPs in the Netherlands using self-collected data from 2010-2016. We build on previous studies and further develop and test the compensation and similarity model. We expected that ethnic minorities compensate with regard to the duration of their education and the length of their professional and pre-parliamentarian political careers. Furthermore, in line with the similarity model, we expected greater similarities between ethnic minority and Dutch MPs in terms of their educational and professional backgrounds and political experience. The results show more evidence for the similarity model than for the compensation model. We find that ethnic minority MPs have similar educational levels and types of political experience as Dutch MPs, however, contrary to the expectation they do not have more but less years of professional and pre-parliamentarian political experience.


Roos van der Zwan
Roos Van der Zwan schrijft momenteel haar proefschrift over de politieke vertegenwoordiging en het stemgedrag van etnische minderheden in Nederland. Haar onderzoeksinteresses omvatten onder meer politiek, integratie- en migratievraagstukken.

Tomas Turner-Zwinkels
Tomas Turner-Zwinkels is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Basel. Hij doet kwantitatief onderzoek naar de carrières van politici. Hiervoor gebruikt hij een crossnationale database met gedetailleerde politieke carrière-informatie die hij zelf ontwikkelt. Zijn focus gaat uit naar politiek human capital, gendergelijkheid en het formeel modelleren van loopbaanbeslissingen.
Article

Verticale politieke cumul in de Lage Landen: evolutie en verklaringen

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords Cumul des mandats, Multiple office-holding, Members of parliament, Local representatives, Central-local relations
Authors Nicolas Van de Voorde
AbstractAuthor's information

    Studies have shown that multiple office-holding, a practice that denotes the simultaneous exercise of any directly elected municipal mandate and parliamentary seat, is more commonplace in European national parliaments than expected. However, research in Belgium, and especially in the Netherlands, is scarce and extremely fragmented. Therefore, our analysis provides a systematic comparison between the Low Countries with a longitudinal focus. In the first part of the paper, the frequency of the practice is described and its evolution in the last two decades tracked. In the second part, we provide aggregated explanations for the identified discrepancy. Indeed, our results show that after the most recent elections, more than 80% of all Belgian members of parliament held a local mandate, and this percentage increased by 10% during our reference period. In contrast, 9 out of 150 members of the Dutch Second Chamber were combining several offices at the beginning of their national mandate, while the degree of cumulards remained stable. Unexpectedly, the legislative framework and the party regulations are not the source of this deviation, as they are almost identical in both countries. We argue that the difference can be attributed to the role and position of the local government, the political culture and the electoral system.


Nicolas Van de Voorde
Nicolas Van de Voorde is als FWO-aspirant verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek is gericht op het fenomeen cumul des mandats in de Belgische context.
Article

Bijzondere buren

Lokaal bestuur en lokale verkiezingen in Nederland en Vlaanderen

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords The Netherlands, Flanders, Belgium, local government, local politics, elections
Authors Julien van Ostaaijen
AbstractAuthor's information

    Even though they are portrayed as culturally and mentally very different, the Dutch and the Flemish share a border, a part of their history, and their language. Little oversight has been provided regarding the similarities and differences in terms of their democratic and political institutions and their mode of operation. This is especially the case for the local level. With upcoming local elections in both the Netherlands and Flanders/Belgium, this article presents an oversight of similarities and differences regarding local government and local elections in both territories. The main conclusion is that there are differences and similarities in both the local institutional setting and government practice. In local government practice however, the differences stand out.


Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is als universitair docent verbonden aan de Tilburg School of Governance van Tilburg University. Hij doet veel onderzoek naar lokale democratie en heeft onder meer gepubliceerd over de rol van de gemeenteraad, lokale partijen, de aanstellingswijze van wethouders en burgemeesters, burgerbetrokkenheid en de opkomst bij (lokale) verkiezingen. Zijn proefschrift ging over de vraag hoe veranderingen in het lokaal bestuur kunnen worden doorgevoerd. Voor meer informatie over zijn werk: www.vanostaaijen.nl
Article

Burgemeester (m/v) in de Lage Landen

Zelfde job? Zelfde rol? Zelfde vragen?

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords mayoralty, mayors, Flanders, Netherlands, institutional change, selection procedure
Authors Niels Karsten, Koenraad De Ceuninck and Herwig Reynaert
AbstractAuthor's information

    This article compares the mayoralties of the Netherlands and Flanders, with a particular focus on the changes since 2010. The results show that the mayors of these two historically and culturally connected Low Countries form particularly homogeneous groups of people. This has not changed much over the last few years. The role and function of mayors in both Flanders and the Netherlands, however, have gradually changed substantially. In particular, both mayors’ responsibilities in the field of safety and security have increased. At the same time, the two mayoralties show considerable differences. The Flemish mayor has long been and still is a far more political figure than the Dutch mayor is. The Dutch mayoral office, however, is politicising, which has resulted in more debate about its role in local government than in Flanders. The comparison shows how the local political culture can strongly influence how public offices take shape.


Niels Karsten
Niels Karsten, MA, is als universitair docent verbonden aan de Tilburg School of Governance. Hij doet vooral onderzoek naar lokaal politiek-bestuurlijk leiderschap. Als promovendus deed hij onderzoek naar de verantwoording door burgemeesters en wethouders van controversiële beslissingen. Tussen 2013 en 2014 was hij projectleider van een uitgebreid empirisch onderzoek naar het Nederlandse burgemeestersambt, dat resulteerde in het boek Majesteitelijk & Magistratelijk. Sindsdien is hij betrokken geweest bij verschillende onderzoeken naar politieke ambtsdragers in binnen- en buitenland. Over het Nederlandse burgemeestersambt publiceerde hij onder andere in Bestuurswetenschappen, Lex Localis, Leadership en het Oxford Handbook of Political Leadership.

Koenraad De Ceuninck
Koenraad De Ceuninck is als docent verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is lid van het Centrum voor Lokale Politiek. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn schaal en lokale politiek, gemeentelijke fusies en hervormingen op lokaal niveau. Zijn doctoraatsonderzoek was een studie naar de politieke besluitvorming tijdens de gemeentelijke fusies in België in 1976. Hij publiceert rond meerdere onderwerpen met betrekking tot lokaal beleid en lokale politiek. Hij is betrokken bij het vak Actuele vraagstukken van de lokale politiek en is verantwoordelijk voor de stages binnen de opleiding politieke wetenschappen.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is als gewoon hoogleraar verbonden aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is voorzitter van het vakgebied Lokale en Regionale Politiek en voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek. Sinds 2009 is hij decaan van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur tientallen boeken, wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken. Zijn publicaties hebben vooral de lokale politiek als onderwerp. Tevens is hij organisator van zowel nationale als internationale congressen over (vergelijkende) lokale politiek. Hij doceert de vakken lokale politiek, actuele vraagstukken van de lokale politiek, interne Belgische politiek en Belgische binnenlandse politiek. Hij maakt deel uit van diverse wetenschappelijke redactieraden.
Article

Domineren Brussel en Den Haag ook de Dorpsstraat?

Nationale en lokale determinanten van het succes van nationale partijen bij de Nederlandse en Vlaamse gemeenteraadsverkiezingen

Journal Res Publica, Issue 3 2017
Keywords second-order elections, municipal elections, local politics
Authors Sofie Hennau, Ramon van der Does and Johan Ackaert
AbstractAuthor's information

    This article investigates to what extent national and/or local factors influence the performance of national parties in the most recent Flemish and Dutch municipal elections of, respectively, 2012 and 2014.
    Our analyses underscore the impact of local factors on the municipal election results, both in Flanders and in the Netherlands. The number of parties and previous election results have a negative effect on the vote share of national political parties. Contrary to the expectations, participation in local government does not have any influence on the national lists’ elections results.
    Although local factors have to be taken into account to get a better estimation of the performance of national lists in municipal elections, national factors have significant effects as well. Parties doing well at the national elections, are less successful at the local level.


Sofie Hennau
Sofie Hennau is postdoctoraal onderzoeker aan de faculteit Rechten van de UHasselt. Zij doet onderzoek naar lokale institutionele hervormingen en lokale politiek.

Ramon van der Does
Ramon van der Does is werkzaam als onderwijs- en onderzoeksassistent aan de Universiteit Leiden. Ook doet hij zelfstandig onderzoek naar deliberatie, politieke participatie en lokale verkiezingen.

Johan Ackaert
Johan Ackaert is hoogleraar en decaan van de faculteit Rechten van de UHasselt. Zijn onderzoek richt zich op lokaal beleid en lokale politiek.
Article

Het geslacht van de kandidaat als heuristisch stemmotief

Een onderzoek naar het effect van politieke sofisticatie en electorale context op gender-based stemgedrag

Journal Res Publica, Issue 2 2017
Authors Sjifra de Leeuw
AbstractAuthor's information

    In this paper, I study gender-based voting behavior in the Belgian proportional electoral system. In particular, I investigate two possible causes for why voters experience the need to simplify their voting decision by using a gender-cue. First, in line with the findings of previous studies, I find that voters with lower levels of political sophistication who are less able to collect and process political information, are consequently more likely to use the sex of a candidate as a shortcut. However, the effect of political sophistication on gender-based voting behavior is limited. Second, based on the literature, I expect that the low information context of the second-order European elections would cause both high and low information voters to become more reliant on gendercues to simplify their voting decision and by extent would cause the effect of political sophistication on gender-based voting to diminish. Against theoretical expectations, I find that the effect of the electoral context is negligible.


Sjifra de Leeuw
Sjifra de Leeuw is masterstudente Politieke Wetenschappen, Statistiek en Sociologie aan de KU Leuven. Vanaf september 2017 is zij doctoraatsstudent politieke communicatie aan de Amsterdam School of Communication Research (Universiteit van Amsterdam).

    This paper analyses ministerial expertise of senior ministers and junior ministers (in Dutch: staatssecretarissen) who held office in the Netherlands between 1967 and 2015. Expertise is differentiated between two independent dimensions: technical knowledge with respect to the subject matter of the portfolio, and political knowledge and skills. Results indicate that both types of ministers have considerable political and technical expertise, but junior ministers have relatively and significantly more often technical expertise and senior ministers more often have political expertise. Furthermore, the complete outsider (lacking both technical and political skills) is a rather rare phenomenon in both types of ministers. Besides, although it follows from the watchdog junior minister theory that political expertise is needed to function effectively as a watchdog, there is not a significantly higher frequency of political expertise in the junior ministers when the junior minister and the senior minister are from different parties than when they are from the same party.


Astrid Elfferich
Astrid Elfferich is researchmasterstudent Political Science and Public Administration aan de Universiteit Leiden. Haar onderzoek betreft naast parlementaire geschiedenis intergenerationele rechtvaardigheid en daaraan gekoppelde politieke vraagstukken, zoals de opslag van nucleair afval en het vergrijzingsprobleem.

    According to asymmetrical Kantianism, humans, but not animals, should be granted certain inviolable moral rights, including the right to be treated as ‘ends-in-themselves’. By limiting the application of Kantian principles to humans, we effectively demote animals to the status of mere means to (non-)human ends and pave the way for the justification of unwarranted practices of animal exploitation. In this article, I will attempt to refute asymmetrical Kantianism by arguing against its underlying idea that the possession of personhood is a necessary requirement for having moral rights. I will do so by showing that the possession of selfhood should be considered a necessary and sufficient requirement for having such rights. I will argue that at least some animals should be seen as possessing selfhood, which makes their treatment as mere means to an end morally untenable.


Boyd T.C. Leupen
Boyd Leupen studeerde Politicologie aan achtereenvolgens de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden. In 2015 won hij de Masterscriptieprijs van het Instituut Politieke Wetenschap Leiden voor zijn scriptie ‘The moral standing of animals: Refuting asymmetrical Kantianism’. Momenteel is hij werkzaam als consultant voor TRAFFIC (the wildlife trade monitoring network) en verricht hij onderzoek naar de illegale handel in beschermde diersoorten in Zuidoost-Azië.

    In recent years, there has been a strong diffusion of the concept of the G1000 in the Low countries. Yet, empirical research that concerns the democratic value of these mini-publics is sparse. This raises the question as to how democratic the G1000 initiatives in Belgium and the Netherlands are. To answer this question, we compare the Belgian and the Dutch G1000’s and assess these against a set of deliberative democratic criteria. We conclude that the G1000’s to a large extent meet the process criteria of deliberation. At the same time, the connection with the formal decision-making process appears to be weak. Another lesson to be drawn is that deliberative democratic criteria often seem to conflict with each other, which points to continuing tensions within the ideal of deliberative democracy.


Ank Michels
Ank Michels is politicoloog en als universitair docent verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek houdt zij zich bezig met nieuwe vormen van besturen en democratie, burgerparticipatie en deliberatie. Ze is mede-auteur van het boek G1000. Ervaringen met burgertoppen (2016) en auteur van onder meer ‘Innovations in democratic governance. How does citizen participation contribute to a better democracy’ (2011) en ‘Participation in citizens’ summits and public engagement’ (2017), beide in International Review of Administrative Sciences.

Didier Caluwaerts
Didier Caluwaerts is als docent verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoek handelt over democratische innovatie, met een specifieke focus op deliberatieve democratie. In 2011 was hij mede-organisator van de G1000 Burgertop in België. Hij is ook mede-auteur van Democratic deliberation in deeply divided societies: From conflict to common ground (Palgrave, 2014) en publiceerde onlangs ‘Generating democratic legitimacy through deliberative innovations: The role of embeddedness and disruptiveness (2016, Representation) en ‘Coproduction in health planning: Challenging the need for “open” policy-making processes’ (2016, International Journal of Public Administration).
Article

Democratische politiek: ‘minder, minder, minder’ of anders?

Journal Res Publica, Issue 1 2017
Authors Frank Hendriks, Koen van der Krieken and Sabine van Zuydam
AbstractAuthor's information

    This article looks at indications and counterindications in Dutch democracy for the popular claim that citizens, while still valuing representative democracy, are fed up with representative politics. Using available large-scale surveys, citizen attitudes are analysed at the levels of specific political actors (politicians, officials), central political institutions (political parties, parliament, government) and the general system of representative democratic politics (the way it works in the Netherlands, with multiparty coalitions, etc). While specific legitimacy problems exist, the evidence for a general legitimacy crisis in Dutch democracy is comparatively weak and highly mixed. More specifically, the evidence suggests that Dutch citizens do not so much want less representative politics, but rather representative politics of a somewhat different kind: less exclusively organized via party-political channels; more geared at recognizable and accountable political authority. Dutch citizens want to seriously influence but not supplant selectionistic representative politics, the evidence suggests.


Frank Hendriks
Frank Hendriks is als hoogleraar comparative governance verbonden aan Tilburg University. Hij is gespecialiseerd in de vergelijkende analyse van democratische modellen en hervormingen. Hierover publiceerde hij onder meer Vital Democracy (Oxford University Press, 2010) en, meer toegespitst op Nederland, Democratie onder druk (Van Gennep, 2012).

Koen van der Krieken
Koen van der Krieken is als promovendus en onderzoeker verbonden aan Tilburg School of Governance (TSG). Hij werkt aan een dissertatie over het lokale referendum in Nederland. In 2015 schreef hij, in opdracht van het Ministerie van BZK, een rapport over heden, verleden en toekomst van de lokale referendumpraktijk in Nederland.

Sabine van Zuydam
Sabine van Zuydam is onderzoeker bij Tilburg School of Governance (TSG). In haar proefschrift onderzoekt zij wat lijsttrekkers in verkiezingen, ministers en fractieleiders geloofwaardig maakt in de ogen van burgers. Ze deed mede-onderzoek naar het Nederlandse burgemeestersambt, de vermaatschappelijking van overheidstaken en de rol van de raad bij controversiële besluitvorming.
Article

Het zou zomaar een zootje kunnen worden

Een Q-methodologisch onderzoek naar de ideeën van non-participanten over de relatie tussen representatieve en participatieve democratie op lokaal niveau

Journal Res Publica, Issue 1 2017
Authors Jante Schmidt and Margo Trappenburg
AbstractAuthor's information

    New forms of participatory and deliberative democracy gain popularity alongside traditional representative democracy at the local level in the Netherlands. In this article we look at passive citizens defined as citizens who do not participate in any of the new practices. How do they perceive the shift from traditional to new forms of democracy (defined as stakeholder democracy, deliberative polling and associative or ‘do’ democracy)? We performed a Q-methodological study to find patterns of opinion among passive citizens. We found three patterns. Critical citizens are critical about both traditional representative democracy and new forms of democracy. Loyal citizens support traditional local democracy and do not think the shift to other forms is a change for the better. Distant citizens find that politicians should first and foremost uphold the law and act as referees when citizens disagree. This task has been neglected over the years but this deficiency cannot be remedied by new forms of democracy. All three patterns of opinion are cause for concern for the advocates of more participatory and deliberative democracy. While these new forms may restore faith in politics among active citizens they may simultaneously alienate passive citizens.


Jante Schmidt
Jante Schmidt is socioloog en promovenda aan de Universiteit voor Humanistiek. Haar onderzoek gaat over menselijke waardigheid in de ‘participatiesamenleving’: de effecten van de hervorming van de verzorgingsstaat op morele emoties in de context van zorg en ondersteuning.

Margo Trappenburg
Margo Trappenburg is universitair hoofddocent bestuurs- en organisatiewetenschappen aan de Universiteit Utrecht en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek. Haar onderzoek gaat over veranderingen in de verzorgingsstaat en de gevolgen daarvan voor kwetsbare groepen, andere burgers en professionals.
Showing all 14 results
You can search full text for articles by entering your search term in the search field. If you click the search button the search results will be shown on a fresh page where the search results can be narrowed down by category or year.